Taallab samenvatting
bij taalvorming/taalronde staan de eigen ervaringen van kinderen in het
middelpunt. De werkwijze is gebaseerd op de behoefte en het vermogen van
ieder mens om ervaringen te delen met anderen en erop te reflecteren. De
werkvormen zijn er op gericht dat individuele kinderen hun ervaringen
verwoorden, steeds beter, op steeds nieuwe manieren. Ze hebben daarvoor
andere mensen nodig. Daarom is de kring zo belangrijk.
Bij taalvorming:
zijn kinderen betrokken en gemotiveerd, omdat er principieel gewerkt
wordt met hun eigen ervaringen.
Kan elk kind op zijn of haar eigen taalniveau meedoen en een stapje
verder komen.
Ervaren kinderen dat taal niet moeilijk en vervelend is, maar makkelijk en
interessant.
Worden de taaldomeinen niet alleen van elkaar gescheiden, maar is er
altijd samenhang tussen parten, luisteren, schrijven en lezen.
Staan technische taalvaardigheden altijd in dienst van de inhoud en de
bedoeling van de teksten.
Is er een voortdurende talige interactie, tussen kinderen onderling en
tussen leerkracht en kinderen.
Worden kinderen gezien als complete, veelzijdige mensen met een eigen
motivatie en een eigen kracht om te leren.
Zien leerkrachten zichzelf als onmisbare professionals die het eigen
leerproces van kinderen kunnen ondersteunen.
Taalvorming kan helpen om het evenwicht tussen taal leren en taal verwerven
te herstellen. De leerkracht kijkt bij taalvorming heel goed naar de kinderen,
naar wat ze al kunnen en hoe ze leren. Het kan hierdoor goed worden ingepast
in het interactief onderwijs waar authentiek leren een onderdeel van is. Of
ontwikkelingsgericht onderwijs.
Hoe leren kinderen taal?
Alle kinderen leren tussen 0 en vier jaar hun moedertaal begrijpen, spreken en
gebruiken. Ze leren taal omdat ze het nodig hebben in allerlei dagelijkse
situaties en omdat ze er plezier in hebben. Ze leren door imitatie en interactie
met volwassenen. Ze leren taal door middel van hun aangeboren vermogens
om regelmatigheden in de taal te ontdekken(werkwoord verleden tijd is vaak te
of de erachter, daarom: hij loopte). Ze leren dus de taal door te
experimenteren en fouten te maken. Geleidelijk aan gaan ze begrijpen dat
geschreven letter iets te maken hebben met de woorden die je uitspreekt.
Kinderen leren dus vanuit zichzelf (het aangeboren taalvermogen) en vanuit de
mensen om hen heen die ze taal aanbieden en voordoen. Omdat het zo vanzelf
lijkt te gaan wordt dit proces vaak taalverwerving genoemd.
In de eerste vier jaar leert een kind ongeveer 2000 woorden actief gebruiken
en 3500 woorden begrijpen. In de kleuterperiode komt er interesse voor letters
en geschreven taal bij. In de basisschool worden al die kennis en vaardigheden
steeds verder uitgebreid.
Zo gaat het ongeveer bij elk kind, natuurlijk zijn er verschillen in snelheid van
het proces en kunnen er ook allerlei stoornissen en problemen optreden, met
bij taalvorming/taalronde staan de eigen ervaringen van kinderen in het
middelpunt. De werkwijze is gebaseerd op de behoefte en het vermogen van
ieder mens om ervaringen te delen met anderen en erop te reflecteren. De
werkvormen zijn er op gericht dat individuele kinderen hun ervaringen
verwoorden, steeds beter, op steeds nieuwe manieren. Ze hebben daarvoor
andere mensen nodig. Daarom is de kring zo belangrijk.
Bij taalvorming:
zijn kinderen betrokken en gemotiveerd, omdat er principieel gewerkt
wordt met hun eigen ervaringen.
Kan elk kind op zijn of haar eigen taalniveau meedoen en een stapje
verder komen.
Ervaren kinderen dat taal niet moeilijk en vervelend is, maar makkelijk en
interessant.
Worden de taaldomeinen niet alleen van elkaar gescheiden, maar is er
altijd samenhang tussen parten, luisteren, schrijven en lezen.
Staan technische taalvaardigheden altijd in dienst van de inhoud en de
bedoeling van de teksten.
Is er een voortdurende talige interactie, tussen kinderen onderling en
tussen leerkracht en kinderen.
Worden kinderen gezien als complete, veelzijdige mensen met een eigen
motivatie en een eigen kracht om te leren.
Zien leerkrachten zichzelf als onmisbare professionals die het eigen
leerproces van kinderen kunnen ondersteunen.
Taalvorming kan helpen om het evenwicht tussen taal leren en taal verwerven
te herstellen. De leerkracht kijkt bij taalvorming heel goed naar de kinderen,
naar wat ze al kunnen en hoe ze leren. Het kan hierdoor goed worden ingepast
in het interactief onderwijs waar authentiek leren een onderdeel van is. Of
ontwikkelingsgericht onderwijs.
Hoe leren kinderen taal?
Alle kinderen leren tussen 0 en vier jaar hun moedertaal begrijpen, spreken en
gebruiken. Ze leren taal omdat ze het nodig hebben in allerlei dagelijkse
situaties en omdat ze er plezier in hebben. Ze leren door imitatie en interactie
met volwassenen. Ze leren taal door middel van hun aangeboren vermogens
om regelmatigheden in de taal te ontdekken(werkwoord verleden tijd is vaak te
of de erachter, daarom: hij loopte). Ze leren dus de taal door te
experimenteren en fouten te maken. Geleidelijk aan gaan ze begrijpen dat
geschreven letter iets te maken hebben met de woorden die je uitspreekt.
Kinderen leren dus vanuit zichzelf (het aangeboren taalvermogen) en vanuit de
mensen om hen heen die ze taal aanbieden en voordoen. Omdat het zo vanzelf
lijkt te gaan wordt dit proces vaak taalverwerving genoemd.
In de eerste vier jaar leert een kind ongeveer 2000 woorden actief gebruiken
en 3500 woorden begrijpen. In de kleuterperiode komt er interesse voor letters
en geschreven taal bij. In de basisschool worden al die kennis en vaardigheden
steeds verder uitgebreid.
Zo gaat het ongeveer bij elk kind, natuurlijk zijn er verschillen in snelheid van
het proces en kunnen er ook allerlei stoornissen en problemen optreden, met