H2 SOORTEN EN RELATIES ( 4 HAVO)
ecologie relaties tussen soorten en de omgeving
je hebt twee soorten milieu factoren: abiotische en biotische
factoren
-Abiotische factoren= alles wat niet levend is zoals: water,
temperatuur en lucht
-Biotische factoren= zijn ziektes, voedsel en andere organismen
tolerantie= vermogen van een soort om schommelingen in abiotische
en (soms biotische) factoren op te vangen
(bron 1 optimumkromme)
- Hoe groter het tolerantie gebied hoe groter de spreiding
-naamspreiding van organismen dubbele Latijnse naam
-Ordening indeling op grond van gemeenschappelijke kenmerken
Er zijn 4 rijken:
-plantenrijk
-Dierenrijk
-Schimmels
-Bacteriën
Haas
Rijk: Dieren familie: de hazen
Stam: choradieren Geslacht: leptus
Onderstam: gewervelden Soort leptus: (leptus) Europeus
Klasse: zoogdieren
Orde: haasachtigen
Elke soort heeft een wetenschappelijke naam die bestaat uit twee
, delen: de geslachtsnaam en de soortaanduiding. Soorten vormen
geslachten, geslachten vormen families, families vormen orden.
Biotische en abiotische factoren beïnvloeden organismen. Voor
abiotische factoren heeft elk organisme een eigen tolerantiegebied.
2.2
-In een monocultuur staan planten van een soort of planten van een
kloon. Een kloon ontstaat door ongeslachtelijke voortplanting
Populatie= 1 soort in een bepaald gebied
(voordeel) (nadeel)
-Een monocultuur: -Efficiënt -Eerder een plaag
-Goedkoper -Veel bestrijdingsmiddelen nodig
(bron 4) is er sprake van een exoot, het is een plant/dier die door
de mens naar een ander gebied is gebracht.
Nadeel van een exoot: -Ze kunnen voor een plaag zorgen
-Ze kunnen ziektes met zich meebrengen
bijvoorbeeld: waterpest of coloradokevers
De grootte van een populatie
-tellen
-schatting
-vangst terugvangst methode
Draagkracht= max grootte van een populatie dat een gebied kan
hebben. (zodat er geen schade ontstaat) Bron 6
ecologie relaties tussen soorten en de omgeving
je hebt twee soorten milieu factoren: abiotische en biotische
factoren
-Abiotische factoren= alles wat niet levend is zoals: water,
temperatuur en lucht
-Biotische factoren= zijn ziektes, voedsel en andere organismen
tolerantie= vermogen van een soort om schommelingen in abiotische
en (soms biotische) factoren op te vangen
(bron 1 optimumkromme)
- Hoe groter het tolerantie gebied hoe groter de spreiding
-naamspreiding van organismen dubbele Latijnse naam
-Ordening indeling op grond van gemeenschappelijke kenmerken
Er zijn 4 rijken:
-plantenrijk
-Dierenrijk
-Schimmels
-Bacteriën
Haas
Rijk: Dieren familie: de hazen
Stam: choradieren Geslacht: leptus
Onderstam: gewervelden Soort leptus: (leptus) Europeus
Klasse: zoogdieren
Orde: haasachtigen
Elke soort heeft een wetenschappelijke naam die bestaat uit twee
, delen: de geslachtsnaam en de soortaanduiding. Soorten vormen
geslachten, geslachten vormen families, families vormen orden.
Biotische en abiotische factoren beïnvloeden organismen. Voor
abiotische factoren heeft elk organisme een eigen tolerantiegebied.
2.2
-In een monocultuur staan planten van een soort of planten van een
kloon. Een kloon ontstaat door ongeslachtelijke voortplanting
Populatie= 1 soort in een bepaald gebied
(voordeel) (nadeel)
-Een monocultuur: -Efficiënt -Eerder een plaag
-Goedkoper -Veel bestrijdingsmiddelen nodig
(bron 4) is er sprake van een exoot, het is een plant/dier die door
de mens naar een ander gebied is gebracht.
Nadeel van een exoot: -Ze kunnen voor een plaag zorgen
-Ze kunnen ziektes met zich meebrengen
bijvoorbeeld: waterpest of coloradokevers
De grootte van een populatie
-tellen
-schatting
-vangst terugvangst methode
Draagkracht= max grootte van een populatie dat een gebied kan
hebben. (zodat er geen schade ontstaat) Bron 6