Samengestelde zinnen
De samengestelde zin
Als een zin maar 1 pv heeft, is het een enkelvoudige zin. Heeft het meerdere pv’s dan is het een
samengestelde zin. Samengestelde zinnen kunnen bestaan uit gelijkwaardige delen of uit
ongelijkwaardige delen. Als de delen gelijkwaardig zijn, kunnen ze ieder apart en zelfstandig als zin
worden opgeschreven. Het verband tussen de delen is nevenschikkend. Wanneer de delen van de
samengestelde zin ongelijkwaardig zijn, kun je niet elk deel als zelfstandige zin opschrijven. Dit
verband noemen we onderschikkend.
De hoofdzin en de bijzin
Het voornaamste kenmerk van de hoofdzin is:
Onderwerp en pv staan bijna altijd naast elkaar en kunnen niet gescheiden worden door
andere zinsdelen.
De voornaamste kenmerken van de bijzin zijn:
Onderwerp en pv zijn gescheiden of kunnen gescheiden worden door andere zinsdelen.
De hele bijzin kan meestal vervangen worden door 1 woord.
De onderwerpszin
Bij een onderwerpszin is de bijzin het onderwerp van de hele samengestelde zin. Soms staat de
onderwerpszin aan het eind van de samengestelde zin en begint de hele zin met ‘het’. Het woord
‘het’ is dan voorlopig onderwerp.
De lijdend voorwerpszin
Bij een lijdend voorwerpszin is de bijzin het lijdend voorwerp van de hele samengestelde zin.
Sommige lijdend voorwerpszinnen beginnen niet met een onderschikkend voegwoord, maar met wie
of wat.
De gezegdezin
Bij een gezegdezin is de bijzin het naamwoordelijk deel van het gezegde van de hele samengestelde
zin.
De meewerkend voorwerpszin
Bij een meewerkend voorwerpszin is de bijzin het meewerkend voorwerp van de hele
samengestelde zin.
De voorzetselvoorwerpszin
Bij een voorzetselvoorwerpzin is de bijzin het voorzetselvoorwerp van de hele samengestelde zin. In
de hoofdzin tref je vaak ‘er + voorzetsel’ aan als de bijzin een voorzetselvoorwerpszin is. ‘Er +
voorzetsel’ noemen we wel het voorlopig voorzetselvoorwerp. Voorzetselvoorwerpszinnen
beginnen meestal met ‘dat’ en soms met ‘of’.
De bijwoordelijke bijzin
Bij een bijwoordelijke bijzin is de bijzin de bijwoordelijke bepaling van de hele samengestelde zin.
De bijvoeglijke bijzin
Bij de bijvoeglijke bijzin is de bijzin bijvoeglijke bepaling bij een zelfstandig naamwoord uit de
hoofdzin of bij de hele hoofdzin. Bijvoeglijke bijzinnen delen de hoofdzin nogal eens in tweeën. De
De samengestelde zin
Als een zin maar 1 pv heeft, is het een enkelvoudige zin. Heeft het meerdere pv’s dan is het een
samengestelde zin. Samengestelde zinnen kunnen bestaan uit gelijkwaardige delen of uit
ongelijkwaardige delen. Als de delen gelijkwaardig zijn, kunnen ze ieder apart en zelfstandig als zin
worden opgeschreven. Het verband tussen de delen is nevenschikkend. Wanneer de delen van de
samengestelde zin ongelijkwaardig zijn, kun je niet elk deel als zelfstandige zin opschrijven. Dit
verband noemen we onderschikkend.
De hoofdzin en de bijzin
Het voornaamste kenmerk van de hoofdzin is:
Onderwerp en pv staan bijna altijd naast elkaar en kunnen niet gescheiden worden door
andere zinsdelen.
De voornaamste kenmerken van de bijzin zijn:
Onderwerp en pv zijn gescheiden of kunnen gescheiden worden door andere zinsdelen.
De hele bijzin kan meestal vervangen worden door 1 woord.
De onderwerpszin
Bij een onderwerpszin is de bijzin het onderwerp van de hele samengestelde zin. Soms staat de
onderwerpszin aan het eind van de samengestelde zin en begint de hele zin met ‘het’. Het woord
‘het’ is dan voorlopig onderwerp.
De lijdend voorwerpszin
Bij een lijdend voorwerpszin is de bijzin het lijdend voorwerp van de hele samengestelde zin.
Sommige lijdend voorwerpszinnen beginnen niet met een onderschikkend voegwoord, maar met wie
of wat.
De gezegdezin
Bij een gezegdezin is de bijzin het naamwoordelijk deel van het gezegde van de hele samengestelde
zin.
De meewerkend voorwerpszin
Bij een meewerkend voorwerpszin is de bijzin het meewerkend voorwerp van de hele
samengestelde zin.
De voorzetselvoorwerpszin
Bij een voorzetselvoorwerpzin is de bijzin het voorzetselvoorwerp van de hele samengestelde zin. In
de hoofdzin tref je vaak ‘er + voorzetsel’ aan als de bijzin een voorzetselvoorwerpszin is. ‘Er +
voorzetsel’ noemen we wel het voorlopig voorzetselvoorwerp. Voorzetselvoorwerpszinnen
beginnen meestal met ‘dat’ en soms met ‘of’.
De bijwoordelijke bijzin
Bij een bijwoordelijke bijzin is de bijzin de bijwoordelijke bepaling van de hele samengestelde zin.
De bijvoeglijke bijzin
Bij de bijvoeglijke bijzin is de bijzin bijvoeglijke bepaling bij een zelfstandig naamwoord uit de
hoofdzin of bij de hele hoofdzin. Bijvoeglijke bijzinnen delen de hoofdzin nogal eens in tweeën. De