Ecologische en biologische akkerbouwers kiezen ervoor hun gewassen te verbouwen zonder
kunstmest en zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen. Ze willen onbespoten voedsel verbouwen. Dit
gaat helaas niet zonder problemen. In koele zomers zijn er bijvoorbeeld veel rupsen die veel schade
leveren aan de planten. Als dit gebeurd kan alleen chemische bestrijdingsmiddelen de boel nog
redden. Allen die maken onbedoeld veel soorten organismen dood en bovendien willen
consumenten ook geen voedsel kopen met resten van bestrijdingsmiddelen.
Ecologische akkerbouwers proberen ziektes en plagen te voorkomen door middel van biotische
factoren. Bijvoorbeeld natuurlijke vijanden van de plagen. Maar ook met abiotische factoren houden
ze rekening. Abiotische factoren beïnvloeden de groei van de planten.
Elke plant heeft zijn eigen tolerantiegebied. Een tolerantiegebied zijn bepaalde waarden van
abiotische factoren waarin een organisme kan overleven.
In plaats van kunstmest word er een compost van organisch afval gemaakt. Schimmels en bacteriën
zetten dit om in mineralen nodig hebben voor hun groei.
Met de wetenschappelijke naam weet iedereen uit elk land over welk organisme je het hebt. De
wetenschappelijke naam bestaat uit 2 delen.
- Voorop het geslacht. Dit is een groep verwante soorten.
- Daarna de soort. Dat is een groep organisme die onderling kunnen voortplanten en
vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.
Linnaeus bedacht een soort order systeem van organisme. Hij verdeelde deze in een paar groepen.
Organismes -> soorten -> geslachten -> families -> orden.
Een aantal geslachten vormt een familie. Een aantal families maken samen de orde.
Een monocultuur is een grote akker met een soort gewas. Daardoor zijn alle planten tegelijk te
planten en oogsten. Bij monoculturen is precisielandbouw lonend. Via satellieten is bijvoorbeeld te
zijn waar het nodig is om de sproeien en om te mesten. Dit bespaard kosten. Er is alleen een nadeel
aan een monocultuur. Schadelijke organisme kunnen zich makkelijk van plant naar plant bewegen.
Door het vele voedsel planten ze zich razend snel. Zo ontstaat een plaag.
Soorten die door toedoen van de mens een nieuwe gebied binnenkomen noemen we exoten.
Als je een aardappel onder de grond doet krijg je er 20 voor terug. Als je die weer in de grond doet
krijg je 400 nakomelingen. Uit de aardappel ontstaat een kloon. Die aardappelen zijn door
ongeslachtelijke voortplanting ontstaan. Ze hebben dezelfde erfelijke eigenschappen.
In laboratoria vermeerderen onderzoekers planten kunstmatig doormiddel van weefselkweek. Bij
weefselkweek pakt men een paar cellen uit de plant om vervolgens daaruit een nieuwe identieke
plant te kweken
Een populatie bestaat uit alle organisme van de zelfde soort in een bepaald gebied. De
populatiegrootte is het aantal individuen van een populatie en populatiedichtheid is het aantal
individuen per oppervlakte.