H1 The Science of the Mind
The scope of cognitive psychology
Cognitieve psychologie is de studie naar het verwerven, herinneren en gebruiken van kennis, zoals
onthouden, aandacht, keuzes maken. Onze acties, gedachten en gevoelens hangen af van kennis en
geheugen. Al je interacties met de wereld hangen af van je ervaringen en kennis die je meebrengt naar
de situatie, zoals bij emoties en begrijpen van een zin. Bijna alle activiteiten houden zich bezig met
cognitief functioneren en zouden zonder dat in elkaar klappen. Bijvoorbeeld:
- Betsy & Jacob story: een verhaal over het schudden van een spaarvarken
- H.M. met geheugenverlies: hij kon alleen dingen voor de operatie herinneren, alles wat daarna
gebeurde vergat hij weer en ging uit van de situatie van voor de operatie. Ook had hij geen
zelfconcept, aangezien hij geen geheugen en kennis had over wat hij had gedaan en wie hij was.
A brief history
Introspectie (19e eeuw)
Wundt & Titchener
Research psychology werd gelanceerd, de studie naar bewuste mentale events zoals gevoelens,
gedachten en perceptie. De enige manier om die te bestuderen zou introspectie zijn: naar binnen kijken
en de inhoud van je eigen mentale leven en volgorde van eigen ervaringen observeren en rapporteren.
Introspectors moeten getraind worden om zo min mogelijk eigen interpretatie te geven en gewoon de
rapporteren wat ze ervaren.
Kritiek
Sommige gedachten zijn onbewust, dus introspectie is gelimiteerd. Iets kleins onthouden heeft al
allerlei stappen nodig die buiten het bewustzijn om gaan. De claims van introspectie kunnen dus niet
getest worden. Introspectie is dus geen feit, maar een opinie. Je kunt nooit vergelijken tussen mensen,
omdat je iemand anders zijn ‘bewijs’ niet kunt bekijken (hoofdpijn). De informatie over je eigen
mentale ervaring gaat door een filter van beschrijving en dat kleurt het bewijs. Er zijn objectieve
observaties nodig voor wetenschap. Introspectie is dus afgeschreven.
Behaviorisme (1900-1960)
Watson
Gedrag, leergeschiedenis en stimuli zijn te observeren en dus objectieve data. Behaviorisme houdt zich
bezig met hoe gedrag objectief veranderd in reactie op verschillenden objectieve stimuli, zoals straf en
beloning (learning theory).
Kritiek
Opvattingen, wensen, ervaringen, doelen en verwachtingen kunnen niet direct geobserveerd worden,
alleen via introspectie. Deze subjectieve mentale eenheden spelen een belangrijke rol bij gedrag maar
kunnen niet wetenschappelijk geobserveerd worden binnen het behaviorisme. Veel gedrag kan dan niet
op de objectieve manier van stimuli – reactie worden uitgelegd, omdat gedrag en gevoel beïnvloedt
wordt hoe iemand een situatie begrijpt en interpreteert. De objectieve situatie zelf kan gedrag niet
voorspellen, waardoor er verkeerde voorspellingen komen. Om gedragsreacties te voorspellen, moet je
refereren aan de stimulus én de kennis en begrip van de stimulus. Bijvoorbeeld:
,- Pass the Salt: gedrag kan door verschillende stimuli (verschillende manieren van vragen) worden
uitgelokt. Deze stimuli zijn dus op een bepaalde manier gelijk, omdat ze dezelfde reactie uitlokken
(zout doorgeven). De stimuli zijn fysiek verschillend van elkaar (andere woorden) maar
produceren toch hetzelfde effect. Stimuli die wel fysiek gelijk zijn, hebben niet hetzelfde effect
(Sass the Palt). Het gaat dus niet om fysieke gelijkheid maar gelijkheid van betekenis van de zin
voor jou.
Cognitieve Revolutie (1950-1970)
De cognitieve revolutie heeft de intellectuele kaart in het veld psychologie veranderd. Als je gedrag
wil verklaren of voorspellen, moet je iets weten over mentale processen als perceptie van de situatie,
begrip van de stimuli intentie die gedrag vormgeven.
Transcendentale methode
Kant
Je begint met observeerbare feiten en werkt vanuit deze observaties terug naar de onderliggende
oorzaken van de geobserveerde effecten. Je gaat op zoek naar de beste verklaring van zichtbare
effecten door onzichtbare oorzaken (net als bij elektronen). De informatie de zichtbare effecten geven,
zorgen ervoor dat je hypothesen kunt opstellen hoe die effecten zijn veroorzaakt. Wetenschappers
kunnen het proces nabootsen door experimenten te herhalen en te variëren en op die manier data
verzamelen om de hypothesen te testen. Mentale processen worden dan indirect bestudeerd via de
zichtbare effecten zoals reactietijd, accuraatheid en error. Op basis van die effecten worden hypothesen
ontwikkeld en getest over mentale processen. Directe observatie is dan niet nodig.
Research in Cognitive Psychology
Kantiaanse logica
Performance (geheugentaak)
Hypothesen over (volgorde van) onzichtbare mentale events
Data verzamelen om hypothesen te testen
Nieuwe voorspellingen in andere omstandigheden gebaseerd op de hypothesen
Hypothese bevestigen of verwerpen
Werkgeheugen
Bij het lezen van een zin integreer je woorden die verspreid staan (objectief feit). Wat is hier de
oorzaak van? Dat is geheugen, omdat die de eerste woorden van de zin onthoudt en die vervolgens
integreert met het eind van de zin.
Werkgeheugen: geheugen die je gebruikt voor informatie waar je actief mee werkt. Het onthoudt
informatie op een manier waardoor het makkelijk toegankelijk is (direct beschikbaar). Het
werkgeheugen heeft een kleine capaciteit, omdat je dan gemakkelijk bij het item kan dat je nodig hebt.
Span test: meten van de capaciteit van werkgeheugen door te kijken hoe onzichtbaar geheugen de
zichtbare performance beïnvloedt. Je leest iemand 4 items voor die ze dan moeten herhalen. Daarna 5
items, 6 items etc. Error ontstaat vaak bij 7 of 8 letters.
Error: dit is een effect waar je een oorzaak voor wil vinden. De error volgt een simpel patroon, waarbij
een letter wordt vervangen voor een andere letter met een gelijke klank (B-V of S-F) en niet met een
gelijk uiterlijk (E-F).
Model van Baddeley & Hitch
, Working-memory system: het werkgeheugen is geen eenheid, maar bestaat uit twee delen.
Central executive: de kern van het systeem, die het echte werk uitvoert zoals analyseren en
interpreteren. Hij wordt geholpen door assistenten, die geen moeilijke taken kunnen doen.
Articulatory rehearsal loop is een belangrijke assistent. De functie van assistenten is de
tijdelijke opslag van informatie dat snel weer nodig is, maar niet op dit moment
(notitieblaadje). Op die manier wordt de centrale executive gespaard om zich te focussen op
productieve taken. De assistenten kunnen verder niks met die informatie, alleen opslaan.
Zodra je de opgeslagen informatie weer nodig hebt kun je ‘op je blaadje kijken’. Deze
assistent bestaat uit twee elementen:
Subvocalization (inner voice): herhalen met je innerlijke stem. Hierbij worden de
spieren van praten niet gebruikt, maar wel de hersendelen die verantwoordelijk zijn
voor plannen en controleren van spierbewegingen. Mensen die niet kunnen praten
kunnen dus ook subvocalization.
Phonological buffer (inner ear): door subvocalization ontstaat er een
representatie/image in de phonological buffer die na 2 seconden vervaagd. Door
subvocalisazation wordt dit weer ververst en wordt het materiaal behouden.
Bewijs voor het werkgeheugen model
Verklaren van gelijke klank-error bij span task
Er wordt vertrouwd op de rehearsal loop die het mechanisme van de inner ear gebruikt, die normaal
gebruikt wordt voor horen. De informatie wordt tijdelijk opgeslagen als (interne representaties) van
geluiden.
Kantiaanse logica: hypothese over onzichtbaar mechanisme (rehearsal loop) om zichtbare data te
verklaren (error) dat leidt tot nieuwe voorspellingen om de hypothese te testen. Als de voorspellingen
accuraat zijn dan is de hypothese bevestigd en is er sprake van wetenschappelijke kennis.
Concurrent articulation task: tah-tah-tah zeggen bij een span test, waardoor je het mechanisme van
spraak gebruikt. Het mechanisme is dan niet beschikbaar voor subvocalization, dus er kan geen
gebruik gemaakt worden van de rehearsal loop. De capaciteit van het werkgeheugen wordt gemeten
zonder rehearsal loop, waardoor de capaciteit afneemt tot 4 of 5 items onthouden.
Visuele items: gelijke klank-error wordt door concurrente articulatie geëlimineerd, omdat je de
letters nu ziet.
Complexe visuele vormen: de vormen worden aan mensen laten zien en ze moeten ze daarna
natekenen. Als de vormen niet een duidelijke naam hebben, kan het inner-voice/inner-ear
mechanisme niet gebruikt worden dus is er geen effect van concurrente articulatie. De
rehearsal loop wordt niet gebruikt.
De rehearsal loop is alleen voor opslag en kan geen moeilijkere taken doen. Die taken zouden dus niet
minder goed worden als de loop niet beschikbaar is. Dit blijkt te kloppen. Bij moeilijke taken zoals
complexe zinnen heb je de loop eigenlijk nodig voor opslag een wordt je dus wel minder goed.
De natuur van het bewijs voor het werkgeheugen model
The scope of cognitive psychology
Cognitieve psychologie is de studie naar het verwerven, herinneren en gebruiken van kennis, zoals
onthouden, aandacht, keuzes maken. Onze acties, gedachten en gevoelens hangen af van kennis en
geheugen. Al je interacties met de wereld hangen af van je ervaringen en kennis die je meebrengt naar
de situatie, zoals bij emoties en begrijpen van een zin. Bijna alle activiteiten houden zich bezig met
cognitief functioneren en zouden zonder dat in elkaar klappen. Bijvoorbeeld:
- Betsy & Jacob story: een verhaal over het schudden van een spaarvarken
- H.M. met geheugenverlies: hij kon alleen dingen voor de operatie herinneren, alles wat daarna
gebeurde vergat hij weer en ging uit van de situatie van voor de operatie. Ook had hij geen
zelfconcept, aangezien hij geen geheugen en kennis had over wat hij had gedaan en wie hij was.
A brief history
Introspectie (19e eeuw)
Wundt & Titchener
Research psychology werd gelanceerd, de studie naar bewuste mentale events zoals gevoelens,
gedachten en perceptie. De enige manier om die te bestuderen zou introspectie zijn: naar binnen kijken
en de inhoud van je eigen mentale leven en volgorde van eigen ervaringen observeren en rapporteren.
Introspectors moeten getraind worden om zo min mogelijk eigen interpretatie te geven en gewoon de
rapporteren wat ze ervaren.
Kritiek
Sommige gedachten zijn onbewust, dus introspectie is gelimiteerd. Iets kleins onthouden heeft al
allerlei stappen nodig die buiten het bewustzijn om gaan. De claims van introspectie kunnen dus niet
getest worden. Introspectie is dus geen feit, maar een opinie. Je kunt nooit vergelijken tussen mensen,
omdat je iemand anders zijn ‘bewijs’ niet kunt bekijken (hoofdpijn). De informatie over je eigen
mentale ervaring gaat door een filter van beschrijving en dat kleurt het bewijs. Er zijn objectieve
observaties nodig voor wetenschap. Introspectie is dus afgeschreven.
Behaviorisme (1900-1960)
Watson
Gedrag, leergeschiedenis en stimuli zijn te observeren en dus objectieve data. Behaviorisme houdt zich
bezig met hoe gedrag objectief veranderd in reactie op verschillenden objectieve stimuli, zoals straf en
beloning (learning theory).
Kritiek
Opvattingen, wensen, ervaringen, doelen en verwachtingen kunnen niet direct geobserveerd worden,
alleen via introspectie. Deze subjectieve mentale eenheden spelen een belangrijke rol bij gedrag maar
kunnen niet wetenschappelijk geobserveerd worden binnen het behaviorisme. Veel gedrag kan dan niet
op de objectieve manier van stimuli – reactie worden uitgelegd, omdat gedrag en gevoel beïnvloedt
wordt hoe iemand een situatie begrijpt en interpreteert. De objectieve situatie zelf kan gedrag niet
voorspellen, waardoor er verkeerde voorspellingen komen. Om gedragsreacties te voorspellen, moet je
refereren aan de stimulus én de kennis en begrip van de stimulus. Bijvoorbeeld:
,- Pass the Salt: gedrag kan door verschillende stimuli (verschillende manieren van vragen) worden
uitgelokt. Deze stimuli zijn dus op een bepaalde manier gelijk, omdat ze dezelfde reactie uitlokken
(zout doorgeven). De stimuli zijn fysiek verschillend van elkaar (andere woorden) maar
produceren toch hetzelfde effect. Stimuli die wel fysiek gelijk zijn, hebben niet hetzelfde effect
(Sass the Palt). Het gaat dus niet om fysieke gelijkheid maar gelijkheid van betekenis van de zin
voor jou.
Cognitieve Revolutie (1950-1970)
De cognitieve revolutie heeft de intellectuele kaart in het veld psychologie veranderd. Als je gedrag
wil verklaren of voorspellen, moet je iets weten over mentale processen als perceptie van de situatie,
begrip van de stimuli intentie die gedrag vormgeven.
Transcendentale methode
Kant
Je begint met observeerbare feiten en werkt vanuit deze observaties terug naar de onderliggende
oorzaken van de geobserveerde effecten. Je gaat op zoek naar de beste verklaring van zichtbare
effecten door onzichtbare oorzaken (net als bij elektronen). De informatie de zichtbare effecten geven,
zorgen ervoor dat je hypothesen kunt opstellen hoe die effecten zijn veroorzaakt. Wetenschappers
kunnen het proces nabootsen door experimenten te herhalen en te variëren en op die manier data
verzamelen om de hypothesen te testen. Mentale processen worden dan indirect bestudeerd via de
zichtbare effecten zoals reactietijd, accuraatheid en error. Op basis van die effecten worden hypothesen
ontwikkeld en getest over mentale processen. Directe observatie is dan niet nodig.
Research in Cognitive Psychology
Kantiaanse logica
Performance (geheugentaak)
Hypothesen over (volgorde van) onzichtbare mentale events
Data verzamelen om hypothesen te testen
Nieuwe voorspellingen in andere omstandigheden gebaseerd op de hypothesen
Hypothese bevestigen of verwerpen
Werkgeheugen
Bij het lezen van een zin integreer je woorden die verspreid staan (objectief feit). Wat is hier de
oorzaak van? Dat is geheugen, omdat die de eerste woorden van de zin onthoudt en die vervolgens
integreert met het eind van de zin.
Werkgeheugen: geheugen die je gebruikt voor informatie waar je actief mee werkt. Het onthoudt
informatie op een manier waardoor het makkelijk toegankelijk is (direct beschikbaar). Het
werkgeheugen heeft een kleine capaciteit, omdat je dan gemakkelijk bij het item kan dat je nodig hebt.
Span test: meten van de capaciteit van werkgeheugen door te kijken hoe onzichtbaar geheugen de
zichtbare performance beïnvloedt. Je leest iemand 4 items voor die ze dan moeten herhalen. Daarna 5
items, 6 items etc. Error ontstaat vaak bij 7 of 8 letters.
Error: dit is een effect waar je een oorzaak voor wil vinden. De error volgt een simpel patroon, waarbij
een letter wordt vervangen voor een andere letter met een gelijke klank (B-V of S-F) en niet met een
gelijk uiterlijk (E-F).
Model van Baddeley & Hitch
, Working-memory system: het werkgeheugen is geen eenheid, maar bestaat uit twee delen.
Central executive: de kern van het systeem, die het echte werk uitvoert zoals analyseren en
interpreteren. Hij wordt geholpen door assistenten, die geen moeilijke taken kunnen doen.
Articulatory rehearsal loop is een belangrijke assistent. De functie van assistenten is de
tijdelijke opslag van informatie dat snel weer nodig is, maar niet op dit moment
(notitieblaadje). Op die manier wordt de centrale executive gespaard om zich te focussen op
productieve taken. De assistenten kunnen verder niks met die informatie, alleen opslaan.
Zodra je de opgeslagen informatie weer nodig hebt kun je ‘op je blaadje kijken’. Deze
assistent bestaat uit twee elementen:
Subvocalization (inner voice): herhalen met je innerlijke stem. Hierbij worden de
spieren van praten niet gebruikt, maar wel de hersendelen die verantwoordelijk zijn
voor plannen en controleren van spierbewegingen. Mensen die niet kunnen praten
kunnen dus ook subvocalization.
Phonological buffer (inner ear): door subvocalization ontstaat er een
representatie/image in de phonological buffer die na 2 seconden vervaagd. Door
subvocalisazation wordt dit weer ververst en wordt het materiaal behouden.
Bewijs voor het werkgeheugen model
Verklaren van gelijke klank-error bij span task
Er wordt vertrouwd op de rehearsal loop die het mechanisme van de inner ear gebruikt, die normaal
gebruikt wordt voor horen. De informatie wordt tijdelijk opgeslagen als (interne representaties) van
geluiden.
Kantiaanse logica: hypothese over onzichtbaar mechanisme (rehearsal loop) om zichtbare data te
verklaren (error) dat leidt tot nieuwe voorspellingen om de hypothese te testen. Als de voorspellingen
accuraat zijn dan is de hypothese bevestigd en is er sprake van wetenschappelijke kennis.
Concurrent articulation task: tah-tah-tah zeggen bij een span test, waardoor je het mechanisme van
spraak gebruikt. Het mechanisme is dan niet beschikbaar voor subvocalization, dus er kan geen
gebruik gemaakt worden van de rehearsal loop. De capaciteit van het werkgeheugen wordt gemeten
zonder rehearsal loop, waardoor de capaciteit afneemt tot 4 of 5 items onthouden.
Visuele items: gelijke klank-error wordt door concurrente articulatie geëlimineerd, omdat je de
letters nu ziet.
Complexe visuele vormen: de vormen worden aan mensen laten zien en ze moeten ze daarna
natekenen. Als de vormen niet een duidelijke naam hebben, kan het inner-voice/inner-ear
mechanisme niet gebruikt worden dus is er geen effect van concurrente articulatie. De
rehearsal loop wordt niet gebruikt.
De rehearsal loop is alleen voor opslag en kan geen moeilijkere taken doen. Die taken zouden dus niet
minder goed worden als de loop niet beschikbaar is. Dit blijkt te kloppen. Bij moeilijke taken zoals
complexe zinnen heb je de loop eigenlijk nodig voor opslag een wordt je dus wel minder goed.
De natuur van het bewijs voor het werkgeheugen model