Groepsopdracht
Avondprogramma Bestuurskunde
Erasmus Universiteit Rotterdam
Groep 10
Datum
24 oktober 2019
Aantal woorden
6600
,Inhoudsopgave
Introductie.....................................................................................................................2
H1. Agendavorming.........................................................................................................4
Het barrièremodel.........................................................................................................5
Het stromenmodel........................................................................................................5
De rationele benadering.................................................................................................5
De politieke benadering.................................................................................................6
De culturele benadering.................................................................................................6
De institutionele benadering...........................................................................................6
Conclusie.....................................................................................................................7
H2. Beleidsontwikkeling....................................................................................................7
De rationele benadering.................................................................................................7
De culturele benadering.................................................................................................8
De institutionele benadering...........................................................................................9
Beleidsinstrumenten....................................................................................................10
Conclusie...................................................................................................................10
H3. Besluitvorming.........................................................................................................11
De rationele benadering...............................................................................................12
De politieke benadering...............................................................................................12
De culturele benadering...............................................................................................12
De institutionele benadering.........................................................................................12
Conclusie...................................................................................................................13
H4. Beleidsimplementatie................................................................................................13
De rationele benadering...............................................................................................13
De politieke benadering...............................................................................................14
De culturele benadering...............................................................................................14
De institutionele benadering.........................................................................................14
Conclusie...................................................................................................................14
H5. Beleidsevaluatie.......................................................................................................15
De rationele benadering...............................................................................................15
De politieke benadering...............................................................................................16
De culturele benadering...............................................................................................16
De institutionele benadering.........................................................................................16
Conclusie..................................................................................................................17
Conclusie......................................................................................................................17
Aanbevelingen...............................................................................................................19
Groepsevaluatie.............................................................................................................21
Introductie
2
, De Jeugdwet is “de wet van houdende regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie,
ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische
problemen en stoornissen” (Rijksoverheid, 2013). Deze wet is tot stand gekomen door de maatschappelijke
noodzaak dat alle kinderen gezond en veilig moeten opgroeien, in staat moeten zijn om hun talenten te
kunnen ontwikkelen en naar vermogen te participeren in de samenleving. De ouders zijn hiervoor als eerste
verantwoordelijk. Waar dit niet lukt zal de overheid moeten ingrijpen. De inzet van de overheid vloeit onder
andere voort uit het VN-verdrag betreffende de rechten van het kind (Tweede Kamer der Staten-Generaal,
2013). Op basis hiervan is in 2005 de Wet op de jeugdzorg (Wjz) ingevoerd in Nederland. Toen de Wjz, vier
jaar na de invoering werd geëvalueerd, kwamen een aantal tekortkomingen in de zorg aan het licht. De
zorgen over deze tekortkomingen hebben geleid tot een nieuw wetsvoorstel met als doel om het
jeugdstelsel te vereenvoudigen en efficiënter en effectiever te maken. Op 1 januari 2015 is een nieuwe wet,
namelijk de Jeugdwet, in werking getreden.
Afbeelding 1: Transitie van Wjz naar Jeugdwet
(Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2013)
Bij de beleidscasus Jeugdwet is een maatschappelijk probleem (behoefte aan jeugdzorg) vertaald naar een
politiek probleem (wettelijke overheidsverplichting) wat geresulteerd heeft in de totstandkoming van de Wjz.
Na de evaluatie van de Wjz heeft een beleidstransitie plaatsgevonden van Wjz naar de huidige Jeugdwet
om de jeugdhulp1 in Nederland te verbeteren. Dit maakt het analyseren van de Jeugdwet interessant
waarbij wordt ingezoomd op de beleidscyclus.
De Jeugdwet kan gekenmerkt worden als institutioneel beleid; “beleid dat zich kenmerkt door de inrichting
van de formele verhoudingen tussen organisaties in een bepaalde beleidssector en de toebedeling van
taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden” (Bekkers, 2017, p.30). Daarnaast bestaan er nog andere
benamingen om het politieke karakter van beleid te illustreren.
Lowi (geciteerd in Bekkers, 2017, p.31) heeft onderscheid gemaakt tussen de volgende typen van beleid:
explorerend, verdelend, herverdelend, regulerend, faciliterend, stimulerend en constituerend. De Jeugdwet
1
“Jeugdhulp is preventie, vroegsignalering, diagnostiek, ondersteuning en behandeling van lichte tot complexe en meervoudige problematiek van
jeugdigen en gezinnen” (ZonMw, 2018).
3