Nutrition 3.2
In mijn email is ook een mailtje van Lotte’s aantekeningen.
HC 1: micro-organismen en afweer
Leerdoelen:
- Student kan kort beschrijven de verschillende soorten micro-organismen
- Student kan uitleg geven over pathogeen, niet pathogeen en virulentie
- Student kan reactie onderscheid tussen uitleggen tussen aspecifieke en specifieke
immuniteit
- Student kan darmflora beschrijven
- Kan onderscheid tussen milieu intern en extern uitleggen
- Student kan volgende termen uitleggen: complementfactoren, fagocytose,
endocytose, opsonisatie, chemotaxie en antigeenpresentatie
Commensale flora: mee-eters.
Milieu interieur en exterieur
Interieur: binnen het lichaam. Niet in je darmen, maar alles binnen je eigen vlees. Hier zitten
geen micro-organismen in, als dit er wel in zit wordt je ziek.
Milieu exterieur: stikt het van organismen.
Micro-organismen (kun je niet met blote oog zien) en zichtbare organismen.
Meeste micro-organismen zijn niet pathogeen; je wordt er niet ziek van.
Virulentie = mate van pathogeniteit. Ebola heeft hoge pathogeniteit (70% gaat hier aan
dood), verkoudheid lage.
Huid en darminhoud veel bacteriën.
Milieu exterieur is geel; je kunt hier met je vinger bij. Longen zijn ook exterieur.
Micro-organismen (van groot naar klein):
- Wormen
- Parasieten
- Fungi (schimmels)
- Bacteriën
, - (virussen)
- (prionen): gekke koeien ziekte, dit is maar 1 molecuul.
Wormen:
Met het blote oog waarneembaar, soms 3 meter lang (lintworm).
Meercellige organismen.
Besmetting via faeco-orale weg; poep eten.
Ectoparasieten (luis, teek, vlo, muskieten, schurft): parasieten die op of in de huid kruipen.
Fungi:
Meercellige organismen.
2 vormen: gisten en schimmeldraden.
Vb candida infectie, zwemmerseczeem.
Bacteriën:
Eencellige organismen
Alleen met microscoop te zien.
Zeer uiteenlopende ziekten: longontsteking, steenpuist, blaasontsteking.
Kunnen je op 2 manieren ziek maken:
- Als het pathogene bacteriën zijn, kunnen ze je ziek maken. Dus dit zit in de bacteriën zelf.
- Sommige bacteriën kunnen exotoxinen of endotoxinen maken; deze maken gif aan en
scheiden die uit.
Virussen:
Kunnen niet zelfstandig leven.
Bestaan uit een stuk erfelijk materiaal met een eiwitten omhulsel (envelop).
Vb ziektes: verkoudheid, griep, wratten.
Prionen: eiwitten die ook ziekte kunnen veroorzaken.
Hebben zelf geen erfelijk materiaal.
Vb: Kuru en Creutzfeldt Jakob.
Darm flora:
1015 bacteria (X 10> total cells in body)
800 verschillende in je lichaam.
In dikke darm zitten de meeste bacteriën.
Meeste zijn niet pathogeen.
Heten ook wel commensale flora.
Zijn nuttig voor vertering.
Continu contact met afweersysteem
Minstens 50% feces is bacterie.
, In maag; weinig bacteriën, maakt het steriel. (Door verlaging van pH). Meeste beestjes
worden hier dood gemaakt.
Kolonisatie start bij geboorte.
Controle van bacteriepopulatie door afweersysteem.
The defense:
- Verdediging grens milieu exterieur en milieu interieur.
- Verdediging in milieu interieur.
o Aspecifiek afweer; aangeboren afweer.
o Specifieke afweer
Verdediging grens milieu interieur/exterieur
-Verwijdering van micro-organismen door o.a. trilharen (in neus en longen), peristaltiek
(darmbewegingen), afstoting epitheel.
-Fysische omstandigheden:
- Huid: lage pH, droog, aanwezigheid toxische vetzuren (vette laag op je huid), lage
temperatuur.
- Maag/darm: lage pH in maag, verteringsenzymen, aanwezigheid van galzouten (is
giftig voor micro-organismen).
Competitieve aanwezigheid van commensale flora
Productie van voor micro-organismen toxisch enzym: lysosym.
In mijn email is ook een mailtje van Lotte’s aantekeningen.
HC 1: micro-organismen en afweer
Leerdoelen:
- Student kan kort beschrijven de verschillende soorten micro-organismen
- Student kan uitleg geven over pathogeen, niet pathogeen en virulentie
- Student kan reactie onderscheid tussen uitleggen tussen aspecifieke en specifieke
immuniteit
- Student kan darmflora beschrijven
- Kan onderscheid tussen milieu intern en extern uitleggen
- Student kan volgende termen uitleggen: complementfactoren, fagocytose,
endocytose, opsonisatie, chemotaxie en antigeenpresentatie
Commensale flora: mee-eters.
Milieu interieur en exterieur
Interieur: binnen het lichaam. Niet in je darmen, maar alles binnen je eigen vlees. Hier zitten
geen micro-organismen in, als dit er wel in zit wordt je ziek.
Milieu exterieur: stikt het van organismen.
Micro-organismen (kun je niet met blote oog zien) en zichtbare organismen.
Meeste micro-organismen zijn niet pathogeen; je wordt er niet ziek van.
Virulentie = mate van pathogeniteit. Ebola heeft hoge pathogeniteit (70% gaat hier aan
dood), verkoudheid lage.
Huid en darminhoud veel bacteriën.
Milieu exterieur is geel; je kunt hier met je vinger bij. Longen zijn ook exterieur.
Micro-organismen (van groot naar klein):
- Wormen
- Parasieten
- Fungi (schimmels)
- Bacteriën
, - (virussen)
- (prionen): gekke koeien ziekte, dit is maar 1 molecuul.
Wormen:
Met het blote oog waarneembaar, soms 3 meter lang (lintworm).
Meercellige organismen.
Besmetting via faeco-orale weg; poep eten.
Ectoparasieten (luis, teek, vlo, muskieten, schurft): parasieten die op of in de huid kruipen.
Fungi:
Meercellige organismen.
2 vormen: gisten en schimmeldraden.
Vb candida infectie, zwemmerseczeem.
Bacteriën:
Eencellige organismen
Alleen met microscoop te zien.
Zeer uiteenlopende ziekten: longontsteking, steenpuist, blaasontsteking.
Kunnen je op 2 manieren ziek maken:
- Als het pathogene bacteriën zijn, kunnen ze je ziek maken. Dus dit zit in de bacteriën zelf.
- Sommige bacteriën kunnen exotoxinen of endotoxinen maken; deze maken gif aan en
scheiden die uit.
Virussen:
Kunnen niet zelfstandig leven.
Bestaan uit een stuk erfelijk materiaal met een eiwitten omhulsel (envelop).
Vb ziektes: verkoudheid, griep, wratten.
Prionen: eiwitten die ook ziekte kunnen veroorzaken.
Hebben zelf geen erfelijk materiaal.
Vb: Kuru en Creutzfeldt Jakob.
Darm flora:
1015 bacteria (X 10> total cells in body)
800 verschillende in je lichaam.
In dikke darm zitten de meeste bacteriën.
Meeste zijn niet pathogeen.
Heten ook wel commensale flora.
Zijn nuttig voor vertering.
Continu contact met afweersysteem
Minstens 50% feces is bacterie.
, In maag; weinig bacteriën, maakt het steriel. (Door verlaging van pH). Meeste beestjes
worden hier dood gemaakt.
Kolonisatie start bij geboorte.
Controle van bacteriepopulatie door afweersysteem.
The defense:
- Verdediging grens milieu exterieur en milieu interieur.
- Verdediging in milieu interieur.
o Aspecifiek afweer; aangeboren afweer.
o Specifieke afweer
Verdediging grens milieu interieur/exterieur
-Verwijdering van micro-organismen door o.a. trilharen (in neus en longen), peristaltiek
(darmbewegingen), afstoting epitheel.
-Fysische omstandigheden:
- Huid: lage pH, droog, aanwezigheid toxische vetzuren (vette laag op je huid), lage
temperatuur.
- Maag/darm: lage pH in maag, verteringsenzymen, aanwezigheid van galzouten (is
giftig voor micro-organismen).
Competitieve aanwezigheid van commensale flora
Productie van voor micro-organismen toxisch enzym: lysosym.