Gendergeschiedenis
Hoorcollege 1: Inleiding in Gendergeschiedenis
Voorgeschiedenis:
- Vrouwenemancipatie
Eerste Feministische Golf (periode 1870-1918)
Tweede Feministische Golf (jaren ’60)
Op zoek naar bekende vrouwen en heldinnen in de geschiedenis. Dit gaf
echter geen inzicht, dus ging men naar vrouwen én mannen kijken
bestudering van plaatsen/ruimten, de verhoudingen tussen mannen en
vrouwen(raakvlakken met antropologie) verbreding, kijken naar abstracte
begrippen als mannelijkheid en vrouwelijkheid, wat die per periode inhielden en
hoe die van tijd tot tijd veranderen.
Voorbeeld: eerst werden vrouwen geassocieerd met seksbelustheid waardoor
rokkenjagers als vrouwelijk werden gezien. Later werden mannen juist meer als
seksbelust gezien.
Gender(sociale, economische, psychologische, politieke en culturele
betekenissen die aan mannelijkheid en vrouwelijkheid worden gegeven) vs.
Sekse (simpel biologisch). De vraag is of hier een link tussen is (nature/nurture-
debat)
Gendergeschiedenis als kritische benadering:
- Geschiedenis als “representatie van het verleden”(selectief)
- Kritiek gendergeschiedenis hier op: te weinig belangstelling voor vrouwen,
de verhouding tussen mannen en vrouwen. (geen monopolie op kritiek op
de selectie geschiedenis die zo vanzelfsprekend lijkt, later bijvoorbeeld
ook kritiek vanuit een meer sociaaleconomische geschiedschrijving)
- Dominantie is vanzelfsprekend/onzichtbaar, verandert niet makkelijk
Twee verschillende stromingen binnen het feminisme:
- Gelijkheidsstreven: vrouwen dezelfde behandeling/plaats als mannen
omdat ze gelijk zijn aan elkaar.
- Verschildenken: juist omdat mannen en vrouwen verschillen, moeten
vrouwen niet naar mannelijke maatstaven worden gemeten, maar naar
eigen maatstaven.
Joan Scott (1988): gender als analytische categorie (historiseren van begrippen
en opposities/deconstructie)
Gender wordt door allerlei factoren beïnvloed (klasse, etniciteit, etc.)
Kruispunt-denken. Gender is geen eenheid.
Mannelijkheid is onderdeel van de dominante groep en dus veel minder zichtbaar
dan vrouwelijkheid.
John Tosh: mannelijkheid kan zich bij één man bevinden op verschillende
terreinen, en kunnen op die terreinen dus ook verschillende soorten
mannelijkheid zijn. Dit kan soms botsen. dit geldt ook voor vrouwelijkheid.
Vaak zijn mannelijkheid en vrouwelijkheid meer onuitgesproken concepten.
Gender is impliciet aanwezig.
,Methode: genderanalyse op 3 niveaus:
1. Sociaal/structureel: hoe gender is ingebed in allerlei maatschappelijke
patronen en structuren.
2. Symbolisch/cultureel: over representaties van gender in symbolen,
verhalen, en verbeelding, idealen en ideologie. Meer verborgen: taal,
classificaties, concepten.
3. Individueel: hoe gender levens van vrouwen en mannen concreet
beïnvloedt.
Hoorcollege 2: Gender in de Vroegmoderne Tijd. De rol
van seksualiteit en gender in het sociale en politieke
leven 1500-1730
Verwantschap en politiek:
- Erfopvolging: afstamming, huwelijk, seks, kinderen krijgen zijn allemaal
essentieel voor de politiek.
- Erfopvolging via mannelijke lijn.
- Mannen nooit zeker van hun afstamming: controle vrouwen
- Politieke systeem heeft dus ook grote gevolgen voor gender
Primogenituur/eerstgeboorterecht sinds de 12e eeuw:
- Alleen de oudste zoon erft en moet wachten tot zijn vader doodgaat om de
erfenis te krijgen/het werk van zijn vader te kunnen voortzetten.
- Jongere broers geen erfenis, moesten elders een baan/huwelijk zoeken
geen grote affectie binnen het gezin.
(er ontstonden culturen waarin mannen probeerden elkaar te overtreffen)
Verwantschap en patronage:
- Engeland, 1450-1630 (Lawrence Stone): oppassen met projecteren
moderne moraal op 3 punten:
Huwelijk ging niet om liefde maar om geld of land, naam van het
huis goed houden gearrangeerd huwelijk.
Seks zonder liefde (soms wel lust, maar voornaamste doel was het
krijgen van kinderen)
Geen individuele autonomie (vrouwen waren soort van bezit, eerst
van hun vader, daarna van hun man)
- Er was geen kerngezin maar een groot netwerk van verwanten. Een goed
‘lordship’ was essentieel en de loyaliteit aan het huis stond centraal.
Koude gezinsverhoudingen.
Voor kleine boeren, indien zij zelf land bezaten, was er een vergelijkbare situatie,
maar dan in het klein. Voor overige bevolkingsgroepen heeft lineage minder te
bieden en was er mogelijk sprake van meer vrijheid (individueel).
Naar een patriarchaal kerngezin:
- Engeland 1550-1700: verval gerote verwantschapsnetwerken en
patronagesysteem vanwege opkomst nationale staat.
Meer nadruk op belang huwelijk en gezin vanwege de opkomst van het
protestantisme, hier was de nadruk op het verbond tussen twee mensen
uit liefde namelijk groter. Seks werd hier ook beter geaccepteerd, bij de
katholieken werd seks gezien als noodzakelijk kwaad.
Meer patriarchaal gezag binnen gezin, geënt op politieke gezag koning, er
ontstond een buitengewoon autoritaire positie van de vader in deze tijd.
Ook onder de middenklasse was er een inperking van het verwantschap. Hier
waren wel veel huwelijken om economische en politieke relaties te bestendigen.
, In de lagere klassen werd de controle door buren en dorpsgenoten steeds meer
overgenomen door de kerk. De zorg voor zwakken werd overgenomen door
publieke organen.
Oorzaken:
- Toename gezag van de staat loyaliteit aan staat i.p.v. ‘Huis’.
- Geweld werd gemonopoliseerd, de taken van patronage (militair, justitieel,
bezits-regulering) werden overgenomen.
- Reformatie: niet kuisheid maar huwelijk
- Meer handelscontacten tussen mensen, belangrijke taak staat als regelaar.
- Verdwijnen belang verwanten en patronage leidt tot opkomst belang
kerngezin.
Vrouwen en seksualiteit:
- Voortplanting essentieel in een politiek systeem gebaseerd op erfelijkheid.
Vrouwen bezaten hun eigen lichaam niet.
Seksualiteit van vrouwen streng gereguleerd en gecontroleerd. Niet alleen
door maannen maar ook door andere vrouwen.
- De eer van vrouwen aantasten was de eer van het Huis aantasten. Daders
werden echter alleen vervolgd wanneer de vrouw onder bescherming van
een man(echtgenoot/vader) omdat dan het ‘bezit’ van de man was
aangetast.
Vrouwen en politieke rol:
- Vrouwen hadden een centrale rol in het huishouden. Dit was een groot
politiek en complex geheel. De Queen Consort leidde bijvoorbeeld
personeelszaken, huwelijken etc.
- De vrouw was de spil van de diplomatie, informatie-uitwisseling en
internationale contacten.
- Feitelijk was ze het hoofd van ambtenarij aan het hof.
Mannen als patriarch:
- Vanaf 16e eeuw (Engeland, Shepard) werd de spil steeds meer de
volwassen getrouwde en bezittende man doordat het kerngezin
belangrijker werd.
- De man moest zijn eigen passies en die van ondergeschikten (ook zijn
vrouw) kunnen beheersen, desnoods met geweld (rokkenjagers werden
daardoor als verwijfd gezien)
- Er ontstaan spanningen als geweld ook gebruikt wordt door mannen die
niet verantwoordelijk voor het huishouden waren.
Vs.
Antipatriarchale mannelijkheid:
- Jeugd: ongetrouwd, geen eigen bezit.
Luxe, losbandigheid, dronkenschap, kameraadscha, ledigheid,
onoprechtheid, lafhartigheid, wreedheid, vulgariteit.
- Verschuiving van uitleg verschil van leeftijdsverschil naar kenmerkend
verschil tussen sociale klassen.
Seks onder controle: afstamming staat in het hart van de politiek (erfelijke
monarchie) en organisatie van de samenleving (economie, sociale banden). Er
was een streng onderscheid tussen geoorloofde seks e ongeoorloofde (buiten het
huwelijk) seks. Ongeoorloofde seks was een (streng) bestrafte daad.
Seksualiteit als identiteit bestaat niet: