Samenvatting Bedrijfskunde Integraal
Hoofdstuk 1
Een organisatie is een menselijke samenwerking die doelgericht is en als blijvend bedoeld is.
Organisaties die goederen of diensten verkopen noemen we bedrijven.
We onderscheiden bedrijven met en zonder winstoogmerk.
- Non profit instellingen streven naar levering van goederen of diensten tegen de zo laagst
mogelijke offers.
- Bedrijven met winstoogmerk noemen we ondernemingen. Ze willen op eigen kracht
goederen of diensten verkopen tegen een hogere prijs dan de kosten zijn binnen het bedrijf.
De bedrijfsleider kan de winst als beloning voor zichzelf, het personeel of om te investeren
gebruiken.
In een organisatie draait het om:
- De mens is de organisatie
- De samenwerking in een organisatie
- Doelgerichtheid binnen de organisatie
- Continuïteit in een organisatie
Synergie effect:
Samenwerken loont meer omdat dan het zogenoemde synergie effect optreed. Dit wil zeggen dat
het resultaat in samenwerkend verband groter is dan dat je het in individueel verband zou doen.
Een organisatie is altijd opgericht met een bepaald doel. Er moeten altijd meerdere doelen zijn
binnen een organisatie anders zou iedereen zijn eigen doelen willen nastreven. Om een doel te
kunnen bereiken zal er van input output moeten worden gemaakt.
Going concern gedachte:
Je gaat er van uit dat je organisatie door blijft gaan. De managementbeslissingen worden dan ook in
die richting genomen.
De interne gedachte van een bedrijf is ook blijven bestaan.
De externe doelstelling is in het voorzien van een behoefte. ( meestal winst maken )
Bedrijven worden opgericht met een bepaald doel. Om die doelstelling te bereiken zul je van input
output moeten maken. Voor een voorbeeld zie blz 24.
Blackbox benadering:
Je kunt bij een bedrijf niet zien wat de troughput is. Je ziet wat er in komt en eruit gaat maar niet wat
er tussendoor gebeurd.
De omgeving om een bedrijf is belangrijk, want een bedrijf zal zich moeten aanpassen aan de
omgeving en toch ook de omgeving moeten beïnvloeden.
,Bedrijfskunde maakt op zichzelf eigenlijk al vakken, want als er een probleem is binnen een bedrijf
dan is dat niet altijd toe te rekenen aan 1 vakgebied. Daarom spreek je van Multi disciplines. De
volgende vakgebieden spelen een rol binnen bedrijfskunde:
- Bedrijfseconomie.
Hierbinnen komt de werking van de financiën binnen het bedrijf aan de orde.
- bedrijfspsychologie
deze tak bestudeerd het gedrag van mensen binnen een bedrijf en geeft zo advies over hoe
je bepaald gedrag effectief kan inzetten.
- Technologieleer.
Een modern bedrijf bediend over het algemeen veel techniek.
- Inkoopkunde.
Voordat een bedrijf iets kan verkopen moeten ze dingen inkopen.
- Marketing en sales.
Deze tak geeft inzicht over hoe je dingen het best kunt verkopen en de vraag naar producten
kunt verhogen.
- Organisatiekunde
Deze tak houd zich bezig met hoe je binnen een bedrijf je het best kunt organiseren. Wat het
meest efficiënt is. Ze houden zich bezig met de structuur van een bedrijf.
- Communicatiekunde
In een bedrijf kun je op verschillende manieren met elkaar communiceren. Hoe doe je dat
het beste?
- Management van processen
In een bedrijf vinden veel verschillende processen plaats. Product naar product, het vervoer
etc. hierbij vraag je je af hoe dat het beste en goedkoopst kan worden gedaan.
- Rechten
Het bedrijf bevind zich binnen een omgeving waar de gemeente een aantal regels heeft.
Welke wetten er zijn. Rechtsgeleerden geven bedrijven input op dit terrein.
- Sociologie.
Dit vakgebied beschrijft hoe mensen met elkaar omgaan binnen een bedrijf
- Facility management
Dit vakgebied houd zich bezig met de bouw en het onderhoud van het gebouw. Ook het
inrichten word hier geregeld.
- informatiekunde
dit vakgebied beschrijft hoe informatietechnologie ingezet kan worden om organisatiedoelen
te bereiken.
Deze lijst is uiteraard niet compleet want natuurlijk kunnen er ook nog andere vakgebieden een rol
spelen. Een bedrijfskundige moet van al deze vakgebieden een beetje weten zodat als het nodig is
een expert in te schakelen je de hoofdlijnen met hem kan communiceren.
Om een probleem op te lossen gebruikt een bedrijf soms meerdere oplossingen van verschillende
vakgebieden en haalt uit beide elementen. Zo word een bedrijf interdisciplinair.
Een bedrijfskundige is altijd op de praktijk gericht.
De omschrijving van het begrip bedrijfskunde:
Een tak van wetenschap die zich bezig houd met organisatie en omgeving van bedrijven.
Bedrijfskunde kent integrale, Multi- en interdisciplinaire benaderingen. Die aandacht krijgen op een
wetenschappelijke manier.
, Een bedrijfskundige heeft vooral de volgende competenties nodig:
- analytisch inzicht – je moet de werking van een bedrijf kunnen analyseren en verbeteringen
vinden.
- Adviseren – een bedrijfskundige moet goed advies kunnen geven. Niet alle adviezen worden
opgevolgd. Daar moet je ook tegen kunnen.
- Samenwerken – je gaat als bedrijfskunde veel werken met andere vakgebieden. Je moet
beschikken over inlevingsvermogen.
- Communiceren – je moet beschikken over goede communicatie. Zowel mondeling als
schriftelijk. Je moet duidelijk zijn. Maar natuurlijk moet je ook goed kunnen luisteren.
- Leiding kunnen geven – je moet kunnen plannen, organiseren, en delegeren.
- Stressbestendigheid – je werkt in een complex veld, waar mensen veel verschillende
meningen en belangen hebben. ook zijn er vaak deadlines. Daar moet je tegen kunnen.
Hoofdstuk 5 paragraaf 5.4-5.10
:
Swot staat voor: Strengths, Weaknesses intern , Opportunities, threats extern
Op deze manier kan je een goede analyse maken zowel intern als extern.
De sterke en zwakke punten kun je opnemen in een SWOT-schema.
Zie figuur 5.8 in het boek. (blz 172)
Om een nieuwe strategie te ontwikkelen word de situatieanalyse naar voren gebracht.
Op die manier doe je er goed aan, want je maakt je strategie zo dat je kansen en sterke punten beter
worden en je zwakke punten en bedreigingen van je af te zetten.
Om een nieuwe strategie te ontwikkelen moet je een aantal verschillende keuzes maken:
- De uitgangspunten – hoe gaan we concurreren?
- De richting die je in gaat slaan – waar gaan we concurreren?
- De methode voor de uitvoering van strategie ontwikkelingen – op welke manier gaan we de
strategie bereiken?
- Uitgangspunten van strategie en methoden
Voor het bepalen van de meest geschikte strategie kun je bedrijf kiezen uit 4 benaderingen:
1. Generieke strategieën
Bij deze strategie heb je 3 fundamentele uitgangspunten:
- Kostenleiderschapstrategie: zo laag mogelijke productiekosten
- Differentiatiestrategie: je zoekt naar een unieke positie in de bedrijfstak om je te
onderscheiden.
- Focusstrategie: je richt je bedrijf op een kleiner marktsegment. En daarin probeer je
veel kennis op te doen. Er zijn 2 varianten van focusstrategie – kosten focus en
differentiatiefocus.
2. De strategische klok
Met behulp van een strategische klok worden opties weergegeven die van belang zijn bij het
maken van een concurrentiestrategie. 2 dimensies zijn daarbij van belang:
- De prijs van het product
- De toegevoegde waarde van jou product.
Je zet de gevraagde prijs tegenover de toegevoegde waarde. Als je veel waarde toevoegt aan
het product en je hebt een groot marktaandeel zou je je product ook voor meer kunnen
verkopen. Mensen voelen dat het product meer waard is. Dus ze zijn bereid meer geld ervoor
neer te leggen.
Hoofdstuk 1
Een organisatie is een menselijke samenwerking die doelgericht is en als blijvend bedoeld is.
Organisaties die goederen of diensten verkopen noemen we bedrijven.
We onderscheiden bedrijven met en zonder winstoogmerk.
- Non profit instellingen streven naar levering van goederen of diensten tegen de zo laagst
mogelijke offers.
- Bedrijven met winstoogmerk noemen we ondernemingen. Ze willen op eigen kracht
goederen of diensten verkopen tegen een hogere prijs dan de kosten zijn binnen het bedrijf.
De bedrijfsleider kan de winst als beloning voor zichzelf, het personeel of om te investeren
gebruiken.
In een organisatie draait het om:
- De mens is de organisatie
- De samenwerking in een organisatie
- Doelgerichtheid binnen de organisatie
- Continuïteit in een organisatie
Synergie effect:
Samenwerken loont meer omdat dan het zogenoemde synergie effect optreed. Dit wil zeggen dat
het resultaat in samenwerkend verband groter is dan dat je het in individueel verband zou doen.
Een organisatie is altijd opgericht met een bepaald doel. Er moeten altijd meerdere doelen zijn
binnen een organisatie anders zou iedereen zijn eigen doelen willen nastreven. Om een doel te
kunnen bereiken zal er van input output moeten worden gemaakt.
Going concern gedachte:
Je gaat er van uit dat je organisatie door blijft gaan. De managementbeslissingen worden dan ook in
die richting genomen.
De interne gedachte van een bedrijf is ook blijven bestaan.
De externe doelstelling is in het voorzien van een behoefte. ( meestal winst maken )
Bedrijven worden opgericht met een bepaald doel. Om die doelstelling te bereiken zul je van input
output moeten maken. Voor een voorbeeld zie blz 24.
Blackbox benadering:
Je kunt bij een bedrijf niet zien wat de troughput is. Je ziet wat er in komt en eruit gaat maar niet wat
er tussendoor gebeurd.
De omgeving om een bedrijf is belangrijk, want een bedrijf zal zich moeten aanpassen aan de
omgeving en toch ook de omgeving moeten beïnvloeden.
,Bedrijfskunde maakt op zichzelf eigenlijk al vakken, want als er een probleem is binnen een bedrijf
dan is dat niet altijd toe te rekenen aan 1 vakgebied. Daarom spreek je van Multi disciplines. De
volgende vakgebieden spelen een rol binnen bedrijfskunde:
- Bedrijfseconomie.
Hierbinnen komt de werking van de financiën binnen het bedrijf aan de orde.
- bedrijfspsychologie
deze tak bestudeerd het gedrag van mensen binnen een bedrijf en geeft zo advies over hoe
je bepaald gedrag effectief kan inzetten.
- Technologieleer.
Een modern bedrijf bediend over het algemeen veel techniek.
- Inkoopkunde.
Voordat een bedrijf iets kan verkopen moeten ze dingen inkopen.
- Marketing en sales.
Deze tak geeft inzicht over hoe je dingen het best kunt verkopen en de vraag naar producten
kunt verhogen.
- Organisatiekunde
Deze tak houd zich bezig met hoe je binnen een bedrijf je het best kunt organiseren. Wat het
meest efficiënt is. Ze houden zich bezig met de structuur van een bedrijf.
- Communicatiekunde
In een bedrijf kun je op verschillende manieren met elkaar communiceren. Hoe doe je dat
het beste?
- Management van processen
In een bedrijf vinden veel verschillende processen plaats. Product naar product, het vervoer
etc. hierbij vraag je je af hoe dat het beste en goedkoopst kan worden gedaan.
- Rechten
Het bedrijf bevind zich binnen een omgeving waar de gemeente een aantal regels heeft.
Welke wetten er zijn. Rechtsgeleerden geven bedrijven input op dit terrein.
- Sociologie.
Dit vakgebied beschrijft hoe mensen met elkaar omgaan binnen een bedrijf
- Facility management
Dit vakgebied houd zich bezig met de bouw en het onderhoud van het gebouw. Ook het
inrichten word hier geregeld.
- informatiekunde
dit vakgebied beschrijft hoe informatietechnologie ingezet kan worden om organisatiedoelen
te bereiken.
Deze lijst is uiteraard niet compleet want natuurlijk kunnen er ook nog andere vakgebieden een rol
spelen. Een bedrijfskundige moet van al deze vakgebieden een beetje weten zodat als het nodig is
een expert in te schakelen je de hoofdlijnen met hem kan communiceren.
Om een probleem op te lossen gebruikt een bedrijf soms meerdere oplossingen van verschillende
vakgebieden en haalt uit beide elementen. Zo word een bedrijf interdisciplinair.
Een bedrijfskundige is altijd op de praktijk gericht.
De omschrijving van het begrip bedrijfskunde:
Een tak van wetenschap die zich bezig houd met organisatie en omgeving van bedrijven.
Bedrijfskunde kent integrale, Multi- en interdisciplinaire benaderingen. Die aandacht krijgen op een
wetenschappelijke manier.
, Een bedrijfskundige heeft vooral de volgende competenties nodig:
- analytisch inzicht – je moet de werking van een bedrijf kunnen analyseren en verbeteringen
vinden.
- Adviseren – een bedrijfskundige moet goed advies kunnen geven. Niet alle adviezen worden
opgevolgd. Daar moet je ook tegen kunnen.
- Samenwerken – je gaat als bedrijfskunde veel werken met andere vakgebieden. Je moet
beschikken over inlevingsvermogen.
- Communiceren – je moet beschikken over goede communicatie. Zowel mondeling als
schriftelijk. Je moet duidelijk zijn. Maar natuurlijk moet je ook goed kunnen luisteren.
- Leiding kunnen geven – je moet kunnen plannen, organiseren, en delegeren.
- Stressbestendigheid – je werkt in een complex veld, waar mensen veel verschillende
meningen en belangen hebben. ook zijn er vaak deadlines. Daar moet je tegen kunnen.
Hoofdstuk 5 paragraaf 5.4-5.10
:
Swot staat voor: Strengths, Weaknesses intern , Opportunities, threats extern
Op deze manier kan je een goede analyse maken zowel intern als extern.
De sterke en zwakke punten kun je opnemen in een SWOT-schema.
Zie figuur 5.8 in het boek. (blz 172)
Om een nieuwe strategie te ontwikkelen word de situatieanalyse naar voren gebracht.
Op die manier doe je er goed aan, want je maakt je strategie zo dat je kansen en sterke punten beter
worden en je zwakke punten en bedreigingen van je af te zetten.
Om een nieuwe strategie te ontwikkelen moet je een aantal verschillende keuzes maken:
- De uitgangspunten – hoe gaan we concurreren?
- De richting die je in gaat slaan – waar gaan we concurreren?
- De methode voor de uitvoering van strategie ontwikkelingen – op welke manier gaan we de
strategie bereiken?
- Uitgangspunten van strategie en methoden
Voor het bepalen van de meest geschikte strategie kun je bedrijf kiezen uit 4 benaderingen:
1. Generieke strategieën
Bij deze strategie heb je 3 fundamentele uitgangspunten:
- Kostenleiderschapstrategie: zo laag mogelijke productiekosten
- Differentiatiestrategie: je zoekt naar een unieke positie in de bedrijfstak om je te
onderscheiden.
- Focusstrategie: je richt je bedrijf op een kleiner marktsegment. En daarin probeer je
veel kennis op te doen. Er zijn 2 varianten van focusstrategie – kosten focus en
differentiatiefocus.
2. De strategische klok
Met behulp van een strategische klok worden opties weergegeven die van belang zijn bij het
maken van een concurrentiestrategie. 2 dimensies zijn daarbij van belang:
- De prijs van het product
- De toegevoegde waarde van jou product.
Je zet de gevraagde prijs tegenover de toegevoegde waarde. Als je veel waarde toevoegt aan
het product en je hebt een groot marktaandeel zou je je product ook voor meer kunnen
verkopen. Mensen voelen dat het product meer waard is. Dus ze zijn bereid meer geld ervoor
neer te leggen.