Wereldwijs samenvatting:
Taaldenken en geschiedenis
Taaldenkgesprekken zouden vaker in geschiedenislessen moeten worden gevoerd. Met
uitdagende taaldenkgesprekken bereiken we in het basisonderwijs twee hoofddoelen: het
stimuleren van de denk- en de taalontwikkeling van kinderen. Dat betekend dat het niet
alleen om een activiteit binnen het vak taal gaat. Juist ook bij de andere vakgebieden,
zorgen taaldenkgesprekken ervoor dat kinderen meer inzicht krijgen in het onderwerp
waarover wordt gepraat.
In het lectoraat van de Marnix academie hebben we door middel van ontwerponderzoek
een didactisch model ontwikkeld waarin interactie gecombineerd is met een van de
zaakvakken, namelijk geschiedenis. Door in gesprek te gaat over historische
onderwerpen stimuleren leerkrachten het historisch denken en redeneren van hun
leerlingen.
Binnen het geschiedenisonderwijs draait het om het bevorderen van het historisch besef.
Centraal hierbij staat de samenhang tussen het verleden, heden en de toekomst. Een
dergelijk besef kan niet zomaar op de leerlingen over worden gedragen, maar zal door
middel van gerichte didactiek ontwikkeld moeten worden. Daarin moet niet alleen
aandacht worden besteed aan het bijbrengen van
historische feitenkennis, maar ook aqan de betekenis en
zingeving ervan. Geschiedenisonderwijs moet leerlingen
dan ook de ruimte bieden de werkelijkheid te
interpreteren en hun positie daarin te bepalen. Historisch
denken en redeneren speelt binnen dit complexe proces
een belangrijke rol. Van Boxtel en van Drie hebben zich
intensief bezigghouden met de vraag wat er onder
historisch denken en redeneren moet verstaan. Volgens
hen is het ene waarneembare activiteit in gesproken of
geschreven woorden waarin historische kennis,
vaardigheden en besef van de aard van de discipline
geschiedenis tot uitdrukking komen. Beiden zien het als
een vaardigheid waar tijdens geschiedenisactiviteiten in
de klas actief aan gewerkt kan worden. Zij hebben een
analysemodel ontwikkeld op grond van onderzoek in het
voortgezet onderwijs. Over historisch redeneren in het
primair onderwijs en hoe leerkrachten dat kunnen
stimuleren is nog niet veel bekend.
Wanneer de leerkracht met leerlingen in gesprek gaat
tijdens geschiedenislessen, worden leerlingen uitgenodigd
om historische gebeurtenissen, onderwerpen en personen
te beschrijven, vergelijken en of verklaren. Leerlingen
denken dan actief na over historische themas, wisselen
standpunten en argumenten met elkaar uit en proberen na te gaan op grond waarvan
historische ontwikkelingen in gang worden gezet. Verleden eigen maken is het doel, dit
vergt veel inzet en oefening van de leerkracht.
Hoe kan een leerkracht ervoor zorgen dat kinderen historisch gaan denken en redeneren?
Er is een didactiekmodel waarin vier hoofdelementen de aandacht van de leerkracht
opeisen: krachtige kwesties, interactievaardigheden, historische context en explicitering
van denkstappen. Deze elementen staan niet los van elkaar, ze versterken elkaar.
Taaldenkgesprekken dagen kinderen uit om met elkaar en hun leerkracht na te denken
over een kwestie. Die kwestie moet dan wel uitdagend genoeg zijn om veel argumenten
en redeneringen uit te lokken, om vanuit verschillende gezichtspunten te bespreken en
om tot diverse oplossingen te komen. Doordat leerlingen over een kwestie denken en
praten bouwen ze inzicht en kennis op over de kwestie. Ook verwerven ze de
academische taal die nodig is voor redeneren en argumenteren, taal die ze ook bij andere
vakken nodig hebben. Bovendien krijgen ze ook inzicht op vakspecifieke concepten, zoals
tijd/ en standplaatsgebondenheid, continuìteit en causualiteit. Zo worden de
denkontwikkeling en de taalontwikkeling bevorderd.
Taaldenken en geschiedenis
Taaldenkgesprekken zouden vaker in geschiedenislessen moeten worden gevoerd. Met
uitdagende taaldenkgesprekken bereiken we in het basisonderwijs twee hoofddoelen: het
stimuleren van de denk- en de taalontwikkeling van kinderen. Dat betekend dat het niet
alleen om een activiteit binnen het vak taal gaat. Juist ook bij de andere vakgebieden,
zorgen taaldenkgesprekken ervoor dat kinderen meer inzicht krijgen in het onderwerp
waarover wordt gepraat.
In het lectoraat van de Marnix academie hebben we door middel van ontwerponderzoek
een didactisch model ontwikkeld waarin interactie gecombineerd is met een van de
zaakvakken, namelijk geschiedenis. Door in gesprek te gaat over historische
onderwerpen stimuleren leerkrachten het historisch denken en redeneren van hun
leerlingen.
Binnen het geschiedenisonderwijs draait het om het bevorderen van het historisch besef.
Centraal hierbij staat de samenhang tussen het verleden, heden en de toekomst. Een
dergelijk besef kan niet zomaar op de leerlingen over worden gedragen, maar zal door
middel van gerichte didactiek ontwikkeld moeten worden. Daarin moet niet alleen
aandacht worden besteed aan het bijbrengen van
historische feitenkennis, maar ook aqan de betekenis en
zingeving ervan. Geschiedenisonderwijs moet leerlingen
dan ook de ruimte bieden de werkelijkheid te
interpreteren en hun positie daarin te bepalen. Historisch
denken en redeneren speelt binnen dit complexe proces
een belangrijke rol. Van Boxtel en van Drie hebben zich
intensief bezigghouden met de vraag wat er onder
historisch denken en redeneren moet verstaan. Volgens
hen is het ene waarneembare activiteit in gesproken of
geschreven woorden waarin historische kennis,
vaardigheden en besef van de aard van de discipline
geschiedenis tot uitdrukking komen. Beiden zien het als
een vaardigheid waar tijdens geschiedenisactiviteiten in
de klas actief aan gewerkt kan worden. Zij hebben een
analysemodel ontwikkeld op grond van onderzoek in het
voortgezet onderwijs. Over historisch redeneren in het
primair onderwijs en hoe leerkrachten dat kunnen
stimuleren is nog niet veel bekend.
Wanneer de leerkracht met leerlingen in gesprek gaat
tijdens geschiedenislessen, worden leerlingen uitgenodigd
om historische gebeurtenissen, onderwerpen en personen
te beschrijven, vergelijken en of verklaren. Leerlingen
denken dan actief na over historische themas, wisselen
standpunten en argumenten met elkaar uit en proberen na te gaan op grond waarvan
historische ontwikkelingen in gang worden gezet. Verleden eigen maken is het doel, dit
vergt veel inzet en oefening van de leerkracht.
Hoe kan een leerkracht ervoor zorgen dat kinderen historisch gaan denken en redeneren?
Er is een didactiekmodel waarin vier hoofdelementen de aandacht van de leerkracht
opeisen: krachtige kwesties, interactievaardigheden, historische context en explicitering
van denkstappen. Deze elementen staan niet los van elkaar, ze versterken elkaar.
Taaldenkgesprekken dagen kinderen uit om met elkaar en hun leerkracht na te denken
over een kwestie. Die kwestie moet dan wel uitdagend genoeg zijn om veel argumenten
en redeneringen uit te lokken, om vanuit verschillende gezichtspunten te bespreken en
om tot diverse oplossingen te komen. Doordat leerlingen over een kwestie denken en
praten bouwen ze inzicht en kennis op over de kwestie. Ook verwerven ze de
academische taal die nodig is voor redeneren en argumenteren, taal die ze ook bij andere
vakken nodig hebben. Bovendien krijgen ze ook inzicht op vakspecifieke concepten, zoals
tijd/ en standplaatsgebondenheid, continuìteit en causualiteit. Zo worden de
denkontwikkeling en de taalontwikkeling bevorderd.