Marit Timmer DA2B1 2020/2021
Deltion college DA2B1
Anatomie,
fysiologie en
pathologie
Ademhalingsstelsel en spijsverteringsstelsel
Boek anatomie, fysiologie:
Hoofstuk 5.1 t/m 5.4 en hoofdlijnen uit 5.5
Hoofdstuk 8.1 t/m 8.6 en de hoofdlijnen uit 8.7
Medische kennis boek:
Hoofdstuk 6 lagere luchtwegen
Hoofdstuk 7 spijsverteringskanaal
Geneesmiddelenkennis boek:
Hoofdstuk 8 maag-darmkanaal
Hoofdstuk 9 luchtwegen
Hoofdstuk 13 infectieziekten (13.1 t/m 13.5)
Overig:
Woordenlijst ademhalingsstelsel
Woordenlijst spijsverteringsstelsel
PDF onderzoeken poliklinieken, JGZ en arbodienst
H3 chronische longziekten uit eigen spreekuur en chronisch ziekten
marit timmer
Periode 2.3
,Marit Timmer DA2B1 2020/2021
Ademhalingsstelsel: zorgt voor de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide tussen longen en
buitenlucht.
bovenste luchtwegen: neusholte, mondholte, keelholte en
strottenhoofd
stembanden: vormen de grens
onderste luchtwegen (o.a. longen): luchtpijp,
luchtwegvertakkingen en longblaasjes
onderste luchtwegen:
rechterlong: 3 kwabben (lobben)
linkerlong: 2 kwabben (1 minder voor de ruimte voor het hart)
de longen zijn omgeven door longvliezen (pleura):
maken een soepele ademhaling mogelijk
longvlies: vast aan buitenkant longen
borstlies: vast aan diafragma (middenrif), borstwand en hartzakje
pleuraholte: gevuld met vocht (géén lucht)
o de pleuraholte zit tussen het
longvlies en het borstvlies.
Vergelijk de longen eens met een boom…
Luchtpijp (trachea): basis van de ‘boom’
ligt voor de slokdarm (oesophagus)
bevat hoefijzervormige kraakbeenringen
o geven de luchtpijp stevigheid
o voorkomen inklappen van de
luchtpijp
trachea vertakt zich in linker en rechter hoofdbronchus (hoofdvertakking van de long)
1. bifurcatie: splitsing van trachea naar de hoofdbronchi
2. longhilus: plek waar de hoofdbronchi de long ingaat
3. bronchi/bronchiën: vertakkingen van hoofdbronchus
4. bronchioli: fijnste vertakking van bronchiën
5. alveoli: longblaasjes, eindpunt van de bronchioli
trachea (luchtpijp) en hoofdbronchi:
trilhaartjes
cellen die slijm produceren
kliertjes die vocht afscheiden
vangen stof, vuil en ziekteverwekkers en ruimen deze op
alveoli (longblaasjes): eindpunt van bronchioli
vorm van druiventrosjes
omringt door netwerk van haarvaatjes
uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
aantal: 900 miljoen
, Marit Timmer DA2B1 2020/2021
Ademhaling
Ademhaling: het proces waarbij zuurstof wordt opgenomen in het lichaam en koolstofdioxide wordt afgegeven aan
de buitenlucht
een voornamelijk onvrijwillig proces
gestuurd door ademhalingscentra in verlengde merg en hersenstam
rekreceptoren (longen): pikken de rek van de wand in luchtwegen op
chemoreceptoren (o.a. hersenstam): meten de zuurgraad, CO2 en O2
lage zuurgraad = hoge CO2 meer ademhaling nodig
deze receptoren liggen in de hersenstam
ademhaling: 12 tot 16 keer per minuut
inspiratie: inademing (aanspannen diafragma/middenrif naar boven, borstholte groter)
- gebruik van (hulp) ademhalingsspieren
- longen worden naar beneden gezogen
- door drukverschil adem je lucht naar binnen
expiratie: uitademing (ontspannen diafragma naar beneden, borstholte kleiner)
- borstholte wordt kleiner
- lucht wordt naar buiten ‘gedrukt’
het inademen via de neus is gezonder:
- filtert de inademingslucht (stof, virussen, bacteriën)
- verwarmt/bevochtigt de inademingslucht
- heeft een waarschuwingsfunctie (reuk)
samenstelling van lucht:
- stikstof: 77%
- zuurstof: 21%
- koolstofdioxide: 0%
- waterdamp: 1%
- restgassen: 1%
regeling van de ademhaling
door ademhalingscentrum in hersenstam/verlengde merg
- autonoom systeem (niet/weinig beïnvloedbaar)
autonoom zenuwstelsel: reguleert de organen (dus ook de longen)
- sympathisch deel: zorgt voor actie (fight/flight/fright)
- parasympatisch deel: zorgt voor ontspanning (rest and digest)
Deltion college DA2B1
Anatomie,
fysiologie en
pathologie
Ademhalingsstelsel en spijsverteringsstelsel
Boek anatomie, fysiologie:
Hoofstuk 5.1 t/m 5.4 en hoofdlijnen uit 5.5
Hoofdstuk 8.1 t/m 8.6 en de hoofdlijnen uit 8.7
Medische kennis boek:
Hoofdstuk 6 lagere luchtwegen
Hoofdstuk 7 spijsverteringskanaal
Geneesmiddelenkennis boek:
Hoofdstuk 8 maag-darmkanaal
Hoofdstuk 9 luchtwegen
Hoofdstuk 13 infectieziekten (13.1 t/m 13.5)
Overig:
Woordenlijst ademhalingsstelsel
Woordenlijst spijsverteringsstelsel
PDF onderzoeken poliklinieken, JGZ en arbodienst
H3 chronische longziekten uit eigen spreekuur en chronisch ziekten
marit timmer
Periode 2.3
,Marit Timmer DA2B1 2020/2021
Ademhalingsstelsel: zorgt voor de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide tussen longen en
buitenlucht.
bovenste luchtwegen: neusholte, mondholte, keelholte en
strottenhoofd
stembanden: vormen de grens
onderste luchtwegen (o.a. longen): luchtpijp,
luchtwegvertakkingen en longblaasjes
onderste luchtwegen:
rechterlong: 3 kwabben (lobben)
linkerlong: 2 kwabben (1 minder voor de ruimte voor het hart)
de longen zijn omgeven door longvliezen (pleura):
maken een soepele ademhaling mogelijk
longvlies: vast aan buitenkant longen
borstlies: vast aan diafragma (middenrif), borstwand en hartzakje
pleuraholte: gevuld met vocht (géén lucht)
o de pleuraholte zit tussen het
longvlies en het borstvlies.
Vergelijk de longen eens met een boom…
Luchtpijp (trachea): basis van de ‘boom’
ligt voor de slokdarm (oesophagus)
bevat hoefijzervormige kraakbeenringen
o geven de luchtpijp stevigheid
o voorkomen inklappen van de
luchtpijp
trachea vertakt zich in linker en rechter hoofdbronchus (hoofdvertakking van de long)
1. bifurcatie: splitsing van trachea naar de hoofdbronchi
2. longhilus: plek waar de hoofdbronchi de long ingaat
3. bronchi/bronchiën: vertakkingen van hoofdbronchus
4. bronchioli: fijnste vertakking van bronchiën
5. alveoli: longblaasjes, eindpunt van de bronchioli
trachea (luchtpijp) en hoofdbronchi:
trilhaartjes
cellen die slijm produceren
kliertjes die vocht afscheiden
vangen stof, vuil en ziekteverwekkers en ruimen deze op
alveoli (longblaasjes): eindpunt van bronchioli
vorm van druiventrosjes
omringt door netwerk van haarvaatjes
uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide
aantal: 900 miljoen
, Marit Timmer DA2B1 2020/2021
Ademhaling
Ademhaling: het proces waarbij zuurstof wordt opgenomen in het lichaam en koolstofdioxide wordt afgegeven aan
de buitenlucht
een voornamelijk onvrijwillig proces
gestuurd door ademhalingscentra in verlengde merg en hersenstam
rekreceptoren (longen): pikken de rek van de wand in luchtwegen op
chemoreceptoren (o.a. hersenstam): meten de zuurgraad, CO2 en O2
lage zuurgraad = hoge CO2 meer ademhaling nodig
deze receptoren liggen in de hersenstam
ademhaling: 12 tot 16 keer per minuut
inspiratie: inademing (aanspannen diafragma/middenrif naar boven, borstholte groter)
- gebruik van (hulp) ademhalingsspieren
- longen worden naar beneden gezogen
- door drukverschil adem je lucht naar binnen
expiratie: uitademing (ontspannen diafragma naar beneden, borstholte kleiner)
- borstholte wordt kleiner
- lucht wordt naar buiten ‘gedrukt’
het inademen via de neus is gezonder:
- filtert de inademingslucht (stof, virussen, bacteriën)
- verwarmt/bevochtigt de inademingslucht
- heeft een waarschuwingsfunctie (reuk)
samenstelling van lucht:
- stikstof: 77%
- zuurstof: 21%
- koolstofdioxide: 0%
- waterdamp: 1%
- restgassen: 1%
regeling van de ademhaling
door ademhalingscentrum in hersenstam/verlengde merg
- autonoom systeem (niet/weinig beïnvloedbaar)
autonoom zenuwstelsel: reguleert de organen (dus ook de longen)
- sympathisch deel: zorgt voor actie (fight/flight/fright)
- parasympatisch deel: zorgt voor ontspanning (rest and digest)