H1
Sociologie: het systematisch onderzoek van de menselijke samenleving
Sociologisch perspectief: het algemene in het bijzondere zien > in het gedrag van bepaalde mensen
algemene patronen ontdekken > ieder individu uniek maar iedereen hoort bij bepaalde categorie
Sociologische visie: in het bekende het ongewone zien
Sociale integratie (Durkheim): mensen met sterke sociale banden zullen minder gauw tot zelfdoding
overgaan dan meer individualistische mensen > ligt aan het karakter van de groepsnormen > in het
gedrag van afzonderlijke individuen kunnen we algemene sociologische patronen ontdekken
2 verschijnselen helpen bij sociologisch perspectief:
- Marginaliteit > buiten de samenleving staan (etniciteit)
- Crisis > brengt veel verandering > brengt je uit evenwicht en aannemen van sociologische visie (ligt
aan economie)
Sociologisch voorstellingsvermogen: mensen die gebruikmaken van de sociologische
verbeeldingskracht krijgen een beter inzicht in het functioneren van de samenleving en de wijze
waarop deze hun leven beïnvloedt (Mills)
Mondiaal/globaal perspectief: bestuderen van de wereld in zijn geheel en de plaats die onze
samenleving daarin inneemt
Hoge-inkomenslanden: hoogste algemene levensstandaard > Zweden, Nederland, VS, Canada (50)
Middeninkomenslanden: landen met een levensstandaard, gemiddeld > Aziatische landen enz. (80)
Lage-inkomenslanden: landen met een lage levensstandaard > Afrika (60)
4 redenen arme en rijke landen vergelijken:
- Leven dat we leiden gevormd door land waarin we leven > inzicht in verschillen tussen
samenlevingen
- Contacten tussen samenlevingen zijn sterk toegenomen (kleding, informatietechnologie)
- Sociale problemen elders ernstiger > in arme landen ongelijkheid groter
- Globaal denken helpt meer inzicht in jezelf te krijgen
4 positieve effecten sociologie:
- Adhv sociologisch perspectief nagaan wat wel en niet klopt aan het alledaags denken
- Sp geeft beter inzicht in mogelijkheden en hindernissen dagelijks leven > wel invloed op
gebeurtenissen, samenleving bepaalt spelregels
- SP geeft de mogelijkheid actieve rol spelen in samenleving > begrijpen hoe de samenleving
functioneert
- Sociologie helpt ons te leven in een wereld met diversiteit
3 sociale belangrijke veranderingen samenleving: industrialisering, groei van steden en politieke
veranderingen (anders denken door de economische ontwikkelingen en stedengroei)
Theologische fase: mensen gingen er van uit dat de samenleving Gods wil tot uitdrukking bracht
Metafysische fase: samenleving werd als een natuurlijk en niet als een bovennatuurlijk verschijnsel
gezien
Wetenschappelijke fase: samenleving als een wetenschappelijke benadering
, Positivisme: inzicht verwerven op basis van wetenschappelijk onderzoek (Comte)
Moderne samenleving:
- Moderniteit > sociale patronen die het resultaat zijn van industrialisering (relatie tussen heden en
verleden)
- Modernisering > sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de industrialisering
4 kenmerken modernisering:
- Verdwijning kleine, traditionele gemeenschappen
- Uitbreiding persoonlijke keuzemogelijkheden (individualisering)
- Grotere sociale diversiteit > stimuleert ontwikkeling van meer diverse opvattingen en
gedragspatronen
- Oriëntatie op de toekomst en een groeiend tijdsbewustzijn > optimisme, vooruitkijken
Theorie Gemeinschaft en (moderne) Gesellschaft (Tonnies): samenleving met sterke affectieve
bindingen en saamhorigheid > sterke economische bindingen met onderlinge concurrentie >
kleine gemeenschap verdwijnt steeds meer van het wereldtoneel, industriële revolutie gekenmerkt
door een zakelijke benadering gebaseerd op feiten en geld, sociale betrekkingen tussen mensen op
eigenbelang gebaseerd > moderniteit keert de samenleving binnenstebuiten, mensen vormen geen
eenheid door geen vertrouwen
Kanttekening: hechte familie- en vriendschapsbanden wel mogelijk in moderne wereld
Gemeenschapszin: ondanks factoren die mensen verdelen wordt er toch een hechte eenheid
gevormd
Arbeidsverdeling: gespecialiseerde economische activiteit > in traditionele samenleving dezelfde
werkzaamheden, in moderne gespecialiseerde rollen (Durkheim)
Mechanische solidariteit: gedeelde morele waarden (gemeinschaft, traditioneel)
Organische solidariteit: wederzijdse afhankelijkheid van mensen (gesellschaft, modern)
- Moderne samenlevingen worden niet door overeenkomsten maar door verschillen bijeengehouden
Anomie (Durkheim): situatie waarin een samenleving het individu weinig morele richtlijnen te bieden
heeft > egocentrisch worden, eigen behoeften voorop
Rationalisering: overgang van een traditionele naar een rationele samenleving > waarde hechten aan
efficiëntie, weinig ontzag verleden en sociale patronen overnemen (Max Weber)
Kapitalisme: economisch systeem gebaseerd op investeringen van geld in de verwachting winst te
maken > meestal privaat eigendom > sociale conflicten leiden tot revolutionaire veranderingen en
maatschappelijke gelijkheid (socialisme) (Karl Marx)
3 hoofdvragen sociologie:
- Hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk, hoe is sociale (wan)orde mogelijk, hoe werkt het proces van
rationalisering (modernisering) van wereld?
H2
Theoretische benadering/perspectief: fundamenteel beeld van de samenleving dat als richtsnoer
dient voor theorie en onderzoek
Sociologie: het systematisch onderzoek van de menselijke samenleving
Sociologisch perspectief: het algemene in het bijzondere zien > in het gedrag van bepaalde mensen
algemene patronen ontdekken > ieder individu uniek maar iedereen hoort bij bepaalde categorie
Sociologische visie: in het bekende het ongewone zien
Sociale integratie (Durkheim): mensen met sterke sociale banden zullen minder gauw tot zelfdoding
overgaan dan meer individualistische mensen > ligt aan het karakter van de groepsnormen > in het
gedrag van afzonderlijke individuen kunnen we algemene sociologische patronen ontdekken
2 verschijnselen helpen bij sociologisch perspectief:
- Marginaliteit > buiten de samenleving staan (etniciteit)
- Crisis > brengt veel verandering > brengt je uit evenwicht en aannemen van sociologische visie (ligt
aan economie)
Sociologisch voorstellingsvermogen: mensen die gebruikmaken van de sociologische
verbeeldingskracht krijgen een beter inzicht in het functioneren van de samenleving en de wijze
waarop deze hun leven beïnvloedt (Mills)
Mondiaal/globaal perspectief: bestuderen van de wereld in zijn geheel en de plaats die onze
samenleving daarin inneemt
Hoge-inkomenslanden: hoogste algemene levensstandaard > Zweden, Nederland, VS, Canada (50)
Middeninkomenslanden: landen met een levensstandaard, gemiddeld > Aziatische landen enz. (80)
Lage-inkomenslanden: landen met een lage levensstandaard > Afrika (60)
4 redenen arme en rijke landen vergelijken:
- Leven dat we leiden gevormd door land waarin we leven > inzicht in verschillen tussen
samenlevingen
- Contacten tussen samenlevingen zijn sterk toegenomen (kleding, informatietechnologie)
- Sociale problemen elders ernstiger > in arme landen ongelijkheid groter
- Globaal denken helpt meer inzicht in jezelf te krijgen
4 positieve effecten sociologie:
- Adhv sociologisch perspectief nagaan wat wel en niet klopt aan het alledaags denken
- Sp geeft beter inzicht in mogelijkheden en hindernissen dagelijks leven > wel invloed op
gebeurtenissen, samenleving bepaalt spelregels
- SP geeft de mogelijkheid actieve rol spelen in samenleving > begrijpen hoe de samenleving
functioneert
- Sociologie helpt ons te leven in een wereld met diversiteit
3 sociale belangrijke veranderingen samenleving: industrialisering, groei van steden en politieke
veranderingen (anders denken door de economische ontwikkelingen en stedengroei)
Theologische fase: mensen gingen er van uit dat de samenleving Gods wil tot uitdrukking bracht
Metafysische fase: samenleving werd als een natuurlijk en niet als een bovennatuurlijk verschijnsel
gezien
Wetenschappelijke fase: samenleving als een wetenschappelijke benadering
, Positivisme: inzicht verwerven op basis van wetenschappelijk onderzoek (Comte)
Moderne samenleving:
- Moderniteit > sociale patronen die het resultaat zijn van industrialisering (relatie tussen heden en
verleden)
- Modernisering > sociale veranderingsproces dat in gang is gezet door de industrialisering
4 kenmerken modernisering:
- Verdwijning kleine, traditionele gemeenschappen
- Uitbreiding persoonlijke keuzemogelijkheden (individualisering)
- Grotere sociale diversiteit > stimuleert ontwikkeling van meer diverse opvattingen en
gedragspatronen
- Oriëntatie op de toekomst en een groeiend tijdsbewustzijn > optimisme, vooruitkijken
Theorie Gemeinschaft en (moderne) Gesellschaft (Tonnies): samenleving met sterke affectieve
bindingen en saamhorigheid > sterke economische bindingen met onderlinge concurrentie >
kleine gemeenschap verdwijnt steeds meer van het wereldtoneel, industriële revolutie gekenmerkt
door een zakelijke benadering gebaseerd op feiten en geld, sociale betrekkingen tussen mensen op
eigenbelang gebaseerd > moderniteit keert de samenleving binnenstebuiten, mensen vormen geen
eenheid door geen vertrouwen
Kanttekening: hechte familie- en vriendschapsbanden wel mogelijk in moderne wereld
Gemeenschapszin: ondanks factoren die mensen verdelen wordt er toch een hechte eenheid
gevormd
Arbeidsverdeling: gespecialiseerde economische activiteit > in traditionele samenleving dezelfde
werkzaamheden, in moderne gespecialiseerde rollen (Durkheim)
Mechanische solidariteit: gedeelde morele waarden (gemeinschaft, traditioneel)
Organische solidariteit: wederzijdse afhankelijkheid van mensen (gesellschaft, modern)
- Moderne samenlevingen worden niet door overeenkomsten maar door verschillen bijeengehouden
Anomie (Durkheim): situatie waarin een samenleving het individu weinig morele richtlijnen te bieden
heeft > egocentrisch worden, eigen behoeften voorop
Rationalisering: overgang van een traditionele naar een rationele samenleving > waarde hechten aan
efficiëntie, weinig ontzag verleden en sociale patronen overnemen (Max Weber)
Kapitalisme: economisch systeem gebaseerd op investeringen van geld in de verwachting winst te
maken > meestal privaat eigendom > sociale conflicten leiden tot revolutionaire veranderingen en
maatschappelijke gelijkheid (socialisme) (Karl Marx)
3 hoofdvragen sociologie:
- Hoe is sociale (on)gelijkheid mogelijk, hoe is sociale (wan)orde mogelijk, hoe werkt het proces van
rationalisering (modernisering) van wereld?
H2
Theoretische benadering/perspectief: fundamenteel beeld van de samenleving dat als richtsnoer
dient voor theorie en onderzoek