SCHEIKUNDE SAMENVATTING H4
4.1
vanderwaalskracht= in vloeibare fase trekken moleculen elkaar aan.
Vanderwaalsbinding= binding die ontstaat uit vanderwaalskracht tussen
moleculen.
4.2
Polaire atoombinding= gemeenschappelijk elektronenpaar door het ene atoom
sterker word aangetrokken dan het andere atoom.
waterstofbrug (H-Brug)= Kleine negatieve lading op het O of N atoom van het
ene molecuul kan een binding vormen met de kleine positieve lading op het H-
atoom van een ander molecuul.
4.3
hydrofiel= moleculaire stoffen die op kunnen lossen in water..
Hydrofoob= moleculaire stoffen die niet of slecht kunnen oplossen in water.
Oplosbaarheid= de maximale hoeveelheid die is op te lossen in een stof van
100 gram.
Onverzadigd= minder dan de maximale hoeveelheid van wat je kunt oplossen
in de stof. De oplossing is dan onverzadigd.
Verzadigd= Als je de maximale hoeveelheid van een stof hebt opgelost in een
vloeistof.
-Hydrofiele stoffen mengen onderling goed
-Hydrofobe stoffen mengen onderling goed
-Hydrofiele stoffen mengen slecht met hydrofobe stoffen
Schuim= Een mengsel van gas fijn verdeeld in een vloeistof
Nevel= Een mengsel van vloeistof fijn verdeeld in gas
Rook= Een mengsel van een vaste stof verdeeld in een gas
4.1
vanderwaalskracht= in vloeibare fase trekken moleculen elkaar aan.
Vanderwaalsbinding= binding die ontstaat uit vanderwaalskracht tussen
moleculen.
4.2
Polaire atoombinding= gemeenschappelijk elektronenpaar door het ene atoom
sterker word aangetrokken dan het andere atoom.
waterstofbrug (H-Brug)= Kleine negatieve lading op het O of N atoom van het
ene molecuul kan een binding vormen met de kleine positieve lading op het H-
atoom van een ander molecuul.
4.3
hydrofiel= moleculaire stoffen die op kunnen lossen in water..
Hydrofoob= moleculaire stoffen die niet of slecht kunnen oplossen in water.
Oplosbaarheid= de maximale hoeveelheid die is op te lossen in een stof van
100 gram.
Onverzadigd= minder dan de maximale hoeveelheid van wat je kunt oplossen
in de stof. De oplossing is dan onverzadigd.
Verzadigd= Als je de maximale hoeveelheid van een stof hebt opgelost in een
vloeistof.
-Hydrofiele stoffen mengen onderling goed
-Hydrofobe stoffen mengen onderling goed
-Hydrofiele stoffen mengen slecht met hydrofobe stoffen
Schuim= Een mengsel van gas fijn verdeeld in een vloeistof
Nevel= Een mengsel van vloeistof fijn verdeeld in gas
Rook= Een mengsel van een vaste stof verdeeld in een gas