Samenvatting ICW Semester 2
Week 7: Nieuwsproductie – Nieuwswaarden & Medialogica
Nieuwsproductie
- Medialogica en mediatisering
- Nieuwswaarden
- Nieuwsbronnen
- Media zijn belangrijk
CNN Effect
Berichtgeving --> Publieke opinie --> druk op regering
Pseudo Event
- Dramatisch event
- Gepland event
- Duidelijk afgebakend qua tijd en plaats
- Zou niet gebeuren als er geen media aanwezig is
- Politici maken hier gebruik van om publieke opinie te beinvloeden
Medialogica
- De macht om te bepalen wie en wat (politiek) relevant is, wordt voor een groot deel bepaald
door de media
- Media beïnvloeden wat wij belangrijk vinden
- Media en media-aandacht zijn belangrijk (mediacreatie)
- Mediaproducenten hebben eigen logica
- Actoren (bijv. politici) anticiperen op wat media willen
- Mediaregels verdringen andere overwegingen (bijv. het is belangrijker om mensen te
vermaken dan om ze te informeren)
Mediatisering
- De invloed van de media in de samenleving wordt steeds groter
- Dit is een proces van structurele verandering, zijn we afhankelijk van media?
o 1e dimensie: Meest belangrijke bron van informatie --> de media
o 2e dimensie: Media is vooral onafhankelijk van politieke instanties (ipv afhankelijk)
o 3e dimensie: Media content wordt vooral bepaald door media logica (ipv politieke
logica)
o 4e dimensie: Politieke actoren werken ook vanuit media logica (ipv politieke logical)
Partij logica <-/1970: Media logica 1990/->:
- Media identificeren zich met de partij - Media identificeren met publiek
- Publiek = onderwerp - Publiek = consument
- Journalist = afhankelijk, spreekbuis - Journalist = dominant, entertaining
- Rapportage = gekleurd, substantieel - Rapportage = interpretatief
- Journalist = lap dog - Journalist = ceberus’
- Partij democratie - Publiek democratie
,Nieuwswaarden
- Wie bepaalt het nieuws?
o The gatekeeper
Uitkomst onderzoek: politiek en human interests, conservatieve verhalen en
geen statistieken classificeren als waardig nieuws
o Individu
Heeft weinig invloed, demografische kenmerken en persoonlijke waarden en
normen
o De eigenaar/hoofdredactie
Heeft beperkte invloed
- Conceptueel kader om poortwachterpraktijken van nieuwsmedia te beschrijven.
Gebeurtenissen horen bij nieuws als ze aan bepaalde waarde voldoen
Nieuwswaarden (Galtung & Ruge, 1965)
- Frequency --> Newspaper agenda
- Threshold --> Gebeurtenis moet drempel overschrijden
- Unambiguity --> Hoe makkelijker te interpreteren, hoe meer aandacht
- Meaningfulness --> Relevance
- Consonance --> Als journalist het idee heeft dat er iets gaat gebeuren
- Unexpectedness --> Surprise
- Continuity --> Follow-up
- Composition --> Gebeurtenis past beter in het nieuws
- Reference to elite nations --> Bijv. VS
- Elite people --> The power elite
- .. Persons
- Negativity --> Bad news
Nieuwswaardeb (Harcup & O’Neill, 2001)
- The power elite: Elite mensen (bijv. De koning)
- Celebrity: Gebeurtenis met bekende mensen
- Entertainment: Gebeurtenis is vermakelijk
- Surprise: Gebeurtenis is zeldzaam, onverwacht
- Bad news: Negativiteit
- Good news: Positiviteit
- Magnitude: Gebeurtenis heeft impact
- Relevance: Cultureel relevante gebeurtenissen
- Follow-up: Zodra iets al eerder in het nieuws is geweest
- Newspaper agenda: Zodra een gebeurtenis gelijktijdig met nieuwsproductie gebeurt
, Week 8: Invloed van Nieuwsmedia – Agenda-setting & Framing
Agenda setting theory
- De mate waarin de media de (politieke) agenda kan bepalen
- Interpretaties van belang (klimaatverandering vaak in het nieuws --> klimaat belangrijker)
- In hoeverre kan de media beïnvloeden wat mensen belangrijk vinden
- Het voorspelt de oorzaak-gevolg relatie tussen media-inhoud en de percepties van mensen
De media zijn niet allemachtig --> er is een rangorde
Media agenda –(salience)--> publieke agenda
- Salience: relative importance based on context or strikingness
- Aids voorbeeld: hoe vaker het probleem in de media kwam, hoe belangrijker mensen de
ziekte vonden. Ook al liepen de ziektegevallen op, er was toen minder media aandacht, dus
vonden mensen het minder belangrijk.
- Chapel hill study voorbeeld: correlatie van 0.97 tussen media agenda en publieke agenda
Agendasetting van de 2e orde
- Interpretaties van de attributies
o (natuurrampen, economisch aspect, internationaal probleem vaak in het nieuws -->
klimaat belangrijker)
- De mate waarop er nadruk wordt gelegd en attributies worden gebruikt die gaan over
nadruk leggen.
- The transfer of salience to a dominant set of attributes
Wat beïnvloedt het effect van media setting op de publieke setting
- Relevantie -->
- Onzekerheid -->
- Need for orientation: De mate waarin mensen op zoek zijn naar oriëntatie, de mate waarin
ze iets willen weten
Uitwerkingen
- Wie bepaald de media agenda? (agenda-building)
- Media agenda invloed op politieke agenda?
- Gevolgen van fragmentatie van media-aanbod? (intermedia agenda setting)
Framing
- Het selecteren van een bepaald aspect van een bepaald issue. (frame-building)
- In beelden maar ook woorden.
- Ontwikkelde technologie maakt framing heel makkelijk
- Brengt ethische vraagstukken in journalistiek omhoog, is dit manipulatie?
- Framing kan veranderen hoe mensen over een beeld nadenken (frame-setting)
Frame-building
- Door journalisten
- Framing in the newsroom(editorial decisions, news values) --> framing in the news(specific
articles with specific frames)
Week 7: Nieuwsproductie – Nieuwswaarden & Medialogica
Nieuwsproductie
- Medialogica en mediatisering
- Nieuwswaarden
- Nieuwsbronnen
- Media zijn belangrijk
CNN Effect
Berichtgeving --> Publieke opinie --> druk op regering
Pseudo Event
- Dramatisch event
- Gepland event
- Duidelijk afgebakend qua tijd en plaats
- Zou niet gebeuren als er geen media aanwezig is
- Politici maken hier gebruik van om publieke opinie te beinvloeden
Medialogica
- De macht om te bepalen wie en wat (politiek) relevant is, wordt voor een groot deel bepaald
door de media
- Media beïnvloeden wat wij belangrijk vinden
- Media en media-aandacht zijn belangrijk (mediacreatie)
- Mediaproducenten hebben eigen logica
- Actoren (bijv. politici) anticiperen op wat media willen
- Mediaregels verdringen andere overwegingen (bijv. het is belangrijker om mensen te
vermaken dan om ze te informeren)
Mediatisering
- De invloed van de media in de samenleving wordt steeds groter
- Dit is een proces van structurele verandering, zijn we afhankelijk van media?
o 1e dimensie: Meest belangrijke bron van informatie --> de media
o 2e dimensie: Media is vooral onafhankelijk van politieke instanties (ipv afhankelijk)
o 3e dimensie: Media content wordt vooral bepaald door media logica (ipv politieke
logica)
o 4e dimensie: Politieke actoren werken ook vanuit media logica (ipv politieke logical)
Partij logica <-/1970: Media logica 1990/->:
- Media identificeren zich met de partij - Media identificeren met publiek
- Publiek = onderwerp - Publiek = consument
- Journalist = afhankelijk, spreekbuis - Journalist = dominant, entertaining
- Rapportage = gekleurd, substantieel - Rapportage = interpretatief
- Journalist = lap dog - Journalist = ceberus’
- Partij democratie - Publiek democratie
,Nieuwswaarden
- Wie bepaalt het nieuws?
o The gatekeeper
Uitkomst onderzoek: politiek en human interests, conservatieve verhalen en
geen statistieken classificeren als waardig nieuws
o Individu
Heeft weinig invloed, demografische kenmerken en persoonlijke waarden en
normen
o De eigenaar/hoofdredactie
Heeft beperkte invloed
- Conceptueel kader om poortwachterpraktijken van nieuwsmedia te beschrijven.
Gebeurtenissen horen bij nieuws als ze aan bepaalde waarde voldoen
Nieuwswaarden (Galtung & Ruge, 1965)
- Frequency --> Newspaper agenda
- Threshold --> Gebeurtenis moet drempel overschrijden
- Unambiguity --> Hoe makkelijker te interpreteren, hoe meer aandacht
- Meaningfulness --> Relevance
- Consonance --> Als journalist het idee heeft dat er iets gaat gebeuren
- Unexpectedness --> Surprise
- Continuity --> Follow-up
- Composition --> Gebeurtenis past beter in het nieuws
- Reference to elite nations --> Bijv. VS
- Elite people --> The power elite
- .. Persons
- Negativity --> Bad news
Nieuwswaardeb (Harcup & O’Neill, 2001)
- The power elite: Elite mensen (bijv. De koning)
- Celebrity: Gebeurtenis met bekende mensen
- Entertainment: Gebeurtenis is vermakelijk
- Surprise: Gebeurtenis is zeldzaam, onverwacht
- Bad news: Negativiteit
- Good news: Positiviteit
- Magnitude: Gebeurtenis heeft impact
- Relevance: Cultureel relevante gebeurtenissen
- Follow-up: Zodra iets al eerder in het nieuws is geweest
- Newspaper agenda: Zodra een gebeurtenis gelijktijdig met nieuwsproductie gebeurt
, Week 8: Invloed van Nieuwsmedia – Agenda-setting & Framing
Agenda setting theory
- De mate waarin de media de (politieke) agenda kan bepalen
- Interpretaties van belang (klimaatverandering vaak in het nieuws --> klimaat belangrijker)
- In hoeverre kan de media beïnvloeden wat mensen belangrijk vinden
- Het voorspelt de oorzaak-gevolg relatie tussen media-inhoud en de percepties van mensen
De media zijn niet allemachtig --> er is een rangorde
Media agenda –(salience)--> publieke agenda
- Salience: relative importance based on context or strikingness
- Aids voorbeeld: hoe vaker het probleem in de media kwam, hoe belangrijker mensen de
ziekte vonden. Ook al liepen de ziektegevallen op, er was toen minder media aandacht, dus
vonden mensen het minder belangrijk.
- Chapel hill study voorbeeld: correlatie van 0.97 tussen media agenda en publieke agenda
Agendasetting van de 2e orde
- Interpretaties van de attributies
o (natuurrampen, economisch aspect, internationaal probleem vaak in het nieuws -->
klimaat belangrijker)
- De mate waarop er nadruk wordt gelegd en attributies worden gebruikt die gaan over
nadruk leggen.
- The transfer of salience to a dominant set of attributes
Wat beïnvloedt het effect van media setting op de publieke setting
- Relevantie -->
- Onzekerheid -->
- Need for orientation: De mate waarin mensen op zoek zijn naar oriëntatie, de mate waarin
ze iets willen weten
Uitwerkingen
- Wie bepaald de media agenda? (agenda-building)
- Media agenda invloed op politieke agenda?
- Gevolgen van fragmentatie van media-aanbod? (intermedia agenda setting)
Framing
- Het selecteren van een bepaald aspect van een bepaald issue. (frame-building)
- In beelden maar ook woorden.
- Ontwikkelde technologie maakt framing heel makkelijk
- Brengt ethische vraagstukken in journalistiek omhoog, is dit manipulatie?
- Framing kan veranderen hoe mensen over een beeld nadenken (frame-setting)
Frame-building
- Door journalisten
- Framing in the newsroom(editorial decisions, news values) --> framing in the news(specific
articles with specific frames)