Jeugd en Recht
Samenvatting
Voor pedagogische wetenschappen 2014-2015
,Hoofdstuk 1: Ter oriëntering
In dit hoofdstuk worden wat globale dingen gezegd die in de rest van het boek verder worden
uitgewerkt. Het gaat in eerste instantie over jeugdrecht, jeugdbescherming en
jeugdbeschermingsrecht, jeugdhulpverlening en jeugdwelzijnszorg en jeugdzorg.
Begripsaanduidingen:
• Jeugdrecht
Jeugdrecht: alle wettelijke bepalingen met betrekking tot minderjarigen, hun juridische relatie met
ouders en hun bijzondere positie in de maatschappij. Deze bepalingen zijn er op gericht de
jongeren optimale ontplooiingskansen en bescherming te bieden.
Tot het begrip jeugdrecht (zoals in dit boek) behoren:
Burgerlijk Wetboek (regelingen m.b.t. de rechtspositie, zoals minderjarigheid)
Burgerlijk Wetboek (bepalingen op grond waarvan een rechter kan ingrijpen in juridische
(en dus feitelijke) verhoudingen tussen ouders en kinderen
bepalingen van het jeugdstrafrecht en het jeugdstrafprocesrecht
bepalingen over de organisatie van de Nederlandse Jeugdzorg
Er is dus NIET sprake van een algemene wet op het Jeugdrecht. De basis van deze bepalingen is
neergelegd in de Kinderwetten van 1901 (in werking 1905).
• Jeugdbescherming en jeugdbeschermingsrecht
Jeugdbescherming: Alle bestaande vormen van hulpverlening voor die jongeren van wie de
ontwikkelingsmogelijkheden door bepaalde omstandigheden worden belemmerd. Hieronder valt
ook de hulpverlening aan minderjarigen die berust op een rechterlijke uitspraak gegeven krachtens
de Kinderwetten.
Onder jeugdbescherming vallen dus de maatschappelijke en culturele voorzieningen, maar
ook vormen van zorg voor jongeren die specifieke hulp nodig hebben.
→ De vroegere term ''kinderbescherming'' wordt tegenwoordig meer en meer vervangen door
''jeugdbescherming''. Het begrip kinderbescherming wordt alleen nog wel in wetgeving en in
benamingen van instanties gebruikt.
In de praktijk wordt het begrip jeugdbescherming vaak gebruikt voor de justitiële
jeugdbescherming, die eigenlijk daarvan alleen een onderdeel is.
Justitiële jeugdbescherming: vorm van hulpverlening aan minderjarigen die berust op een
rechterlijke uitspraak, gegeven krachtens bepalingen in de Kinderwetten. Het is dus gedwongen
hulpverlening door de rechter. Het Jeugdbeschermingsrecht heeft betrekking op deze vorm van
Jeugdbescherming. Instanties ten behoeve van de justitiële jeugdbescherming zijn:
– de kinderrechter
– de Raad van de Kinderbescherming
– instellingen die (gezins)voogdij uitvoeren
• Jeugdhulpverlening en jeugdwelzijnszorg
Jeugdhulpverlening: ''activiteiten die gericht zijn op het bij kinderen en jongeren voorkomen,
verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of
pedagogische aard die hun ontwikkeling naar de volwassenheid ONgunstig kunnen beïnvloeden.''
Hierbij gaat het dus om bijzondere zorg voor jongeren, en hieronder valt ook de hulp die door
justitiële instanties geboden wordt. De hulp kan ook gegeven worden aan meerderjarigen bij wie
de voortzetting van de hulp noodzakelijk is.
De jeugdhulpverlening is dus bestemd voor een bepaalde groep jongeren (namelijk die in
hun ontwikkeling worden bedreigd) die bijzondere bescherming nodig hebben. De
jeugdwelzijnszorg omvat alle voorzieningen op het gebied van verzorging en opvoeding, en is dus
, een breder begrip. Er bestaat een nauwe samenhang tussen alle voorzieningen binnen de
jeugdwelzijnszorg, daarom kan je de jeugdhulpverlening er ook niet los van zien. Samen staan ze
ook nauw in verband met de algemene zorg voor de mens en het welzijnsbeleid.
• Jeugdzorg
Jeugdzorg: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun (stief)ouders of anderen die een
jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, bij opgroei- en
opvoedingsproblemen of dreigende zodanige problemen.
Jeugdzorg wordt steeds meer gebruikt als term in plaats
van jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. Dit blijkt
ook uit bovenstaande definitie uit de Wet op de
Jeugdzorg. Daarnaast geeft deze definitie ook de grens
van de jeugdzorg aan, namelijk dat de jeugdzorg
instellingen er niet zijn om antwoord op simpele
opvoedingsvragen te geven.
Onder jeugdzorg (het is een ruim begrip) vallen:
psychosociale hulpverlening – vrijwillig
justitiële jeugdbescherming, ook wel justitiële
jeugdzorg – krachtens een rechterlijke uitspraak
justitiële jeugdbescherming in instellingen –
geplaatst via het Civielrecht
Jeugd-ggz en zorg voor jongeren met een verstandelijke beperking
ondersteuning aan jongeren – op basis van Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
zorg voor jongeren, zoals het algemeen maatschappelijk werk – op basis van Wet
collectieve preventie volksgezondheid
Op de meeste van deze vormen van jeugdzorg bestaan aanspraken. Aanspraken betekent dat je er
recht op hebt. Dit recht staat in de Wet op de jeugdzorg in de algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten (AWBZ) en in de beginselenwet justitiële inrichtingen. Alleen op de laatstgenoemde
twee vormen van jeugdzorg bestaat geen aanspraak, in de wetgeving staat dus geen recht op
ondersteuning op basis van Wmo.
Historisch overzicht:
• Tijd voor 1901
De huidige jeugdzorg vindt zijn oorsprong in de armenzorg en de bijzondere zorg voor jongeren
vanaf de 18e eeuw. De eerste vorm van armenzorg was voornamelijk materieel, men gaf
bijvoorbeeld eten en kleding. Dit was meer een gunst dan dat de armen hier recht op hadden. Dit
werd gedaan door de burgerij door sociale bewogenheid of door kerkelijke instanties (motieven
van religieuze aard). De staat had hierin dus nog geen rol.
De eerste zorg voor jongeren was vooral voor verwaarloosde en verweesde kinderen.
Kinderen werden te vondeling gelegd omdat de ouders te arm waren en daarnaast stierven ouders
ook jong waardoor kinderen geen verzorgers meer hadden. In de 18 e eeuw ontstonden nu naast de
weeshuizen ook instituten voor verwaarloosde kinderen, die werden gefinancierd en in stand
gehouden door de kerk, de stad of filantropische burgers. Nieuw hierbij was het zoeken naar een
pleeggezin. Pleeggezinnen werden vaak gevonden omdat dit vooral financieel gunstig was,
bijvoorbeeld als een extra hulp op de boerderij.
Het ontstaan van deze vormen van opvang had twee oorzaken:
1. er bestaat zoiets als een kindertijd, kind heeft opvang en verzorging nodig
2. de maatschappij heeft last van rondzwervende jongeren (diefstal, prostitutie etc.)
Samenvatting
Voor pedagogische wetenschappen 2014-2015
,Hoofdstuk 1: Ter oriëntering
In dit hoofdstuk worden wat globale dingen gezegd die in de rest van het boek verder worden
uitgewerkt. Het gaat in eerste instantie over jeugdrecht, jeugdbescherming en
jeugdbeschermingsrecht, jeugdhulpverlening en jeugdwelzijnszorg en jeugdzorg.
Begripsaanduidingen:
• Jeugdrecht
Jeugdrecht: alle wettelijke bepalingen met betrekking tot minderjarigen, hun juridische relatie met
ouders en hun bijzondere positie in de maatschappij. Deze bepalingen zijn er op gericht de
jongeren optimale ontplooiingskansen en bescherming te bieden.
Tot het begrip jeugdrecht (zoals in dit boek) behoren:
Burgerlijk Wetboek (regelingen m.b.t. de rechtspositie, zoals minderjarigheid)
Burgerlijk Wetboek (bepalingen op grond waarvan een rechter kan ingrijpen in juridische
(en dus feitelijke) verhoudingen tussen ouders en kinderen
bepalingen van het jeugdstrafrecht en het jeugdstrafprocesrecht
bepalingen over de organisatie van de Nederlandse Jeugdzorg
Er is dus NIET sprake van een algemene wet op het Jeugdrecht. De basis van deze bepalingen is
neergelegd in de Kinderwetten van 1901 (in werking 1905).
• Jeugdbescherming en jeugdbeschermingsrecht
Jeugdbescherming: Alle bestaande vormen van hulpverlening voor die jongeren van wie de
ontwikkelingsmogelijkheden door bepaalde omstandigheden worden belemmerd. Hieronder valt
ook de hulpverlening aan minderjarigen die berust op een rechterlijke uitspraak gegeven krachtens
de Kinderwetten.
Onder jeugdbescherming vallen dus de maatschappelijke en culturele voorzieningen, maar
ook vormen van zorg voor jongeren die specifieke hulp nodig hebben.
→ De vroegere term ''kinderbescherming'' wordt tegenwoordig meer en meer vervangen door
''jeugdbescherming''. Het begrip kinderbescherming wordt alleen nog wel in wetgeving en in
benamingen van instanties gebruikt.
In de praktijk wordt het begrip jeugdbescherming vaak gebruikt voor de justitiële
jeugdbescherming, die eigenlijk daarvan alleen een onderdeel is.
Justitiële jeugdbescherming: vorm van hulpverlening aan minderjarigen die berust op een
rechterlijke uitspraak, gegeven krachtens bepalingen in de Kinderwetten. Het is dus gedwongen
hulpverlening door de rechter. Het Jeugdbeschermingsrecht heeft betrekking op deze vorm van
Jeugdbescherming. Instanties ten behoeve van de justitiële jeugdbescherming zijn:
– de kinderrechter
– de Raad van de Kinderbescherming
– instellingen die (gezins)voogdij uitvoeren
• Jeugdhulpverlening en jeugdwelzijnszorg
Jeugdhulpverlening: ''activiteiten die gericht zijn op het bij kinderen en jongeren voorkomen,
verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of
pedagogische aard die hun ontwikkeling naar de volwassenheid ONgunstig kunnen beïnvloeden.''
Hierbij gaat het dus om bijzondere zorg voor jongeren, en hieronder valt ook de hulp die door
justitiële instanties geboden wordt. De hulp kan ook gegeven worden aan meerderjarigen bij wie
de voortzetting van de hulp noodzakelijk is.
De jeugdhulpverlening is dus bestemd voor een bepaalde groep jongeren (namelijk die in
hun ontwikkeling worden bedreigd) die bijzondere bescherming nodig hebben. De
jeugdwelzijnszorg omvat alle voorzieningen op het gebied van verzorging en opvoeding, en is dus
, een breder begrip. Er bestaat een nauwe samenhang tussen alle voorzieningen binnen de
jeugdwelzijnszorg, daarom kan je de jeugdhulpverlening er ook niet los van zien. Samen staan ze
ook nauw in verband met de algemene zorg voor de mens en het welzijnsbeleid.
• Jeugdzorg
Jeugdzorg: ondersteuning van en hulp aan jeugdigen, hun (stief)ouders of anderen die een
jeugdige als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden, bij opgroei- en
opvoedingsproblemen of dreigende zodanige problemen.
Jeugdzorg wordt steeds meer gebruikt als term in plaats
van jeugdbescherming en jeugdhulpverlening. Dit blijkt
ook uit bovenstaande definitie uit de Wet op de
Jeugdzorg. Daarnaast geeft deze definitie ook de grens
van de jeugdzorg aan, namelijk dat de jeugdzorg
instellingen er niet zijn om antwoord op simpele
opvoedingsvragen te geven.
Onder jeugdzorg (het is een ruim begrip) vallen:
psychosociale hulpverlening – vrijwillig
justitiële jeugdbescherming, ook wel justitiële
jeugdzorg – krachtens een rechterlijke uitspraak
justitiële jeugdbescherming in instellingen –
geplaatst via het Civielrecht
Jeugd-ggz en zorg voor jongeren met een verstandelijke beperking
ondersteuning aan jongeren – op basis van Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
zorg voor jongeren, zoals het algemeen maatschappelijk werk – op basis van Wet
collectieve preventie volksgezondheid
Op de meeste van deze vormen van jeugdzorg bestaan aanspraken. Aanspraken betekent dat je er
recht op hebt. Dit recht staat in de Wet op de jeugdzorg in de algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten (AWBZ) en in de beginselenwet justitiële inrichtingen. Alleen op de laatstgenoemde
twee vormen van jeugdzorg bestaat geen aanspraak, in de wetgeving staat dus geen recht op
ondersteuning op basis van Wmo.
Historisch overzicht:
• Tijd voor 1901
De huidige jeugdzorg vindt zijn oorsprong in de armenzorg en de bijzondere zorg voor jongeren
vanaf de 18e eeuw. De eerste vorm van armenzorg was voornamelijk materieel, men gaf
bijvoorbeeld eten en kleding. Dit was meer een gunst dan dat de armen hier recht op hadden. Dit
werd gedaan door de burgerij door sociale bewogenheid of door kerkelijke instanties (motieven
van religieuze aard). De staat had hierin dus nog geen rol.
De eerste zorg voor jongeren was vooral voor verwaarloosde en verweesde kinderen.
Kinderen werden te vondeling gelegd omdat de ouders te arm waren en daarnaast stierven ouders
ook jong waardoor kinderen geen verzorgers meer hadden. In de 18 e eeuw ontstonden nu naast de
weeshuizen ook instituten voor verwaarloosde kinderen, die werden gefinancierd en in stand
gehouden door de kerk, de stad of filantropische burgers. Nieuw hierbij was het zoeken naar een
pleeggezin. Pleeggezinnen werden vaak gevonden omdat dit vooral financieel gunstig was,
bijvoorbeeld als een extra hulp op de boerderij.
Het ontstaan van deze vormen van opvang had twee oorzaken:
1. er bestaat zoiets als een kindertijd, kind heeft opvang en verzorging nodig
2. de maatschappij heeft last van rondzwervende jongeren (diefstal, prostitutie etc.)