Vragen
Vraag 1
Stel, op zaterdag 17 oktober vond een demonstratie plaats tegen de coronamaatregelen die
op dit moment van kracht waren. Een groep van zo’n vijftig demonstranten liep door het
centrum van Groningen. De groep hield, in strijd met de op dat moment geldende
noodverordening, onderling geregeld niet voldoende afstand. Van agressief gedrag,
geschreeuw etc. was geen sprake. Er werd enkel met vlaggen en spandoeken rondgelopen
en er werden flyers uitgedeeld met een oproep volgende week weer te komen demonstreren
op de Grote Markt. Van de demonstratie is vooraf kennisgeving aan de burgemeester en de
voorzitter van de veiligheidsregio gedaan. Het bevoegd gezag besluit dat de demonstratie
doorgang mag vinden, maar dat er niet geflyerd mag worden, om zo voldoende afstand te
houden tot het winkelend publiek. Volgens de organisatie komt dat neer op censuur.
Mocht deze voorwaarde door het bevoegd gezag worden gesteld?
Vraag 2
Stel, in een staat die is aangesloten bij het EVRM< is een groot en vlak heidegebied
gelegen, dat door de bewoners simpelweg ‘het Veen’ wordt genoemd. Sinds 2010 hebben,
na een geslaagde marketingcampagne, steeds meer toeristen het Veen ontdekt als
‘sprookjesachtige bestemming voor een authentieke natuurbeleving’. Veel toeristen beleven
het Veen door er met luchtballonnen op te stijgen, er overheen te varen en er te landen. Op
piekmomenten zijn er in dat gebied zo veel luchtballonnen dat aanvaringen geen
ondenkbeeldig risico blijken. Daarnaast wordt vastgesteld dat de luchtballonvaart de
(zeldzame) vogels verstoort die in dit gebied broeden.
De minister van Landbouw en Natuur besluit daarom een wetsvoorstel voor te bereiden om
het vliegen met luchtballonnen boven het Veen aan banden te leggen. In andere gebieden
van het land blijven ballonvaarten wel toegestaan. Voor het wetsvoorstel weet de minister in
het parlement een meerderheid achter zich te krijgen. De gewijzigde wetgeving treedt
onmiddellijk in werking.
Als gevolg van de nieuwe wetgeving komt er een ‘vluchtrechtenstelsel’ op basis waarvan
jaarlijks 200 ballonvluchten kunnen worden gemaakt, uitsluitend buiten het broedseizoen en
maximaal twee per dag. De ballonvaarders berekenen dat dit 12% is van het huidige aantal
ballonvluchten en dat bijna alle aanbieders van ballonvluchten binnen drie maanden na de
wetswijziging failliet zullen gaan.
Volgens de ballonvaarders maakt de gewijzigde wetgeving een ongerechtvaardigde inbreuk
op artikel 1, eerste Protocol bij het EVRM, met name wegens het ontbreken van een
volledige compensatieregeling. Beoordeel deze stelling.