Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Siegler - How Children Develop Hoofdstuk 3, 7 en 8

Beoordeling
-
Verkocht
4
Pagina's
11
Geüpload op
08-01-2015
Geschreven in
2014/2015

Siegler - How Children Develop Hoofdstuk 3, 7 en 8

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

How Children Develop – Siegler
3. Biology and behavior
Nature-Nurture
Dit was aanvankelijk een of/of situatie. Tegenwoordig nemen we beide factoren. Het samenspel
tussen genen en ervaring is erg complex.

Het genotype is het genetisch materiaal dat een individu erft.
Het fenotype is de observeerbare uiting van het genotype, dus de lichaamskenmerken en het gedrag.
De omgeving omvat elk ander aspect van het individu en zijn omgeving dan zijn genen.

Er zijn 4 fundamentele relaties:

1. Genetische bijdrage van ouders aan het genotype van het kind
Genetisch materiaal wordt doorgegeven via chromosomen (lange, draadachtige moleculen
bestaande uit DNA). Je hebt in totaal 23 chromosoomparen. Chromosomen dragen alle biochemische
instructies die betrokken zijn bij de vorming en het functioneren van een organisme. Ze zorgen
ervoor dat informatie naar een volgend individu wordt overgedragen.
Genen zijn delen van chromosomen: basiseenheden van erfelijkheid.

Het geslachtschromosoom bepaalt of iemand man of vrouw is. Vrouwen hebben twee X
chromosomen in het 23e paar, terwijl mannen een X en een Y chromosoom hebben.
Een gen op het Y chromosoom zorgt ervoor dat een bepaald eiwit leidt tot de vorming van
zaadballen, die testosteron produceren. Dat is verantwoordelijk voor de mannelijke eigenschapen.
Als het Y chromosoom niet geactiveerd raakt, wordt een individu met het X en Y chromosoom alsnog
een vrouw. Mannen moeten zich dus verder ontwikkelen.

Diversiteit en individualiteit:
Mutaties zijn veranderingen in stukjes van het DNA veroorzaakt door toevallige of
omgevingsfactoren. Mutaties vinden elke keer dat we ons voortplanten plaats.
Sortering op basis van toeval: mixen van de 23 paren van chromosomen in de zaadcel en eicel; toeval
bepaalt welk lid van het paar naar de nieuwe zaadcel en eicel gaat.
Crossing over: proces waardoor stukjes DNA van het ene naar het andere chromosoom gaan
gedurende de meiose, waardoor de genetische variabiliteit verder toeneemt.

2. Bijdragen van genotype van kind aan zijn of haar fenotype
Hoewel elke cel in je lichaam kopieën bevat van alle genen die je van je ouders hebt gekregen,
komen slechts enkele van deze genen tot uitdrukking. Alle cellen in je lichaam hebben dus alle DNA
in zich zitten. In elk lichaamsdeel komen slechts bepaalde stukken DNA tot uiting (dus niet dat er op
je voet een oog groeit).

Het tot uitdrukking komen van genen wordt bepaalt door regulator genen. Deze controleren
grotendeels ‘het continue aan- en uitzetten’ van de genen die gedurende de levensloop ten
grondslag liggen aan ontwikkeling. Een voorbeeld van een regulator gen is de puberteit (verandering
in ontwikkeling). Een bepaald gen beïnvloedt de ontwikkeling en het gedrag alleen als het ‘aanstaat’.
Ongeveer een derde van de genen heeft twee of meer verschillende vormen (allelen). Het dominante
allel is de vorm van het gen dat tot uitdrukking komt als het aanwezig is. het recessieve allel komt
niet tot uitdrukking als er een dominante allel aanwezig is.

,Iemand die twee dezelfde allelen erft voor één eigenschap is homozygoot. Iemand die twee
verschillende allelen erft voor één eigenschap is heterozygoot. Voorbeeld: 2 ouders met bruine ogen.
Bruin is dominant. Blauw is recessief. Mogelijke combinaties: BB, Bb, bb. Ouders hebben beide Bb 
kruisingsschema  75% kans op kinderen met bruine ogen, 25% kans op kinderen met blauwe ogen.

Polygenetische erfelijkheid: als eigenschappen gestuurd worden door meer dan één gen. Dit is van
toepassing op de meeste eigenschappen en gedragingen waarin gedragswetenschappen zijn
geïnteresseerd.

3. Bijdragen van omgeving van kind aan zijn of haar fenotype
Zoals het model laat zien, zijn de observeerbare eigenschappen van het kind het resultaat van de
interactie tussen de omgevingsfactoren en de genetische aanleg.

Reactienorm:
Verwijst naar alle fenotypen die theoretisch het resultaat zouden kunnen zijn van een bepaald
genotype, in relatie tot alle omgevingen waarin deze zouden kunnen overleven en zich ontwikkelen.
Bijvoorbeeld: Planten die hooggroeien: veel zonlicht, weinig water. Planten die laaggroeien: minder
zonlicht, veel water. De balans in het midden werkt voor de planten perfect. Dit is ook zo bij
kinderen, maar dit is voor elk kind anders (bijvoorbeeld kinderen heel erg leerkrachtgestuurd of juist
individueel kunnen werken).Of je genotype zich doorzet is afhankelijk van de omgeving (denk aan
intelligentie)

4. Invloed van fenotype van kind op zijn of haar omgeving
Kinderen scheppen actief hun eigen omgeving, want een kind heeft bepaalde interesses. Dankzij hun
aard en gedrag roepen ze bepaalde reacties van anderen op. Ze kiezen ook actief hun omgeving en
ervaringen ie hun interesses, talenten en persoonlijkheidskenmerken ondersteunen.

Gedragsgenetica:
Waardoor verschillen mensen van elkaar?  gedragseigenschappen zijn erfelijk, beïnvloed door
erfelijke factoren.
Gedragsgenetici menen dat de meeste eigenschappen waarin ze geïnteresseerd zijn multifactorieel
zijn bepaald. Ze worden beïnvloed door zowel veel omgevingsfactoren als door vele genen.
Hoe doen ze hun onderzoek?
- Familiestudies
- Meten van eigenschappen onder mensen die variëren met betrekking tot familieverwantschap.
- Verbanden tussen eigenschappen van individuen met verschillende verwantschaprelaties om te
bekijken of de verbanden hoger zijn tussen mensen die:
1. Genetisch meer op elkaar lijken
2. Dezelfde omgeving delen

Erfelijkheid: statistische manier om aan te geven hoeveel procent van de verschillen in een
eigenschap tussen individuen is toe te schrijven aan genetische aanleg. Beperkingen:
- Alleen van toepassing op populaties, niet op individuen.
- Alleen van toepassing op bepaalde groep, die leeft in een bepaalde periode.
- Kan erg verschillen voor groepen mensen in heel verschillende omgevingen.
- Hoge mate van erfelijkheid betekent niet onveranderlijkheid.
- Zegt niets over verschillen tussen groepen.


Hersenontwikkeling
Hersenstructuren

, Neuronen zijn gespecialiseerde cellen die de basiseenheden vormen van het informatiesysteem van
de hersenen. Cellichaam: bevat het biologische basismateriaal dat ervoor zorgt dat de neuron
functioneert. Dendrieten: ontvangt input van andere cellen en brengt die over naar het cellichaam.
Axon: brengt elektrische signalen over naar de verbindingen met de andere neuronen. Deze
verbindingen heten synapsen.

Gliacellen vormen de witte massa van de hersenen. Er zijn ongeveer 10 keer zoveel gliacellen dan
neuronen. De gliacellen zijn verantwoordelijk voor een groot aantal belangrijke ondersteunende
functies. Gliacellen vormen een myelineschacht rondom bepaalde axonen, een soort van
isolatiemateriaal dat zorgt voor een grotere snelheid en efficientie van informatieoverdracht.

De belangrijkste gebieden van de cortex zijn de hersenkwabben. Ze zijn verantwoordelijk voor
verschillende soorten van gedrag:
- Occipitaal kwab: primair verantwoordelijk voor het verwerken van visuele informatie.
- Temporaal kwab: betrokken bij geheugen, visual herkenning, emoties en auditieve informatie.
- Parietaal kwab: regelt ruimtelijke informatierverwerking en integreert zintuiglijke informatie met
informatie in het geheugen.
- Frontaal kwab: organiseert gedrag en is verantwoordelijk voor planning.

De cortex is verdeeld in twee helften, cerebrale hemisferen, die met elkaar communiceren door
middel van een dichte streng draden, het corpus callosum.
De twee hemisferen zijn gespecialiseerd in verschillende vormen van informatieverwerking,
cerebrale lateralisatie.

Ontwikkelingsprocessen
Hoe ontwikkelt zich de structuur van de hersenen?  het is een samenspel van aanleg en ervaring.
1. Neurogenese en ontwikkeling van neuronen
Neurogenese is de uitgroei van neuronen door celdeling en is grotendeels klaar rond 18 weken na
bevruchting. Neuronen verhuizen naar hun bestemmingen waar ze groeien en differentiëren
(specifieker worden): de axonen worden langer. De dendrieten vormen draden waardoor hun
capaciteit om verbindingen met andere neuronen toeneemt. De meest intensieve periode van groei
en differentiatie in de cortex vindt plaats na de geboorte.

Myelinisatie: een vettige laag vormt zich rond sommige axonen zodat de mogelijkheden om
informatie te verwerken versneld wordt en toeneemt.

2. Synaptogenese en Synaps Eliminatie
Synaptogenese: elke neuron vormt synapsen met duizenden andere neuronen.
Synaptische eliminatie: de uitbreiding van neuronen en synapsen resulteert in een overvloed die
moet worden ingedamd. Synaptische eliminatie treedt op verschillende momenten op in
verschillende hersengebieden en is pas na de adolescentiefase voltooid.

Recent onderzoek laat zien dat de hoeveelheid grijze massa in de pubertijd sterk toeneemt en daarna
begint af te nemen. Deze tweede periode van synaps productie en eliminatie heeft te maken met het
impulsieve, irrationele gedrag dat kenmerkend is voor de pubertijd.

Rijping van de hersenen: hoe blauwer het plaatje, des te rijper dat deel van de cortex is (dat wil
zeggen, de grijze massa is vervangen door witte massa).

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
8 januari 2015
Aantal pagina's
11
Geschreven in
2014/2015
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.75
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
k2908 Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1567
Lid sinds
11 jaar
Aantal volgers
803
Documenten
131
Laatst verkocht
2 maanden geleden

3.8

418 beoordelingen

5
65
4
252
3
75
2
17
1
9

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen