onderzoek
Hoofdstuk 1: een onderzoeksmodel van praktijkgericht juridisch onderzoek.
onderzoek: op een systematische wijze op zoek gaan naar een geobjectiveerd antwoord op
een kennisvraag.
systematisch: je werkt volgens een vooraf bepaalde en verantwoorde methode.
geobjectiveerd: onafhankelijk, onbevooroordeeld, niet subjectief.
kennisvraag: het onderzoek heeft betrekking op een weten, een kennen.
theoriegericht onderzoek: de onderzoeker heeft geen bepaalde toepassing van kennis voor
ogen.
praktijkgericht onderzoek: beoogt een directe bijdrage te leveren aan de oplossing van een
handelingsprobleem.
Rechtswetenschappelijk onderzoek: gericht op het genereren van nieuwe kennis. Bij
juridisch onderzoek gaat het om het toepassen van al bestaande kennis.
Mag-dat type vraagstelling: toetsingskader is geldend recht (mag) / problematisch kwestie in
de sociale werkelijkheid (dat).
beoordelingskader is juridisch.
Werkt-dit type vraagstelling: dit heeft betrekking op een juridisch verschijnsel. Het
toetsingskader is de praktijk (werkt)
empirisch onderzoek in de praktijk.
intern doel van het onderzoek: een onderzoek geeft antwoord op de onderzoeksvraag.
extern doel van het onderzoek: de doelstelling van het onderzoek.
vier kennisdoelen:
- beschrijving
- verklaring
- oordeel (evaluatie)
- handelingsvoorstel (in de vorm van een advies of een ontwerp)
de onafhankelijkheid van de onderzoeker:
- onafhankelijk van het onderzoeksonderwerp
- onafhankelijk van de betrokkenen bij het onderzoek
- onafhankelijk van de opdrachtgever
de activiteiten van een onderzoeker:
- de voorbereiding van het onderzoek
- verdere uitvoering van het onderzoek (van het recht en de praktijk)
- schrijven van een onderzoeksrapport
,Hoofdstuk 2: de voorbereiding: Oriëntatie
Oriëntatie mondt uit in een onderzoek formulering, die de inhoudelijke basis vormt voor het
verdere onderzoek. De onderzoek formulering is de basis voor de onderzoeksopzet. De
onderzoek formulering en de onderzoeksopzet vormen samen het onderzoeksplan.
doelstelling van het onderzoek: ondersteuning van de besluitvorming over een
problematische kwestie.
Randvoorwaarden wat voor soort eindproduct verwacht de opdrachtgever / welke eisen
worden er gesteld aan het onderzoeksrapport / eigen ambities, onderzoekservaringen,
interesses, leerdoelen etc.
De aanleiding voor het onderzoek: een handelingsprobleem.
een probleem dat zich in de praktijk van een bedrijf, organisatie, overheidsinstantie of in de
samenleving voordoet en om een oplossing vraagt. Deze oplossing is in de vorm van een
bepaald handelen of doen.
De kern van het onderzoek: een kennisprobleem.
een kennisprobleem heeft te maken met kennen en iets willen weten.
onderzoekseenheden: datgene waarover je in je onderzoek uitspraken wilt gaan doen. In
een PJO zijn dat twee mogelijkheden. Onderzoek naar een gebeurtenis, situatie, proces,
ontwikkeling, groep of organisatie in de sociale werkelijkheid. Of uitspraken doen over een
juridische kwestie.
PJO moet te maken hebben met de praktijk en met het recht. ( de sociale werkelijkheid en
het geheel van rechtsregels, begrippen, beginselen en procedures). Daarnaast moet het
PJO een directe bijdrage leveren aan de oplossing van een handelingsprobleem. Deze
bijdrage wordt geleverd in de vorm van kennis.
Wanneer is een onderzoeksonderwerp geschikt voor een PJO?
- praktisch relevant
- onderzoek heeft te maken met het recht
- onderzoeksonderwerp is algemeen
- onderzoeksonderwerp is voldoende afgebakend
- onderwerp is interessant voor de opdrachtgever en de onderzoeker
- onderzoek is gelet op tijdsbestek en kennis, haalbaar.
, Hoofdstuk 3: de voorbereiding: onderzoekformulering.
onderzoeksformulering:
- probleembeschrijving
- centrale vraag
- doelstelling
Drie functies van de onderzoeksformulering:
- sturingsfunctie: de onderzoeksformulering is niet alleen sturend bij het maken van de
onderzoekopzet, maar ook bij de verdere uitvoering van het onderzoek.
- motivatiefunctie
- evaluatiefunctie: de onderzoeker, begeleiders en opdrachtgever kunnen na afloop van het
onderzoek aan de hand van de vraagstelling en doelstelling beoordelen of het onderzoek
werkelijk heeft opgeleverd wat de onderzoeker bij start wilde weten.
Probleembeschrijving:
- verhaal waarin de onderzoeker de lezers meeneemt in de vertaalslag van
handelingsprobleem naar kennisprobleem.
uit een goede probleembeschrijving blijkt:
- hoe de onderzoeker van handelingsvraag tot kennisvraag is gekomen
- wat de onderzoeker gaat onderzoeken en waarom
- soort kennis waarnaar de onderzoeker op zoek is
centrale vraag: geeft in één zin aan wat je precies te weten wilt komen met je onderzoek. De
centrale vraag moet een open vraag zijn. De vraag moet verankerd zijn in een kennisgebied.
De vraag moet relevant zijn. De vraag moet precies zijn en functioneel. En de vraag moet
consistent zijn. Dwz: de verschillende onderdelen van de vraag moeten als puzzelstukjes in
elkaar passen.
doelstelling: aangeven van de praktische relevantie van het onderzoek.