Leesstadia:
Pre-alfabetische fase, kinderen herkennen letters en doen alsof ze kunnen lezen uit een prentenboek. Kleuters leren
hierdoor wat een goed beeld van lezen is: het halen van betekenis uit een geschreven tekst. In de Engelse taal is
deze fase erg belangrijk, de Engelse taal is minder klankzuiver dan de Nederlandse taal.
Partieel alfabetische fase, kinderen lezen woorden met de letters die zij in de woorden herkennen. Kinderen lezen
niet de volledige verklanking maar de partiële verklanking van de letters partial cue. Deze wijze van lezen in
betrouwbaarder dan het pre-alfabetische lezen.
Volledig alfabetistische fase, kinderen leren letters te associëren met klanken. In deze fase leren kinderen worden
ontcijferen die ze nog niet eerder hebben gelezen. Hiervoor hebben zij de kennis van grafeem-foneemrelatie nodig
(letter-klankkoppeling).
Geconsolideerde alfabetische fase: omdat kinderen de orthografische kennis en de morfologie van woorden
automatiseren, hoeven kinderen niet meer precies de woorden te lezen maar globaal. In deze fase is oefenen en
herhalen heel erg belangrijk.
Orthografische kennis: kennis over de schrijfwijze van woorden.
Morfologie: hoe een woord is opgebouwd, syllaben, voor- en achtervoegsels.
Sommige kinderen kunnen niet mee komen in één van de fases, het onderwijs gaat te snel en zo kunnen zij niet
automatiseren, herkennen of hun leesontwikkeling bevorderen, hierdoor ontstaan er problemen.
Leesproblemen:
Wanneer de leerling zichzelf als een slechte lezer gaat zien vermindert de motivatie en komt faalangst om de hoek
kijken. Kinderen stoppen met lezen en raken achter op de lesstof waardoor de woordenschat zich langzamer
ontwikkelt en zaakvakken ook achteruit gaan. Het kind raakt in een vicieuze cirkel. Een goede ondersteuning van de
omgeving heeft een beschermende werking.
Maatregelen in de klas of buiten de klas kunnen negatieve effecten hebben:
- Groeperen op basis van leesniveau: kinderen weten dat zij in het ‘slechte’ groepje zitten en moeten luisteren
naar het gestotter van de ander, dit werkt niet stimulerend, het is juist demotiverend.
- Apart lesprogramma: de instructie is niet meer van belang voor de leerling, er wordt meer aandacht in de
klas besteed aan andere leerlingen.
- Onvoorbereid hardop lezen: het is slecht voor hun zelfvertrouwen en voor de ontwikkeling van hun
leestechniek. Laat een kind een voorbereide tekst hardop lezen, zo kan het leren om met intonatie voor te
lezen en is het niet bezig met de tekst te begrijpen, wat lastig is als je een tekst voor het eerst leest en ook
hardop moet lezen.
Het is belangrijk om leesproblemen, faalervaringen en demotivatie te voorkomen.
Dyslexie bij allochtone kinderen
Kinderen die thuis niet veel Nederlands spreken hebben op school een achterstand. Omdat zij grotendeels de taal
nog moeten verwerven, zal er geen link gelegd worden naar dyslexie maar naar een achterstand in de
taalverwerving.
Bij allochtone kinderen is de leestechniek geen probleem, maar het begrijpend lezen wel. Hierbij ontbreekt de kennis
van een uitgebreide woordenschat. Als het blijkt dat het decoderen wel een probleem is, moet er gekeken worden
of het kind dyslectisch is, en dan kom je bij het volgende probleem: er zijn geen toetsinstrumenten voor dyslexie die
gericht zijn op allochtone en meertalige kinderen.
Wanneer een allochtoon kind begeleiding krijgt kan de leerling of de ouders dit minder belangrijk vinden:
- Een lager belang hebben voor het leren lezen en schrijven;
- Ze weten niet dat een goede opleiding tot betere arbeidskansen leidt.