Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Portaal, ISBN: 9789046905760 Nederlands 2 - Woordenschat

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
5
Geüpload op
06-09-2021
Geschreven in
2020/2021

Een samenvatting van hoofdstuk 8 uit het boek Portaal. Deze zal je nodig hebben in het tweede semester van je eerste jaar Pabo. De samenvatting bestaat uit 5 bladzijdes, lekker kort en krachtig met de belangrijke dingen erin beschreven! :)

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Goede woordenschat = betere schoolprestaties
En dit is een probleem bij kinderen die of een achterstand hebben in taal of Nederlands als tweede taal bezitten.

Kerndoel van het woordenschatonderwijs voor de basisschool:
Kerndoel 12: de leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen
onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te
denken en te spreken.
Bij dit kerndoel gaat het erom dat kinderen:
- Een ruime receptieve en productieve woordkennis verwerven;
- Strategieën verwerven en contexten uit de tekst kunnen afleiden;
- Strategieën verwerven om de betekenis te onthouden;
- Reflecteren op hun eigen woordenschatontwikkeling.

DAT = Dagelijks Algemeen Taalgebruik (wordt gesproken thuis en op school)
CAT = Cognitieve Academische Taalvaardigheid (taal die helpt om nieuwe informatie te verwerven en te verwerken)

Woordenschat = een geheel van woorden en woordbetekenissen waarover iemand mondeling en schriftelijk kan
bezitten. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen:
- Receptieve of passieve woordenschat → woorden die we begrijpen;
- Productieve of actieve woordenschat → woorden die we zelf gebruiken.
(Ook creatieve woordenschat: humor, ironie, dubbelzinnigheid en beeldspraak)

Woordenschatuitbreiding: gaat niet alleen over de betekenis van het woord maar ook over de conceptuele
ontwikkeling. → een woord (zoals orkaan) dat staat voor een begrip of een concept en die je kan inzetten in een les
of een context.

Woordbewust = iemand woordbewust als hij alert is op woorden die hij niet kent en daarvan de betekenis wil weten.
Woordeigenaarschap = iemand die bewust is van zijn eigen ontwikkeling van zijn woordenschat en deze wil
vergroten.

Een woord heeft als het ware een voor- en achterkant: voorkant is de klankvorm, de achterkant is de betekenis
(=concept, en staat voor een groep woorden, welke woorden horen bij vulkaan?). Een woordvorm/ label staat voor
een bepaald begrip of concept.
Label = woordvorm
Concept = betekenis

Een woord komt bijna nooit alleen voor, alleen in een specifieke context →gebruiksaspecten
- Vormaspecten: enkelvoudige woorden (die een basisvorm hebben), samenstellingen, afleidingen (bevatten
een affix), het NL’se vervoegingssysteem en verbuigingssysteem (mooie, leukst, ons – onze)
- Betekenisaspecten: concreet VS abstract (stoel vs verdriet), letterlijk VS figuurlijk (zo sterk als een beer),
inhoudswoorden VS functiewoorden ( bouwstenen van een zin vs signaalwoorden) en dagelijkse woorden VS
school/ vaktaalwoorden (DAT vs CAT).
- Gebruiksaspecten: functie (communicatief, expressief of conceptualiseren), register (situatie gebonden
taalgebruik →formeel/ informeel) en frequentie (wordt een woord veel of weinig gebruikt?)

Idiomatisch taalgebruik: vaste gezegdes (oost west thuis best), uitdrukkingen (af en toe, met frisse tegenzin) en
colocaties (min of meer vaste woord groepen: sterkte koffie) die tot een taal behoren.

Woordenschatopbouw is gekoppeld aan kennisopbouw op school. Er wordt een bouwwerk gemaakt van concepten
en vanuit die concepten worden er weer nieuwe woorden geleerd. Beperkte kennis van woorden kunnen voor gaten
in het ‘bouwwerk’ zorgen waardoor leerlingen achterop raken met het leren van nieuwe woorden en de kennis over
een onderwerp.

, Hoe geringer de woordkennis, des te minder groeimogelijkheden er zijn.
Hoe meer woorden een kind kent, hoe meer aanknopingspunten er zijn voor verdere woordenschatuitbreiding.

Veel woorden worden geleerd aan de hand van situaties of contexten. Bijvoorbeeld: hij ging in een kano de rivier op.
Hieruit kan een kind afleiden dat een kano een soort boot is.
Bij het leren van woorden zijn er drie principes te onderscheiden:
- Labelen: het woord wordt in één context gezien (bijvoorbeeld een klok die wordt gekoppeld met de klok in
de woonkamer maar niet die in de keuken hangt)
- Categoriseren: kinderen leren het woord in meerdere contexten te plaatsen
- Netwerkopbouw: relaties met andere woorden → klokkijken, horloge, etc.

Woorden worden geleerd in samenhang met andere woorden en ze worden in een netwerk bij elkaar opgeslagen.
Woordenschat is een hecht netwerk aan woordvormen en betekenisverbindingen. Dit netwerk wordt in het
langetermijngeheugen opgeslagen en heet: mentale lexicon. Van een woord onthouden we verschillende
eigenschappen:
- Semantische informatie: wat het woord betekent;
- Fonologische informatie: hoe het woord klinkt;
- Morfologische informatie: hoe kan het woord verbogen/ vervoegd of kunnen er samenstellingen van
gemaakt worden?;
- Syntactische informatie: hoe het wordt gebruikt in de zin;
- Pragmatische informatie: in welke situaties wordt het gebruikt;
- Orthografische informatie: hoe wordt het woord geschreven.

Het leren van woorden in het Nederlands is moeilijk voor NT2 leerlingen. Maar het leren kan via twee manieren:
1. Het kind kent het woordconcept al in zijn of haar eigen taal maar nog niet in het Nederlands. Het kind hoeft
alleen nieuwe klankvormen te leren;
2. Het kind leert een nieuw woord dat nog niet is verworven in zijn of haar moedertaal, de route van het leren
van het nieuwe woord verschilt niet van het leren van een nieuw woord bij een eentalig kind.

Rond het negende jaar van een kind krijgt het een groeispurt in de woordenschat. Dit komt doordat ze het lezen
geautomatiseerd hebben en een groter wereldbeeld hebben gekregen waarvan ze veel nieuwe woorden hebben
geleerd. Niet bij elk kind is dit zo omdat de achtergrond, thuistaal en intelligentie van kinderen verschilt.

Mentale lexicon kan zicht in twee richtingen uitbreiden: het kan zich verbreden (nieuwe woorden leren en nieuwe
contexten) en het kan zich verder verdiepen: diepe woordkennis komt tot stand als leerlingen steeds meer van een
hiërarchische structuur begrijpen en er betekenisaspecten bij leren:
zie bladzijde 96 voor afbeelding




Leerkrachten moeten zich voortdurend afvragen of de leerlingen de gebruikte woorden en de achterliggende
betekenisrelaties goed genoeg kennen om de les te kunnen volgen (bij NT1 en bij NT2 leerlingen).

Woorden leren in het onderwijs kan in verschillende woordleersituaties plaatsvinden: intentioneel en incidenteel.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 8
Geüpload op
6 september 2021
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.86
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
NienkeAnna2

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
NienkeAnna2 Hogeschool Windesheim
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
5
Documenten
13
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen