H1
Onzelfstandige beroepsbevolking: mensen met een betaalde baan > afhankelijkheidspositie
Zelfstandige beroepsbevolking: niet onderworpen aan opdrachten van anderen, werken voor jezelf
of afhankelijk van 1 opdrachtgever (zzp’er) > Wet DBA: deregulering beoordeling arbeidsverhouding
> geeft een link tussen zelfstandigen en personen die wel in loondienst zijn
Private sector: werkzaam in het bedrijfsleven
Publieke sector: in dienst van de overheid
Semipublieke sector: verbonden aan organisaties die financieel afhankelijk zijn van de overheid
(onderwijs)
Sociaal recht: oog op de zelfstandige beroepsbevolking > in dienstverband of in ondergeschiktheid
arbeid verrichten, wetten: Arbo, wet op de ondernemingsraden en de arbeidstijdenwet
Rechtsbronnen:
- Arbeidsovereenkomstenrecht > wet flexibiliteit en zekerheid (werkgever flexibeler en slagvaardiger
optreden bij gewijzigde marktomstandigheden), wet werk en zekerheid (bescherming en zekerheid
voor kwetsbare groepen) zoals oproepkrachten en uitzendkrachten
- Vermogensrecht > verbintenissen: rechtsbetrekking tussen tenminste 2 partijen
- Overige wetten > Wmco, WW, ziektewet
- Jurisprudentie (rechtersrecht) > het geheel van gepubliceerde uitspraken gedaan door rechterlijke
colleges > arresten van Hoge Raad spelen een centrale rol
- Cao > geldt tussen werkgever en werkgeverorganisaties en vakbonden > als lid/niet lid verbonden
aan cao, 3 vormen: geen cao, bedrijfstak (horeca/aannemersbedrijf), bedrijfs-cao (shell/c&a)
- Het verdrag > overeenkomst gesloten tussen 2 of meer landen
Dwingend recht: recht waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken
(nietig)
Nietig of vernietigbaar: kan niet van worden afgeweken en wat afwijkend is bestaat niet voor de
wet / kan ongeldig worden verklaard door dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden
Driekwart dwingend recht: kan uitsluitend van worden afgeweken bij cao of bij regeling door een
bestuursorgaan
Semidwingend recht: kan uitsluitend van worden afgeweken bij schriftelijk aangegane overeenkomst
Aanvullend recht: mag altijd van worden afgeweken, zowel individueel als mondeling
Bevoegde rechter:
- Absolute competentie > welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof of hoge raad) is bevoegd >
kantonrechter, rechter in eerste aanleg > dagvaarding/verzoekschrift
- Relatieve competentie > welk soort rechter is bevoegd, in welke plaats zal de zaak aanhangig
worden gemaakt? > arrondissement (bepaald gebied), vestigingsplaats (vestiging kantonrechter),
kort geding (snelle, informele procedure voor spoedgevallen), voorzieningenrechter (rechter in een
kort geding)
H2
3 soorten overeenkomsten:
-Arbeidsovereenkomst > arbeid, loon en gezagsverhouding > 1 van de 3 ontbreekt? > geen
arbeidsovereenkomst
-Aanneming van werk > aannemingsovereenkomst 7:750 (huis) > kijken naar gezagsverhouding > laat
aannemer bijvoorbeeld kiezen hoe de verhoudingen zijn, wanneer wordt werk verricht? > bepaalde
prijs betalen > geen arbeidsovereenkomst tussen aannemer en aanbesteder
1
, -Overeenkomst van opdracht: 7:740 en verder (advocaat, notaris, art, tandarts, musicus) >
dienstverlenende > geen gezagsverhouding
Gezagsverhouding: werkgever is gerechtigd tijdens het werk eenzijdige instructies aan de werknemer
te geven > tijdens het werk kunnen nog opdrachten en aanwijzingen worden gegeven
2 criteria Hoge Raad geldigheid arbeidsovereenkomst tussen partijen:
- Partijbedoeling > wat is er afgesproken/gedaan
- Feitelijke uitvoering > is er dagelijks concreet gehandeld zoals ze hebben afgesproken?
Gezagscriterium:
- Formeel > mate waarin de betreffende overeenkomst lijkt op de reguliere arbeidsovereenkomsten
in de organisatie (wie draagt eind verantwoordelijkheid, loonbetaling en continuïteit)
- Materieel > bevoegdheid om eenzijdige instructies te geven
Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs): rechten van werknemers waarborgen >
verschil gemaakt tussen arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van uitzendwerk (arbeid)
Driehoeksverhouding:
-Opdrachtgever = inlener (Bedrijf die iemand nodig heeft) arbeid verricht bij werkgever, geen
loonbetaling, wel gezagsverhouding
-Uitzendbureau = uitlener (Randstad)
-Uitzendkracht
Arbeidsovereenkomst? > Nee > arbeid wordt ook niet uitgevoerd bij werkgever dus geen
arbeidsovereenkomst
> het is een wetsontduiking
(7:690 en 691) + CAO (reparatie van het schema)
-Opdrachtgever en uitzendbureau: leenovereenkomst/overeenkomst van opdracht
-Opdrachtgever en uitzendkracht: feitelijke relatie, geen arbeidsovereenkomst
-Uitzendbureau en uitzendkracht: voorovereenkomst > moment van inschrijving bij uitzendbureau
Tussen uitzendkracht + uitzendbureau arbeidsovereenkomst zodra de uitzendkracht bij de
opdrachtgever gaat werken (tweefasetheorie)
ABU-cao (Algemene Bond Uitzendorganisaties): rechtspositie van de uitzendkracht met 3 fasen:
- 78 weken (1,5 jaar) waarin de uitzendkracht arbeid verricht > kan op ieder moment ontslag nemen
of ontslagen worden (binnen de eerste 26 weken) (uitzendbeding)
- 2 jaar > uitzendbeding geldt niet meer en overeenkomsten kunnen niet worden beëindigd > sprake
van een arbeidsovereenkomst
- na 2 jaar > in vaste dienst van bedrijf > uitzendkracht heeft een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd
Uitzendbeding: de opdrachtgever en uitzendkracht kunnen gedurende de eerste 26 weken ieder
moment een einde maken aan de gelding van de uitzendovereenkomst (7:691)
Delegatietheorie: de uitoefening van gezag kan periodiek worden overgedragen aan derden, dus
tevens aan een andere werkgever >
Nadelen uitzendkracht:
- Vrij duur door het betalen van bemiddelingskosten aan het uitzendbureau en uitzendkrachten
kennen het bedrijf in kwestie niet
2
Onzelfstandige beroepsbevolking: mensen met een betaalde baan > afhankelijkheidspositie
Zelfstandige beroepsbevolking: niet onderworpen aan opdrachten van anderen, werken voor jezelf
of afhankelijk van 1 opdrachtgever (zzp’er) > Wet DBA: deregulering beoordeling arbeidsverhouding
> geeft een link tussen zelfstandigen en personen die wel in loondienst zijn
Private sector: werkzaam in het bedrijfsleven
Publieke sector: in dienst van de overheid
Semipublieke sector: verbonden aan organisaties die financieel afhankelijk zijn van de overheid
(onderwijs)
Sociaal recht: oog op de zelfstandige beroepsbevolking > in dienstverband of in ondergeschiktheid
arbeid verrichten, wetten: Arbo, wet op de ondernemingsraden en de arbeidstijdenwet
Rechtsbronnen:
- Arbeidsovereenkomstenrecht > wet flexibiliteit en zekerheid (werkgever flexibeler en slagvaardiger
optreden bij gewijzigde marktomstandigheden), wet werk en zekerheid (bescherming en zekerheid
voor kwetsbare groepen) zoals oproepkrachten en uitzendkrachten
- Vermogensrecht > verbintenissen: rechtsbetrekking tussen tenminste 2 partijen
- Overige wetten > Wmco, WW, ziektewet
- Jurisprudentie (rechtersrecht) > het geheel van gepubliceerde uitspraken gedaan door rechterlijke
colleges > arresten van Hoge Raad spelen een centrale rol
- Cao > geldt tussen werkgever en werkgeverorganisaties en vakbonden > als lid/niet lid verbonden
aan cao, 3 vormen: geen cao, bedrijfstak (horeca/aannemersbedrijf), bedrijfs-cao (shell/c&a)
- Het verdrag > overeenkomst gesloten tussen 2 of meer landen
Dwingend recht: recht waarvan niet of niet ten nadele van de werknemer mag worden afgeweken
(nietig)
Nietig of vernietigbaar: kan niet van worden afgeweken en wat afwijkend is bestaat niet voor de
wet / kan ongeldig worden verklaard door dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden
Driekwart dwingend recht: kan uitsluitend van worden afgeweken bij cao of bij regeling door een
bestuursorgaan
Semidwingend recht: kan uitsluitend van worden afgeweken bij schriftelijk aangegane overeenkomst
Aanvullend recht: mag altijd van worden afgeweken, zowel individueel als mondeling
Bevoegde rechter:
- Absolute competentie > welk soort gerecht (rechtbank, gerechtshof of hoge raad) is bevoegd >
kantonrechter, rechter in eerste aanleg > dagvaarding/verzoekschrift
- Relatieve competentie > welk soort rechter is bevoegd, in welke plaats zal de zaak aanhangig
worden gemaakt? > arrondissement (bepaald gebied), vestigingsplaats (vestiging kantonrechter),
kort geding (snelle, informele procedure voor spoedgevallen), voorzieningenrechter (rechter in een
kort geding)
H2
3 soorten overeenkomsten:
-Arbeidsovereenkomst > arbeid, loon en gezagsverhouding > 1 van de 3 ontbreekt? > geen
arbeidsovereenkomst
-Aanneming van werk > aannemingsovereenkomst 7:750 (huis) > kijken naar gezagsverhouding > laat
aannemer bijvoorbeeld kiezen hoe de verhoudingen zijn, wanneer wordt werk verricht? > bepaalde
prijs betalen > geen arbeidsovereenkomst tussen aannemer en aanbesteder
1
, -Overeenkomst van opdracht: 7:740 en verder (advocaat, notaris, art, tandarts, musicus) >
dienstverlenende > geen gezagsverhouding
Gezagsverhouding: werkgever is gerechtigd tijdens het werk eenzijdige instructies aan de werknemer
te geven > tijdens het werk kunnen nog opdrachten en aanwijzingen worden gegeven
2 criteria Hoge Raad geldigheid arbeidsovereenkomst tussen partijen:
- Partijbedoeling > wat is er afgesproken/gedaan
- Feitelijke uitvoering > is er dagelijks concreet gehandeld zoals ze hebben afgesproken?
Gezagscriterium:
- Formeel > mate waarin de betreffende overeenkomst lijkt op de reguliere arbeidsovereenkomsten
in de organisatie (wie draagt eind verantwoordelijkheid, loonbetaling en continuïteit)
- Materieel > bevoegdheid om eenzijdige instructies te geven
Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs): rechten van werknemers waarborgen >
verschil gemaakt tussen arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van uitzendwerk (arbeid)
Driehoeksverhouding:
-Opdrachtgever = inlener (Bedrijf die iemand nodig heeft) arbeid verricht bij werkgever, geen
loonbetaling, wel gezagsverhouding
-Uitzendbureau = uitlener (Randstad)
-Uitzendkracht
Arbeidsovereenkomst? > Nee > arbeid wordt ook niet uitgevoerd bij werkgever dus geen
arbeidsovereenkomst
> het is een wetsontduiking
(7:690 en 691) + CAO (reparatie van het schema)
-Opdrachtgever en uitzendbureau: leenovereenkomst/overeenkomst van opdracht
-Opdrachtgever en uitzendkracht: feitelijke relatie, geen arbeidsovereenkomst
-Uitzendbureau en uitzendkracht: voorovereenkomst > moment van inschrijving bij uitzendbureau
Tussen uitzendkracht + uitzendbureau arbeidsovereenkomst zodra de uitzendkracht bij de
opdrachtgever gaat werken (tweefasetheorie)
ABU-cao (Algemene Bond Uitzendorganisaties): rechtspositie van de uitzendkracht met 3 fasen:
- 78 weken (1,5 jaar) waarin de uitzendkracht arbeid verricht > kan op ieder moment ontslag nemen
of ontslagen worden (binnen de eerste 26 weken) (uitzendbeding)
- 2 jaar > uitzendbeding geldt niet meer en overeenkomsten kunnen niet worden beëindigd > sprake
van een arbeidsovereenkomst
- na 2 jaar > in vaste dienst van bedrijf > uitzendkracht heeft een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd
Uitzendbeding: de opdrachtgever en uitzendkracht kunnen gedurende de eerste 26 weken ieder
moment een einde maken aan de gelding van de uitzendovereenkomst (7:691)
Delegatietheorie: de uitoefening van gezag kan periodiek worden overgedragen aan derden, dus
tevens aan een andere werkgever >
Nadelen uitzendkracht:
- Vrij duur door het betalen van bemiddelingskosten aan het uitzendbureau en uitzendkrachten
kennen het bedrijf in kwestie niet
2