Samenvatting natuurkunde (4 havo)
bewegen in grafieken
Snelheid= afstand die af word gelegd in een bepaalde tijd
x 3,6
V= s ÷ t v=snelheid
m/s km/h s=afstand
t = tijd
÷ 3,6
Bijv.
Kim gaat met de brommer naar school de afstand van school naar huis is 15
km, hij doet hier 20 min over
bereken de snelheid
V= s ÷ t v= 15000 ÷ 1200 = 12 m/s
Plaats/tijds grafiek ( x, t) – grafiek
x = de plaats in meters
s = de afstand ( afgelegde weg ) in meters
V= x ÷ T
V gem = ( gemiddelde) snelheid gebruik je bij geen rechte lijn (grafiek)
de snelheid op een tijdstip kan je bepalen met een raaklijn
X 1 = constante vooruit
2= stilstand
3= constante vooruit
4= constante beweging achteruit
5= constante beweging vooruit
Y
, Snelheidsgrafieken
versnelling = toename/afname van de snelheid per tijdseenheid
a = v ÷ T = 10 ÷ 2 = 5 m/s2
als de lijn in een v, t grafiek een kromme is ( geen recht
stijgende/dalende/constante) lijn
teken je een raaklijn om de versnelling te bepalen op een tijdstip.
Verplaatsing in een snelheidsgrafiek
10 10 10
v(m/s) v (m/s) v (m/s)
1 2 3
5 5 5
t (s) t (s) t (s)
1 S= 5 x 10=50m 2 S= 1/2 x 5 x 10= 25m 3= hokjes tellen of
S= V gem x t schatting maken door
V gem = 1/2 (V b + V e ) te maken
Y
bewegen in grafieken
Snelheid= afstand die af word gelegd in een bepaalde tijd
x 3,6
V= s ÷ t v=snelheid
m/s km/h s=afstand
t = tijd
÷ 3,6
Bijv.
Kim gaat met de brommer naar school de afstand van school naar huis is 15
km, hij doet hier 20 min over
bereken de snelheid
V= s ÷ t v= 15000 ÷ 1200 = 12 m/s
Plaats/tijds grafiek ( x, t) – grafiek
x = de plaats in meters
s = de afstand ( afgelegde weg ) in meters
V= x ÷ T
V gem = ( gemiddelde) snelheid gebruik je bij geen rechte lijn (grafiek)
de snelheid op een tijdstip kan je bepalen met een raaklijn
X 1 = constante vooruit
2= stilstand
3= constante vooruit
4= constante beweging achteruit
5= constante beweging vooruit
Y
, Snelheidsgrafieken
versnelling = toename/afname van de snelheid per tijdseenheid
a = v ÷ T = 10 ÷ 2 = 5 m/s2
als de lijn in een v, t grafiek een kromme is ( geen recht
stijgende/dalende/constante) lijn
teken je een raaklijn om de versnelling te bepalen op een tijdstip.
Verplaatsing in een snelheidsgrafiek
10 10 10
v(m/s) v (m/s) v (m/s)
1 2 3
5 5 5
t (s) t (s) t (s)
1 S= 5 x 10=50m 2 S= 1/2 x 5 x 10= 25m 3= hokjes tellen of
S= V gem x t schatting maken door
V gem = 1/2 (V b + V e ) te maken
Y