Onderzoek periode 1.
- Onderzoeksontwerp/ probleemstelling.
- Analyse maken
- Rapport schrijven
- Verslag doen.
Kenmerken van onderzoekers, waarop zij zich onderscheiden van niet-
onderzoekers:
- Houding
- Kennis
- Vaardigheid
Houding:
onafhankelijk( persoonlijke voorkeuren spelen geen rol)
ontvankelijk voor commentaar van collega’s ( verantwoording af voor je
resultaten, openheid)
Kennis:
kennis van methoden ( = constant, je moet weten welke onderzoeksmethoden,
criteria etc.).
kennis van onderwerp van je onderzoek ( kun je opfrissen, opdoen, informatie
zoeken).
Vaardigheid:
door er actief mee bezig te zijn.
niet alleen achtergrond kennis, maar ook nieuwe recepten( technieken etc.)
trucjes ( selecteren van informatie etc.)
1.2
Opzet onderzoeksplan, PRAKTISCH:
- Onderzoeksplan ( formuleren van de probleemstelling ,)
je kijkt of er al eerder onderzoek gedaan is naar je probleem; + hun
conclusie!
je bepaalt de deadline
je kijkt hoeveel geld er nodig is voor het uitvoeren van je onderzoek+
wat het budget is.
je overlegt met je project/begeleiders.
Onderzoek:
Fundamenteel onderzoek: Praktijkgericht onderzoek:
UNI HBO
vragen beantwoorden die niet vragen beantwoorden die wel
primair gericht zijn op toepassing in gericht zijn op het oplossen van
de praktijk problemen in de praktijk.
kennisvragen beantwoorden. kennisvragen beantwoorden.
Kennisprobleem= Praktijkprobleem=
vraag over wetenschappelijke afkomstig uit de dagelijkse praktijk,
theorie die met FUNDAMENTEEL samenleving met maatschappelijke
onderzoek wordt verricht. relevantie.
Empirische cyclus.
“je doorloopt de reeks keer op keer,
,
, Onderzoek:
Kwantitatief onderzoek: Kwalitatief onderzoek:
cijfermatig werkelijkheid ( “onderzoek in het
( personen, objecten, organisaties) veld”)
statistische technieken holisme=
( instrument van kwantitatieve ( onderzochte personen in de
methode ) omgeving onderzoeken)
( beschrijving resultaten/ Verhalen van mensen aanhoren.
verwachtingen resultaten ) onverwachte situaties.
“Meten is weten” niet numeriek opgemaakt, in taal
verwerkt.
TRIANGULATIE:
Verschillende kwalitatieve en kwantitatieve dataverzamelingsmethoden
gecombineerd in 1 onderzoeksopzet ( verhoogt geldigheid onderzoeksresultaten)
1.3
Stromingen in onderzoek
Naast de stromingen kwantitatief/kwalitatief en praktijk/fundamenteel zijn er nog
een 3 tal stromingen. Deze worden hieronder beschreven.
Empirisch/analytisch
- Empirisch: je verricht onderzoek door met behulp van een bepaalde systematiek
het waar te nemen wat er in de omgeving(=werkelijkheid) zich afspeelt.
Empire= ervaring als bron van kennis.
- Analytisch: kritisch/rationeel kijken naar eigen resultaten. Onderzoeksresultaten
blijven als het ware geldig, tot het tegendeel wordt aangetoond.
* Binnen deze stroming is er ; objectief onderzoek. Ook
herhaalbaar/controleerbaar is hierbij belangrijk. als een onderzoek nogmaals
uitgevoerd zou worden zal het tot dezelfde resultaten leiden.
* Veel fundamenteel onderzoek.
Interpretatief Opzoek naar interpreatie, de uitleg die personen aan een
situatie geven en niet slechts naar de kale cijfers kijken.
- kwalitatief onderzoek en richt zich voornamelijk op groepen en personen.
- Participerende onderzoek; onderzoeker begeeft zich onder de groep personen
die hij observeert.
Kritisch-emancipatorisch
Kritisch; betrokken bij de samenleving, en de eigen onderzoeksresultaten.
Emancipatorisch: Bijdragen aan processen in de samenleving die de
emancipatie van groepen bevorderen.
- Onderzoeksontwerp/ probleemstelling.
- Analyse maken
- Rapport schrijven
- Verslag doen.
Kenmerken van onderzoekers, waarop zij zich onderscheiden van niet-
onderzoekers:
- Houding
- Kennis
- Vaardigheid
Houding:
onafhankelijk( persoonlijke voorkeuren spelen geen rol)
ontvankelijk voor commentaar van collega’s ( verantwoording af voor je
resultaten, openheid)
Kennis:
kennis van methoden ( = constant, je moet weten welke onderzoeksmethoden,
criteria etc.).
kennis van onderwerp van je onderzoek ( kun je opfrissen, opdoen, informatie
zoeken).
Vaardigheid:
door er actief mee bezig te zijn.
niet alleen achtergrond kennis, maar ook nieuwe recepten( technieken etc.)
trucjes ( selecteren van informatie etc.)
1.2
Opzet onderzoeksplan, PRAKTISCH:
- Onderzoeksplan ( formuleren van de probleemstelling ,)
je kijkt of er al eerder onderzoek gedaan is naar je probleem; + hun
conclusie!
je bepaalt de deadline
je kijkt hoeveel geld er nodig is voor het uitvoeren van je onderzoek+
wat het budget is.
je overlegt met je project/begeleiders.
Onderzoek:
Fundamenteel onderzoek: Praktijkgericht onderzoek:
UNI HBO
vragen beantwoorden die niet vragen beantwoorden die wel
primair gericht zijn op toepassing in gericht zijn op het oplossen van
de praktijk problemen in de praktijk.
kennisvragen beantwoorden. kennisvragen beantwoorden.
Kennisprobleem= Praktijkprobleem=
vraag over wetenschappelijke afkomstig uit de dagelijkse praktijk,
theorie die met FUNDAMENTEEL samenleving met maatschappelijke
onderzoek wordt verricht. relevantie.
Empirische cyclus.
“je doorloopt de reeks keer op keer,
,
, Onderzoek:
Kwantitatief onderzoek: Kwalitatief onderzoek:
cijfermatig werkelijkheid ( “onderzoek in het
( personen, objecten, organisaties) veld”)
statistische technieken holisme=
( instrument van kwantitatieve ( onderzochte personen in de
methode ) omgeving onderzoeken)
( beschrijving resultaten/ Verhalen van mensen aanhoren.
verwachtingen resultaten ) onverwachte situaties.
“Meten is weten” niet numeriek opgemaakt, in taal
verwerkt.
TRIANGULATIE:
Verschillende kwalitatieve en kwantitatieve dataverzamelingsmethoden
gecombineerd in 1 onderzoeksopzet ( verhoogt geldigheid onderzoeksresultaten)
1.3
Stromingen in onderzoek
Naast de stromingen kwantitatief/kwalitatief en praktijk/fundamenteel zijn er nog
een 3 tal stromingen. Deze worden hieronder beschreven.
Empirisch/analytisch
- Empirisch: je verricht onderzoek door met behulp van een bepaalde systematiek
het waar te nemen wat er in de omgeving(=werkelijkheid) zich afspeelt.
Empire= ervaring als bron van kennis.
- Analytisch: kritisch/rationeel kijken naar eigen resultaten. Onderzoeksresultaten
blijven als het ware geldig, tot het tegendeel wordt aangetoond.
* Binnen deze stroming is er ; objectief onderzoek. Ook
herhaalbaar/controleerbaar is hierbij belangrijk. als een onderzoek nogmaals
uitgevoerd zou worden zal het tot dezelfde resultaten leiden.
* Veel fundamenteel onderzoek.
Interpretatief Opzoek naar interpreatie, de uitleg die personen aan een
situatie geven en niet slechts naar de kale cijfers kijken.
- kwalitatief onderzoek en richt zich voornamelijk op groepen en personen.
- Participerende onderzoek; onderzoeker begeeft zich onder de groep personen
die hij observeert.
Kritisch-emancipatorisch
Kritisch; betrokken bij de samenleving, en de eigen onderzoeksresultaten.
Emancipatorisch: Bijdragen aan processen in de samenleving die de
emancipatie van groepen bevorderen.