Biologie h3 onderzoek doen ( 4 Havo )
voedselvergiftiging ontstaat door giftige afvalstoffen van ziekteverwekkers.
Bij een voedselinfectie zijn de darmen ontstoken.
organismen worden in 4 rijken op gedeeld:
planten, dieren, schimmels en bacteriën
deze indeling is gebaseerd op de bouw van een cel. Virussen vertonen niet
alle levenskenmerken.
Prokaryoot: organisme met een eencellig organisme.
Eukaryoot: Een cel met een aparte celkern waarin het DNA ligt
alle cellen van dieren, planten, algen en schimmels zijn eukaryoot.
autotroof voeding bestaat hier alleen uit anorganische stoffen
anorganische stoffen zijn: C, H, O, (N) ‘’ze zijn energierijk’’
heterotroof= organische stoffen
( anorganisch)
verteerd
opbouw lichaamseigen organische stoffen
voedselbederf
1) Conserveren daarmee hou je de bacteriën weg door vriezen, drogen,
roken, verhitten, doorstralen of koelen. steriliseren, pasteuren ( UHI
techniek)
2) Zout maken, zoet zuur onttrekken H2O aan bacteriën en schimmels
3) Conserveermiddelen
4) Vacuüm
5) Gas
, Onderzoek:
1) onderzoeksvraag is ( doel van de proef)
2) hypothese ( veronderstelling ) als bewering
3) materiaal
4) methode ( =werkwijze) tekening?
5) resultaten in tabel of grafiek etc.
6) conclusie ( klopt hypothese )
7) reflectie ( alleen als het mis is gegaan)
celmembraan
Fosfolipiden
-eiwitten
-diffusie= verplaatsing van stoffen in de richting van de laagste concentratie tot
het overal gelijk is
diffusie is afhankelijk van de afstand
-ook afhankelijk van de concentratie verschil en van het oppervlak
osmose= verplaatsen van water in de richting van de hoogste concentratie
opgeloste stof.
hoge concentratie= hypertoon
lage concentratie = hypotoon
transport door celmembranen
kort
concentratie zout
turqor
lang grensplasmolyse plasmolyse
voedselvergiftiging ontstaat door giftige afvalstoffen van ziekteverwekkers.
Bij een voedselinfectie zijn de darmen ontstoken.
organismen worden in 4 rijken op gedeeld:
planten, dieren, schimmels en bacteriën
deze indeling is gebaseerd op de bouw van een cel. Virussen vertonen niet
alle levenskenmerken.
Prokaryoot: organisme met een eencellig organisme.
Eukaryoot: Een cel met een aparte celkern waarin het DNA ligt
alle cellen van dieren, planten, algen en schimmels zijn eukaryoot.
autotroof voeding bestaat hier alleen uit anorganische stoffen
anorganische stoffen zijn: C, H, O, (N) ‘’ze zijn energierijk’’
heterotroof= organische stoffen
( anorganisch)
verteerd
opbouw lichaamseigen organische stoffen
voedselbederf
1) Conserveren daarmee hou je de bacteriën weg door vriezen, drogen,
roken, verhitten, doorstralen of koelen. steriliseren, pasteuren ( UHI
techniek)
2) Zout maken, zoet zuur onttrekken H2O aan bacteriën en schimmels
3) Conserveermiddelen
4) Vacuüm
5) Gas
, Onderzoek:
1) onderzoeksvraag is ( doel van de proef)
2) hypothese ( veronderstelling ) als bewering
3) materiaal
4) methode ( =werkwijze) tekening?
5) resultaten in tabel of grafiek etc.
6) conclusie ( klopt hypothese )
7) reflectie ( alleen als het mis is gegaan)
celmembraan
Fosfolipiden
-eiwitten
-diffusie= verplaatsing van stoffen in de richting van de laagste concentratie tot
het overal gelijk is
diffusie is afhankelijk van de afstand
-ook afhankelijk van de concentratie verschil en van het oppervlak
osmose= verplaatsen van water in de richting van de hoogste concentratie
opgeloste stof.
hoge concentratie= hypertoon
lage concentratie = hypotoon
transport door celmembranen
kort
concentratie zout
turqor
lang grensplasmolyse plasmolyse