Unit 1
What do you do? Wat doe je als werk? Wat is je job?
To work for Werken voor, werken bij (een bedrijf)
To work on Werken aan (iets)
To run Leiden, besturen
To manage Leiden, besturen, beheren
To work under Onder iemand (een baas) werken, voor iemand
werken
A responsibility (Mv: responsibilities) Een verantwoordelijkheid, een taak
To be in charge of + noun De leiding hebben over (iets/iemand)
To deal with Omgaan met, te maken hebben met,
behandelen
To be responsible for Verantwoordelijk zijn voor (iets/iemand)
To work with Samenwerken met (iemand)
To work Werken
To have work Werk hebben, werken
Work De werkvloer, werkplaats
To be in work Werk hebben
To be out of work Werkloos zijn, geen job hebben
To leave for work Naar het werk vertrekken
To go to work Naar het werk gaan
To get to/To arrive at (work) Aankomen, arriveren
To be at work Op het werk zijn
To be off work Afwezig zijn op het werk (bv. door ziekte)
A full-time job Een full-time baan
A part-time job Een part-time baan
To work full-time/part-time Voltijds/halftijds werken
A permanent job Een vaste baan
A temporary job Een tijdelijke baan
Temporary work Tijdelijk werk, tijdelijke arbeid, uitzendwerk
Permanent work Vast werk, permanent werk
Unit 2
An office worker Kantoormedewerker, -bediende
Nine-to-five (job) Werken van 9u tot 17u
To clock on/to clock off In- en uitchecken, prikklok
Flexitime Soepele, flexibele werktijd
A shift Een shift, een ploeg, (ploegensysteem)
Day/night shift Dag-/nachtploeg
Overtime Overuren maken, overwerken
Working hours Werktijd, werkuren
To commute Pendelen
A commuter Een pendelaar
Teleworking/telecommuting/working from Van thuis uit werken, telewerken
home
Satisfying, exciting, stimulating, fascinating Voldoening gevend, interessant, stimulerend,
fascinerend
Dull, boring, uninteresting, unstimulating Saai, oninteressant
Repetitive, routine Routine, herhalend
Tiring, tough, hard Vermoeiend, zwaar, hard
1
,Demanding Veeleisend
Accountant Accountant, boekhouder
Postwoman Postbode
Flight attendant Stewardess
Software developer Softwareontwikkelaar
Teacher Leraar, leerkracht, docent
Unit 3
Recruitment Het aanwerven, de werving
Hiring (=Amerikaans) Het aanwerven, de werving
A recruit Iemand die is aangeworven
A hire (=Amerikaans) Iemand die is aangeworven
To recruit Aanwerven
To employ Aanwerven, te werk stellen, aannemen
To hire Aanwerven, te werk stellen, aannemen
To join (a company) Toetreden, meedoen, zich aansluiten, ergens
gaan werken
A recruiter Rekruteerder, werkaanbieder
Recruitment agency, employment agenciy (Mv.: Uitzendbureau
agencies)
A headhunter Iemand die als beroep (goede, intelligente,
bekwame) werknemers zoekt
To headhunt Het zoeken van bekwame werknemers voor de
hogere jobs in een bedrijf
Situations vacant Vacatures
To apply for (a job) Solliciteren
An application form Sollicitatieformulier
A jobs website Website met jobaanbiedingen
To make an application Een aanvraag indienen
CV (curriculum vitae) cv
A covering letter Sollicitatiebrief
A selection process Selectieproces, -procedure
Background Achtergrond, afkomst
An applicant Een kandidaat
Experience Ervaring
Qualifications Kwaliteiten
A candidate Een kandidaat
A group discussion Groepsdiscussie
An interview Een interview, sollicitatiegesprek
Psychometric tests Psychometrische tests
To shortlist Selecteren
A referee Een persoon die jou aanbeveelt
A reference Een referentie
To offer Aanbieden
To turn it down Weigeren
To accept Aannemen, accepteren
To appoint someone Iemand benoemen, aanduiden, aannemen
Unit 4
Graduates Gediplomeerden
Paper qualifications Afgestudeerd maar zonder ervaring,
boekenkennis
Qualifications in… Kwaliteiten in…, diploma in…
2
, Work experience Werkervaring
To train someone for Iemand opleiden tot
Graduated from Afgestudeerd van/als
To graduate with a degree in Afstuderen met een diploma in…
To train in Opleiden in
To train as Even goed worden als…, opleiden tot…
To qualify as Afstuderen als, specialiseren
In-house training Bijscholing (binnen het bedrijf)
Management development Verbetering van het management
To go on courses Op bijscholing gaan, cursussen volgen
To acquire experience Ervaring opdoen
A skill Een vaardigheid, een kwaliteit, een talent
Methodical, systematic, organized Systematisch
Computer-literate Computervaardig
Numerate Goed met cijfers, wiskundig
Motivated Gemotiveerd
Talented Getalenteerd
Self-starters Zelfstandige werknemers
Proactive Proactief
Self-motivated Gemotiveerd (uit zichzelf)
Self-driven Gedreven (uit zichzelf)
Team player Groepswerker, iemand die goed met mensen kan
samenwerken
Unit 5
A salary Een salaris (elke maand uitbetaald)
To do overtime Overwerken, overuren kloppen/maken
Perks Extraatjes, voordelen aan een job
To earn Verdienen
A wage Een loon (elke week uitbetaald)
The minimum wage Het minimumloon
A tip Een fooi, een tip
A basic salary Basissalaris
Commission Commissie
Bonus Bonus
Fringe benefits Extralegale voordelen
A company car Een bedrijfswagen
A health plan Een gezondheidsplan
A pension Een pensioen
Benefits package Voordelenpakket
Working conditions Werkomstandigheden
Pay and conditions Arbeidsvoorwaardigen (Niet zeker van deze
vertaling)
Remuneration Vergoeding
Compensation Compensatie
Remuneration package Beloningspakket
Compensation package, severance package Compensatiepakket
Share options Mogelijkheid om aandelen van het bedrijf te
krijgen
Stock options (=Amerikaans) Mogelijkheid om aandelen van het bedrijf te
krijgen
Performance (-related) bonuses Prestatiegebonden bonussen
3