:
Auteur: Ivorra e.a.
Druk: 2e druk
Uitgever: Intertaal
ISBN: 9789460301216
Gebaseerd op de hoofdstukken 1 t/m 6 van het boek.
,Inhoudsopgave
1. Comunicación..................................................................................................... 4
1.1 Begroeten en afscheid nemen......................................................................4
1.2 Zich voorstellen............................................................................................. 4
1.2 Vragen hoe het met iemand gaat.................................................................4
1.3 Vragen waar iemand vandaan komt.............................................................4
1.4 Naar iemands werk vragen........................................................................... 4
1.5 Naar iemands telefoonnumer en e-mailadres vragen...................................5
1.6 Familierelaties............................................................................................... 5
1.6 Uiterlijk en karakter...................................................................................... 5
1.7 Voorzetsels.................................................................................................... 5
1.8 Voorkeur uitdrukken...................................................................................... 6
1.9 Leeftijd en geboortedatum............................................................................ 6
1.10 Hoeveelheden en verpakkingen..................................................................6
1.11 Boodschappen doen.................................................................................... 6
1.12 Bestellen in een café................................................................................... 7
1.13 Informatie over gerechten...........................................................................7
1.14 Een plaats beschrijven................................................................................ 7
1.15 Plaatsaanduidingen..................................................................................... 7
1.16 Vervoersmiddelen....................................................................................... 8
2. Getallen en klokkijken........................................................................................ 8
2.1 Klok kijken..................................................................................................... 8
3. Dagen en maanden............................................................................................ 9
4. Grammatica....................................................................................................... 9
4.1 Het lidwoord.................................................................................................. 9
4.2 Het persoonlijke voornaamwoord................................................................10
4.3 Het bezittelijk voornaamwoord...................................................................10
4.3 Het bijvoeglijk naamwoord..........................................................................10
4.4 Vraagwoorden............................................................................................. 11
4.4 Regelmatige werkwoorden..........................................................................11
4.5 Onregelmatige werkwoorden......................................................................11
4.6 Overige onderdelen..................................................................................... 12
2
, 1. Comunicación
1.1 Begroeten en afscheid nemen
Buenos dias goedemorgen (tot Hasta luego Tot later
ongeveer 14:00)
Buenas tardes goedemiddag (van Hasta pronto Tot gauw
14.00 tot 20.00)
Buenas noches goedenavond (vanaf Hasta Tot morgen
20.00 uur) mañana
Encantada Aangenaam door Mucho gusto Leuk kennis te
vrouw gezegd maken
Encantado Aangenaam door
man gezegd
De nada Graag gedaan
1.2 Zich voorstellen
Cómo se llama usted? = Wat is uw naam?
Cómo te llamas? = hoe heet je?
Soy / Me llamo / Mi nombre es = Ik ben / Ik heet / Mijn naam is Petra
Me llamo Petra, y tú? = Ik heet Petra, en jij?
Me llamo Petra Miltenburg, y usted? = Ik heet Petra Miltenburg, en u?
1.2 Vragen hoe het met iemand gaat
¿ Cómo estás? = hoe gaat het met je?
¿ Cómo está? = Hoe gaat het met u? formeel
¿ Qué tal? = Hoe gaat het ermee? informeel
Muy bien, gracias, y tú = Heel goed, dank je, en met jou?
Bien, gracias, y usted? = Goed, danku, en met u?
1.3 Vragen waar iemand vandaan komt
De dónde eres? = Waar kom jij vandaan?
De dónde es usted? = Waar komt u vandaan?
¿ Tú eres de aquí, verdad? = Jij komt hier vandaan, toch?
Soy de Nieuwegein = Ik kom uit Nieuwegein
o Vivo en Wijk bij Duurstede = Ik woon in Wijk bij Duurstede
1.4 Naar iemands werk vragen
Dónde trabajas? = Wat voor werk doe je?
Dónde trabaja usted = Wat voor werk doet u?
¿ Qué haces? = Wat doe jij?
¿ Qué hace usted = Wat doet u?
Soy Camarera = Ik ben een serveerster
Trabajo en un restaurante = Ik werk in een restaurant
1.5 Naar iemands telefoonnumer en e-mailadres vragen
Cuál es tu / su teléfono? = Wat is je/uw telefoonnummer?
Cuál es tu / su correo electrónico? = Wat is je/uw e-mailadres?
3