OUDHEID:
Belangrijke vragen voor historici in en over de oudheid zijn “wanneer en waarom
ontstaat er behoefte om geschiedenis te schrijven? En “wanneer heb je ook
behoefte om een geschreven interpretatie te maken van je verleden?”
Vroeg-Griekse voorlopers van geschiedschrijving:
De geschiedenis ontstaat als nieuw literatuurgenre.
Mythen speelde nog een grote rol bij het verklaren van wereldlijke zaken.
Belangrijke vroege geschiedschrijvers waren
o Homerus (begin 8e eeuw voor christus) die de Ilias en Odyssee
schreef
o Hesiodus die Theogonie en Werken & Dagen schreef,
dichtwerken over hoe je een goed landbouwbedrijf opzet.
Geschiedschrijving werd pas echt serieus in de vijfde eeuw voor christus.
Geschiedschrijving 5e eeuw voor christus:
Herodotus van Halikarnassus
o 484-425 voor christus
o Schreef Historiën, allesomvattende/universele geschiedenis waarin
de Perzische oorlogen werd beschreven.
o Waarom behoefte voor geschiedenis?: Grieken winnen Perzische
oorlog in 479 en vooral de Atheners zijn trots. De poleis verbonden
zich in die strijd.
o Herodotus ziet een clash tussen oost en west.
o Is een verhalenverteller, vertelde soms meerdere versies om de
lezer een keuze te geven. Goden hebben nog een rol.
o Reisde veel en schreef op wat hij zag, vind dat hij rekenschap moet
geven over zijn bronnen, laat zien waar ze vandaan komen.
Thucydides:
o 460-400 voor christus
o Atheens
o Schreef over de Peloponesische oorlogen waar hij zelf in
gevochten had. Hij was erbij, dat heeft gevolgen voor zijn
bronnenkritiek.
o Hij is de eerste die het woord “geschiedenis/historia” (onderzoek)
gebruikt. Was een nieuw genre.
o Is een psycholoog. Focus op oorlog, veel rationeler, zoekt
verklaringen bij mensen, niet bij goden.
o Geeft speeches niet letterlijk weer omdat hij ze niet goed kon
onthouden (zoals voor andere ook gold); vind hij niet erg want hij wil
de strekking van de toespraak weergeven, dat is zijn stijl, iets waar
tegenwoordig anders naar gekeken wordt.
Herodotus: vs. Thucydides:
- Verhalenverteller - psycholoog; rationeel en verklarend
- Allesomvattende, universele geschiedenis - contemporaine geschiedenis
gefocust op één oorlog
- Goden hebben nog een grote rol - zoekt verklaring bij mensen
- Laat zien hoe hij met bronnen is omgegaan - Beseft dat je niet zomaar verhalen
kunt overnemen
,- Geeft lezer de keuze met verschillende versies - Geeft speeches niet letterlijk
weer maar de
van één verhaal - strekking wel
- Veel gereisd en is ooggetuige
, Xenophon
o 430-355 voor christus
o Probeerde thucydides’ geschiedschrijving voort te zetten
o Had een simpele stijl
Aristotoles:
o Vond poëzie filosofischer en serieuzer dan geschiedschrijving
o Want poëzie kijkt naar het algemene, de geschiedenis naar het
bijzondere
o Geschiedschrijver schrijft over wat er gebeurt, dichter over wat kán
gebeuren.
Hellenistische geschiedschrijving (334-30 voor christus):
Vaak kleinschaliger (kleine steden, regio’s; poleis, geen allesomvattende
geschiedenissen)
Maar ook grootschalig (Alexander de Grote-biografieën
Ephorus van Cyme en Theopompus van Chios
Opkomst pathetische school die retoriek inzette om de sensatie van het
verleden te laten herleven. Ook nieuwe impuls traditie van Herodotus.
Romeinse geschiedschrijving:
Lange tijd geen geschiedschrijving omdat er geen collectieve behoefte
voor is
Wel annales-traditie: jaarboeken met feiten over wat er in een jaar is
gebeurd; opsommingen van kale feiten
Geschiedschrijving veel gericht op lof; grafredes waren gelegenheden voor
geschiedschrijving (met lof over de persoon die dood is en zijn
voorvaderen)
Behoefte voor geschiedschrijving ontstaat na de Tweede Punische
Oorlog (201 voor christus); Rome moet zijn uitbreiding legitimeren.
Daarnaast het doorgeven van de geschiedenis van Rome en wapenfeiten,
personen aan toekomstige generaties.
Polybius:
o 200-117 voor christus
o Griek, maar pro-Romeins
o Schrijft Historiae; eerste geschiedenis van Rome in 40 delen.
o Door de Romeinen beïnvloed; standplaatsgebondenheid
Sallustius Crispus
o 86-35 voor christus
o Schreef over de samenzwering van Catalina en de Bellum
Lugurthinum (oorlog in Noord-Afrika)
o Richtte zich ook op collectieven
Cicero:
o Geen historicus wel over geschiedschrijving geschreven
o Vind dat Romeinse geschiedschrijvers niet mooi schrijven, de grote
Griekse schrijvers daartentegen zijn taalkunstenaars
o Stelt dat er weinig geschiedschrijving is omdat mensen zich liever
met roem en geld bezighouden dan met het schrijven van de
waarheid.
Titus Livius:
o 59 voor christus – 17 na christus
Belangrijke vragen voor historici in en over de oudheid zijn “wanneer en waarom
ontstaat er behoefte om geschiedenis te schrijven? En “wanneer heb je ook
behoefte om een geschreven interpretatie te maken van je verleden?”
Vroeg-Griekse voorlopers van geschiedschrijving:
De geschiedenis ontstaat als nieuw literatuurgenre.
Mythen speelde nog een grote rol bij het verklaren van wereldlijke zaken.
Belangrijke vroege geschiedschrijvers waren
o Homerus (begin 8e eeuw voor christus) die de Ilias en Odyssee
schreef
o Hesiodus die Theogonie en Werken & Dagen schreef,
dichtwerken over hoe je een goed landbouwbedrijf opzet.
Geschiedschrijving werd pas echt serieus in de vijfde eeuw voor christus.
Geschiedschrijving 5e eeuw voor christus:
Herodotus van Halikarnassus
o 484-425 voor christus
o Schreef Historiën, allesomvattende/universele geschiedenis waarin
de Perzische oorlogen werd beschreven.
o Waarom behoefte voor geschiedenis?: Grieken winnen Perzische
oorlog in 479 en vooral de Atheners zijn trots. De poleis verbonden
zich in die strijd.
o Herodotus ziet een clash tussen oost en west.
o Is een verhalenverteller, vertelde soms meerdere versies om de
lezer een keuze te geven. Goden hebben nog een rol.
o Reisde veel en schreef op wat hij zag, vind dat hij rekenschap moet
geven over zijn bronnen, laat zien waar ze vandaan komen.
Thucydides:
o 460-400 voor christus
o Atheens
o Schreef over de Peloponesische oorlogen waar hij zelf in
gevochten had. Hij was erbij, dat heeft gevolgen voor zijn
bronnenkritiek.
o Hij is de eerste die het woord “geschiedenis/historia” (onderzoek)
gebruikt. Was een nieuw genre.
o Is een psycholoog. Focus op oorlog, veel rationeler, zoekt
verklaringen bij mensen, niet bij goden.
o Geeft speeches niet letterlijk weer omdat hij ze niet goed kon
onthouden (zoals voor andere ook gold); vind hij niet erg want hij wil
de strekking van de toespraak weergeven, dat is zijn stijl, iets waar
tegenwoordig anders naar gekeken wordt.
Herodotus: vs. Thucydides:
- Verhalenverteller - psycholoog; rationeel en verklarend
- Allesomvattende, universele geschiedenis - contemporaine geschiedenis
gefocust op één oorlog
- Goden hebben nog een grote rol - zoekt verklaring bij mensen
- Laat zien hoe hij met bronnen is omgegaan - Beseft dat je niet zomaar verhalen
kunt overnemen
,- Geeft lezer de keuze met verschillende versies - Geeft speeches niet letterlijk
weer maar de
van één verhaal - strekking wel
- Veel gereisd en is ooggetuige
, Xenophon
o 430-355 voor christus
o Probeerde thucydides’ geschiedschrijving voort te zetten
o Had een simpele stijl
Aristotoles:
o Vond poëzie filosofischer en serieuzer dan geschiedschrijving
o Want poëzie kijkt naar het algemene, de geschiedenis naar het
bijzondere
o Geschiedschrijver schrijft over wat er gebeurt, dichter over wat kán
gebeuren.
Hellenistische geschiedschrijving (334-30 voor christus):
Vaak kleinschaliger (kleine steden, regio’s; poleis, geen allesomvattende
geschiedenissen)
Maar ook grootschalig (Alexander de Grote-biografieën
Ephorus van Cyme en Theopompus van Chios
Opkomst pathetische school die retoriek inzette om de sensatie van het
verleden te laten herleven. Ook nieuwe impuls traditie van Herodotus.
Romeinse geschiedschrijving:
Lange tijd geen geschiedschrijving omdat er geen collectieve behoefte
voor is
Wel annales-traditie: jaarboeken met feiten over wat er in een jaar is
gebeurd; opsommingen van kale feiten
Geschiedschrijving veel gericht op lof; grafredes waren gelegenheden voor
geschiedschrijving (met lof over de persoon die dood is en zijn
voorvaderen)
Behoefte voor geschiedschrijving ontstaat na de Tweede Punische
Oorlog (201 voor christus); Rome moet zijn uitbreiding legitimeren.
Daarnaast het doorgeven van de geschiedenis van Rome en wapenfeiten,
personen aan toekomstige generaties.
Polybius:
o 200-117 voor christus
o Griek, maar pro-Romeins
o Schrijft Historiae; eerste geschiedenis van Rome in 40 delen.
o Door de Romeinen beïnvloed; standplaatsgebondenheid
Sallustius Crispus
o 86-35 voor christus
o Schreef over de samenzwering van Catalina en de Bellum
Lugurthinum (oorlog in Noord-Afrika)
o Richtte zich ook op collectieven
Cicero:
o Geen historicus wel over geschiedschrijving geschreven
o Vind dat Romeinse geschiedschrijvers niet mooi schrijven, de grote
Griekse schrijvers daartentegen zijn taalkunstenaars
o Stelt dat er weinig geschiedschrijving is omdat mensen zich liever
met roem en geld bezighouden dan met het schrijven van de
waarheid.
Titus Livius:
o 59 voor christus – 17 na christus