Functies van hoger beroep
Er zijn een aantal belangrijke functies van hoger beroep te onderscheiden.
Allereerst de bescherming van willekeur door de rechter. Ten tweede de mogelijkheid van
correctie. Ten derde een mogelijk andere kijk op de kern van de zaak, zodat partijen in de
herkansing kunnen gaan. Ten vierde rechtseenheid en rechtsontwikkeling en als laatste het
bevorderen van het gezag van het rechterlijk oordeel.
Procedure in hoger beroep
De vraag of er überhaupt hoger beroep openstaat dient als eerste beantwoord te worden (404
Sv). Als een rechter iemand veroordeeld voor een misdrijf, dan kan altijd hoger beroep
ingesteld worden. Bij de veroordeling voor een overtreding kan ook hoger beroep ingesteld
worden, behalve wanneer de rechter geen straf of maatregel heeft opgelegd óf een geldboete
van € 50,- of lager. De uitspraak van de rechter is dan definitief. Het hof neemt het hoger
beroep niet altijd in behandeling. Dit heet het verlofstelsel. In bepaalde gevallen beoordeelt
het gerechtshof eerst op basis van de stukken in het strafdossier, of er voldoende belang is om
een zaak opnieuw te behandelen. Vervolgens zal worden gekeken of hoger beroep ook
wenselijk is (NJ 2013/467).
Hoe stel je hoger beroep in?
Hoger beroep wordt ingesteld bij de griffie van de rechtbank die de uitspraak heeft gedaan en
daar wordt dan de appelakte opgemaakt. Bij het instellen van hoger beroep moet duidelijk
worden aangegeven en gemotiveerd waarom iemand het niet eens is met de uitspraak van de
rechtbank. In een aantal gevallen wordt het ingestelde hoger beroep slechts aanhangig
gemaakt en behandeld indien dit naar het oordeel van de voorzitter van het gerechtshof in het
belang van een goede rechtsbedeling is vereist. De voorzitter van het gerechtshof vormt dit
oordeel niet op een zitting, maar uitsluitend op basis van de stukken. Wanneer de voorzitter
van het gerechtshof oordeelt dat een zaak in hoger beroep niet zal worden behandeld, kan
daartegen geen bezwaar meer worden gemaakt en is de zaak onherroepelijk.
De termijn voor het instellen van hoger beroep is veertien dagen (408 sv).
De uitspraak in hoger beroep wordt vervat in een arrest.
Aard van het hoger beroep
Zoals we in een eerdere week al zagen richt het hoger beroep zich alleen op bepaalde punten,
dit wordt het voortbouwend appel genoemd (415 lid 2 Sv). Nederland kent geen zuiver
grievenstelsel.
,Kenmerken van appel
In beginsel wordt de zaak volledig opnieuw onderzocht. Fouten kunnen worden hersteld.
Nader bekend geworden gegevens kunnen bij het onderzoek worden betrokken. De grieven
zijn leidend voor het hoger beroep. In hoger beroep staat de tenlastelegging centraal en niet de
bewezenverklaring.
Verhouding tussen hoger beroep en eerste aanleg
De zitting is grotendeels hetzelfde evenals het bewijsstelsel. Er moet in hoger beroep worden
gerespondeerd op (bewijs)verweren (art. 358, 359, 359a en 360 Sv). De tenlastelegging mag
in hoger beroep worden gewijzigd.
Bewijs in hoger beroep
In hoger beroep kan nieuw bewijs en kunnen nieuwe bescheiden van overtuiging worden
overgelegd (414 Sv). Nieuw onderzoek kan geschieden op grond van 315/316 en 420 Sv.
Wanneer moet de appelrechter een getuige doen oproepen?
De getuige die in het opsporingsonderzoek (bij politie) wel belastend verklaard heeft, maar
vervolgens bij rechter niet meer of ontlastend verklaart, moet (ook) in hoger beroep worden
opgeroepen (door AG of hof) → maar alleen als die verklaring het enige bewijs is waaruit
verdachtes betrokkenheid bij het ten laste gelegde feit rechtstreeks kan volgen
HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2753 en 2755
Deze arresten bevatten een belangrijke nuancering
Gebruik van bij de politie afgelegde, nadien bij de R-C of ttz. ingetrokken,
getuigenverklaringen voor het bewijs. Voortbouwend appel. Verplichting tot oproeping van
de betreffende getuige. De HR ziet in ‘voortbouwend appel’ aanleiding de regels gesteld in
ECLI:NL:HR:1994:AB7528, NJ 1994/427, wat betreft de appelfase, te nuanceren.
Met een ‘voortbouwend appel’ valt immers niet goed te verenigen dat de rechter in h.b. steeds
ambtshalve als getuige moet oproepen de persoon wiens in het opsporingsonderzoek
afgelegde belastende verklaring, welke tijdens een verhoor door de R-C of tijdens de tz. in e.a.
is ingetrokken, het enige bewijsmiddel is waaruit de betrokkenheid van vd bij het tlgd.
rechtstreeks kan volgen. Het ligt bij voortbouwend appel in de rede dat het aan de
procespartijen en de appelrechter wordt overgelaten te beoordelen of een zorgvuldige
totstandkoming van het rechterlijk bewijsoordeel eist dat die persoon op de tz. als getuige
wordt gehoord.
Het Hof heeft vastgesteld dat X, nadat zij t.o.v. de politie de bedoelde verklaringen had
afgelegd, door de R-C is gehoord en t.o.v. deze die eerder afgelegde verklaringen heeft
gewijzigd en een op essentiële punten vd ontlastende, nadere verklaring heeft afgelegd. I.c.
doet zich hier, gelet op de verklaring van Y, niet de situatie voor dat de tegenover de politie
afgelegde verklaringen van X het enige bewijsmiddel is waaruit de betrokkenheid van vd bij
het tlgd. rechtstreeks kan volgen. Deze zaak moet niettemin met zodanige situatie op één lijn
worden gesteld, nu deze wordt gekenmerkt door de bijz. omst. dat de verklaring van Y
omtrent de betrokkenheid van vd bij het tlgd. uitsluitend is gebaseerd op hetgeen X haar heeft
meegedeeld, terwijl X kort daarop bij de politie haar - nadien ingetrokken - verklaring omtrent
die betrokkenheid heeft afgelegd.
, Het p-v van de tz. in h.b. houdt in dat vd aldaar is verschenen en ook zijn raadsvrouwe
aanwezig was. Het p-v houdt niet in dat aldaar door of namens vd is verzocht X als getuige op
te roepen met het oog op het tlgd., zodat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat een
zodanig verzoek niet is gedaan. Evenmin heeft het Hof ambtshalve de oproeping van X als
getuige ttz. bevolen. ’s Hofs oordeel dat diens in het opsporingsonderzoek afgelegde
verklaringen voor het bewijs van het tlgd. kunnen worden gebruikt, getuigt niet van een
onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Cag: anders.
Nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging
Of nieuwe bescheiden en stukken overgelegd mogen worden is afhankelijk van geval tot
geval. Gekeken moet worden naar de belastende of ontlastende aard van de stukken. Indien
het om belastende stukken gaat moet een afweging worden gemaakt op basis van de
complexiteit van de zaak en het stadium waarin de procedure zich bevindt.
Stukken die in eerste aanleg zijn voorgehouden hoeven in beginsel niet opnieuw in hoger
beroep voorgehouden te worden (417 sv).
Cassatie
Het tweede gedeelte van het hoorcollege gaat over cassatie.
Doel van het rechtsmiddel cassatie is het bevorderen van rechtsbescherming, rechtseenheid en
rechtsvorming. Over het laatste punt bestaat nog wat discussie of dat acceptabel is.
Procedure in cassatie
Ook in cassatie is de eerste vraag of er überhaupt cassatie openstaat (427 Sv). in artikel 429
Sv. staan de beperking van cassatie. De termijn voor het instellen van cassatie is geregeld in
art. 432 Sv (veertien dagen).
Hoe stel je cassatie in?
Cassatie wordt ingesteld bij de griffie van het gerechtshof. Vervolgens worden er stukken bij
de Hoge Raad ingediend. Wanneer er een brief komt met de mededeling dat de zaak is
binnengekomen, dan gaat de termijn van 60 dagen lopen voor het opstellen van een
cassatieschriftuur. Wordt deze termijn overschreven dan leidt dit tot niet-ontvankelijkheid. De
schriftuur moet verplicht door een advocaat worden opgesteld. Na deze 60 dagen zal de zaak
op zitting worden gebracht en zal er een rechtsdag volgen waarop de AG een conclusie moet
nemen.
Borgersbrief
Als de AG adviseert om één of meer cassatiemiddelen te verwerpen, dan bestaat nog de
mogelijkheid voor de cassatieadvocaat om een reactie te geven op deze conclusie. Op grond
van art. 439 lid 5 Sv moet de brief twee weken na verzending van de conclusie bij de HR
binnen zijn.
Uitgangspunten cassatie
De selectie van bewijsmiddelen is aan de feitenrechter. In cassatie wordt niet naar de feiten
gekeken. De stukken van het geding zijn leidend (434 Sv).De HR toetst de beslissing van de
lagere rechter en neemt zelden een eindbeslissing (440 Sv). Het arrest van het hof staat
centraal en ten aanzien van het bewijs vooral de bewezenverklaring.