Fiscaal Recht 1: H.1, H.2, H.3, H.4, H.5, H.7,
H.10
Hoofdstuk 1
1.1
Profijtbeginsel: degene die er profijt van heeft betaalt
Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
1.2
Inkomstenbelasting: belasting over inkomsten natuurlijke personen; Wet
IB
Vennootschapsbelasting: belasting over winst rechtspersonen; Wet VPB
Loonbelasting: belasting over loon; Wet LB
Omzetbelasting/btw: belasting over goederen en diensten door
ondernemers; Wet OB
Dividendbelasting: belasting over winstuitkeringen op aandelen; Wet op
dividendenbelasting
Erfbelasting: belasting over een erfenis; Successiewet (SW)
Schenkbelasting: Belasting over een schenking; Successiewet (SW)
Kansspelbelasting: Belasting over gewonnen prijzen
Overdrachtsbelasting: belasting bij het verkrijgen van een onroerend
goed; Wet OVB
Motorrijtuigenbelasting: belasting bij het hebben van een auto of
motorrijwiel
BPM: belasting bij het registreren van een auto/motorrijwiel; Wet BPM
Accijns: op bijv. tabak en alcohol
Milieuheffingen: Afvalstofbelasting, verpakkingenbelasting en
energiebelasting
1.3
Formele belastingrecht: daarin wordt de wijze waarop de belasting
uiteindelijk bij de overheid moet komen geregeld; de formele wetgeving is
in de Algemene vet bestuursrecht(Awb) en Algemene wet inzake
rijksbelastingen(AWR) geregeld
,Een uitvoeringsregeling of uitvoeringsbeschikking én uitvoeringsbesluit
wordt gemaakt door de minister van financiën.
Met ministeriele regeling wordt een uitvoeringsregeling bedoeld.
Richtlijnen: zijn afspraken binnen de Europese Unie; ieder land is
verplicht deze afspraken in zijn wetgeving te verwoorden
Vertrouwensbeginsel: het vertrouwen dat de belastingplichtige mag
ontlenen aan gedragingen van de overheid
Gelijkheidsbeginsel: gaat uit van de gelijke behandeling van gelijke
gevallen
Jurisprudentie: uitspraken van rechters; jurisprudentie heeft grote
invloed
Besluit=resolutie
Hoofdstuk 2
Materiële belastingrecht: wordt aangegeven hoe de te betalen belasting wordt
bepaald.
-> Wet inkomstenbelasting, Wet vennootschapsbelasting, Wet loonbelasting, Wet
omzetbelasting
In deze wetten wordt vermeld wie belastingplichtig is, waarover belasting
moet worden betaald en hoeveel.
Formele recht: behandelt de manier waarop de aanslagen worden vastgesteld,
hoe en wanneer we aangifte moeten doen en wanneer moet worden betaald; ook
de verplichtingen van de belastingbetalers wordt beschreven.
De regels van het formele recht zoeken we ten eerste in de Algemene wet
bestuursrecht(Awb). De formele regelgeving zoeken we in het meer specifieke
Algemene wet inzake rijksbelastingen(AWR).
Natuurlijke personen zijn belastingplichtig en moeten volgens de wet IB in
Nederland wonen of hun inkomen in Nederland verdienen.
VPB wordt geheven over lichamen (nv bv etc.) en die moeten dan ook in
Nederland gevestigd zijn.
Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld. -> Artikel 4 lid 1 AWR
AWR: voor de specifieke formele wetgeving die alleen betrekking heeft op
belastingen moeten we in de AWR zijn.
Artikel 6 AWR: de inspecteur kan degene die naar zijn mening vermoedelijk
belastingplichtig is , uitnodigen tot het doen van een aangifte; in deze aangifte
, vraagt de belastingdienst om gegevens die van belang zijn voor het vaststellen
van de te betalen belasting.
Artikel 7 en 8 AWR: aan het doen van een aangifte is pas voldaan als alle
gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld,(elektronisch)
wordt ondertekend en naar de belastingdienst wordt verzonden.
Artikel 9 en 10 AWR: binnen welke termijn moet deze aangifte ingevuld en
ondertekend zijn teruggestuurd? -> de inspecteur stelt een termijn van minstens
een maand (de termijnen kunnen op verzoek verlengd worden).
Moet deze aangifte ook worden teruggestuurd als de gevraagde gegevens niet
van toepassing zijn? JA! Bij die gegevens hoeft dan niks ingevuld te en
ondertekend teruggestuurd worden. Op deze manier geven we aan geen
inkomsten te hebben gehad.
Aanslagbelastingen: inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Uit de
gegevens die in de aangifte vermeld zijn zal blijken welk bedrag aan belasting
dient te worden betaald. Dit te betalen bedrag wordt vastgesteld in een aanslag.
Aangiftebelasting: omzetbelasting en loonbelasting. Gelijk met het doen van de
aangifte moet ook de omzetbelasting en loonbelasting worden betaald. De
belastingplichtige rekent deze dus zelf uit en hoeft er dus niet eerst een aanslag
te volgen.
Artikel 5 en artikel 11 lid 1 AWR: uit de gegevens die in de aangifte vermeld
zijn zal blijken welk bedrag aan de belastingdienst betaald moet worden. Dit te
betalen bedrag wordt vastgesteld in een aanslag -> het vaststellen van de
aanslag gebeurt door het opmaken van een aanslagbiljet -> deze zal naar de
belastingplichtige worden verstuurd.
Artikel 11 lid 2 AWR: de inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van
de aangifte afwijken, zomede de aanslag ambtshalve vaststellen.
Ambtshalve aanslag: als bijvoorbeeld een aanslag niet ondertekend
teruggestuurd wordt kan een inspecteur met de al bekende gegevens en een
redelijke schatting van het inkomen toch een aanslag opleggen.
Artikel 11 lid 3 AWR: de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt
door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.
Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de
duur van dit uitstel verlengd.
Artikel 11 lid 4 AWR: geeft aan wanneer de belastingschuld is ontstaan. Dit is
na afloop van het einde van een tijdvak waarover de belasting wordt geheven ->
dus bijv. inkomstenbelasting 2009 wordt geheven over tijdvak 2009 ontstaat de
belastingschuld daarmee op 31 december 2009 middernacht; de aanslag zal dan
uiterlijk 3 jaar dus uiterlijk 31 december 2012 moeten zijn opgelegd.
Voorlopige aanslagen
- Artikel 13 en 14 AWR
H.10
Hoofdstuk 1
1.1
Profijtbeginsel: degene die er profijt van heeft betaalt
Draagkrachtbeginsel: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
1.2
Inkomstenbelasting: belasting over inkomsten natuurlijke personen; Wet
IB
Vennootschapsbelasting: belasting over winst rechtspersonen; Wet VPB
Loonbelasting: belasting over loon; Wet LB
Omzetbelasting/btw: belasting over goederen en diensten door
ondernemers; Wet OB
Dividendbelasting: belasting over winstuitkeringen op aandelen; Wet op
dividendenbelasting
Erfbelasting: belasting over een erfenis; Successiewet (SW)
Schenkbelasting: Belasting over een schenking; Successiewet (SW)
Kansspelbelasting: Belasting over gewonnen prijzen
Overdrachtsbelasting: belasting bij het verkrijgen van een onroerend
goed; Wet OVB
Motorrijtuigenbelasting: belasting bij het hebben van een auto of
motorrijwiel
BPM: belasting bij het registreren van een auto/motorrijwiel; Wet BPM
Accijns: op bijv. tabak en alcohol
Milieuheffingen: Afvalstofbelasting, verpakkingenbelasting en
energiebelasting
1.3
Formele belastingrecht: daarin wordt de wijze waarop de belasting
uiteindelijk bij de overheid moet komen geregeld; de formele wetgeving is
in de Algemene vet bestuursrecht(Awb) en Algemene wet inzake
rijksbelastingen(AWR) geregeld
,Een uitvoeringsregeling of uitvoeringsbeschikking én uitvoeringsbesluit
wordt gemaakt door de minister van financiën.
Met ministeriele regeling wordt een uitvoeringsregeling bedoeld.
Richtlijnen: zijn afspraken binnen de Europese Unie; ieder land is
verplicht deze afspraken in zijn wetgeving te verwoorden
Vertrouwensbeginsel: het vertrouwen dat de belastingplichtige mag
ontlenen aan gedragingen van de overheid
Gelijkheidsbeginsel: gaat uit van de gelijke behandeling van gelijke
gevallen
Jurisprudentie: uitspraken van rechters; jurisprudentie heeft grote
invloed
Besluit=resolutie
Hoofdstuk 2
Materiële belastingrecht: wordt aangegeven hoe de te betalen belasting wordt
bepaald.
-> Wet inkomstenbelasting, Wet vennootschapsbelasting, Wet loonbelasting, Wet
omzetbelasting
In deze wetten wordt vermeld wie belastingplichtig is, waarover belasting
moet worden betaald en hoeveel.
Formele recht: behandelt de manier waarop de aanslagen worden vastgesteld,
hoe en wanneer we aangifte moeten doen en wanneer moet worden betaald; ook
de verplichtingen van de belastingbetalers wordt beschreven.
De regels van het formele recht zoeken we ten eerste in de Algemene wet
bestuursrecht(Awb). De formele regelgeving zoeken we in het meer specifieke
Algemene wet inzake rijksbelastingen(AWR).
Natuurlijke personen zijn belastingplichtig en moeten volgens de wet IB in
Nederland wonen of hun inkomen in Nederland verdienen.
VPB wordt geheven over lichamen (nv bv etc.) en die moeten dan ook in
Nederland gevestigd zijn.
Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld. -> Artikel 4 lid 1 AWR
AWR: voor de specifieke formele wetgeving die alleen betrekking heeft op
belastingen moeten we in de AWR zijn.
Artikel 6 AWR: de inspecteur kan degene die naar zijn mening vermoedelijk
belastingplichtig is , uitnodigen tot het doen van een aangifte; in deze aangifte
, vraagt de belastingdienst om gegevens die van belang zijn voor het vaststellen
van de te betalen belasting.
Artikel 7 en 8 AWR: aan het doen van een aangifte is pas voldaan als alle
gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld,(elektronisch)
wordt ondertekend en naar de belastingdienst wordt verzonden.
Artikel 9 en 10 AWR: binnen welke termijn moet deze aangifte ingevuld en
ondertekend zijn teruggestuurd? -> de inspecteur stelt een termijn van minstens
een maand (de termijnen kunnen op verzoek verlengd worden).
Moet deze aangifte ook worden teruggestuurd als de gevraagde gegevens niet
van toepassing zijn? JA! Bij die gegevens hoeft dan niks ingevuld te en
ondertekend teruggestuurd worden. Op deze manier geven we aan geen
inkomsten te hebben gehad.
Aanslagbelastingen: inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Uit de
gegevens die in de aangifte vermeld zijn zal blijken welk bedrag aan belasting
dient te worden betaald. Dit te betalen bedrag wordt vastgesteld in een aanslag.
Aangiftebelasting: omzetbelasting en loonbelasting. Gelijk met het doen van de
aangifte moet ook de omzetbelasting en loonbelasting worden betaald. De
belastingplichtige rekent deze dus zelf uit en hoeft er dus niet eerst een aanslag
te volgen.
Artikel 5 en artikel 11 lid 1 AWR: uit de gegevens die in de aangifte vermeld
zijn zal blijken welk bedrag aan de belastingdienst betaald moet worden. Dit te
betalen bedrag wordt vastgesteld in een aanslag -> het vaststellen van de
aanslag gebeurt door het opmaken van een aanslagbiljet -> deze zal naar de
belastingplichtige worden verstuurd.
Artikel 11 lid 2 AWR: de inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van
de aangifte afwijken, zomede de aanslag ambtshalve vaststellen.
Ambtshalve aanslag: als bijvoorbeeld een aanslag niet ondertekend
teruggestuurd wordt kan een inspecteur met de al bekende gegevens en een
redelijke schatting van het inkomen toch een aanslag opleggen.
Artikel 11 lid 3 AWR: de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt
door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.
Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de
duur van dit uitstel verlengd.
Artikel 11 lid 4 AWR: geeft aan wanneer de belastingschuld is ontstaan. Dit is
na afloop van het einde van een tijdvak waarover de belasting wordt geheven ->
dus bijv. inkomstenbelasting 2009 wordt geheven over tijdvak 2009 ontstaat de
belastingschuld daarmee op 31 december 2009 middernacht; de aanslag zal dan
uiterlijk 3 jaar dus uiterlijk 31 december 2012 moeten zijn opgelegd.
Voorlopige aanslagen
- Artikel 13 en 14 AWR