Hoofdstuk 1.1
Communicatie binnen een bedrijf > Buitenwereld naar binnen brengen en de binnenwereld naar
buiten.
Iedereen communiceert altijd en overal:
- Non verbaal: oogcontact, houding, geur, mimiek etc.
- Als je er niet of wel bent ook: stel je komt niet opdagen.
Het DNA en Identiteit = uitgangspunt van een organisatie op het communicatie.
> DNA: De kant waar de organisatie op wilt.
> Identiteit: essentie van een bedrijf (wat een organisatie is en wilt uitstralen).
Hoofdstuk 1.2
Belangrijke trends en ontwikkelingen:
- Van offline naar online
- Transparantie (snel zichtbaar)
- Geïntegreerde communicatie:
* Corporate communicatie : beeldvorming / reputatie
* Interne communicatie: Communicatie met medewerkers binnen een organisatie
* Marketingcommunicatie: verkoop en sales
- Emotiemaatschappij
- Duurzaamheid
- Netwerkenmaatschappij
- Accountability: Verantwoordelijk nemen en verantwoording afleggen.
Communicatie gaat razendsnel:
We communiceren over producten > nu over merken.
We gingen in op klanten > nu op fans.
We focusten op verkopen > nu op verbinden.
We scoorden door transactie > nu door relaties.
We waren veel aan het zenden > nu luisteren we.
Hoofstuk 1.3
- Communicatie heeft een staffunctie: rechtstreeks onder de directie valt en daarom rapporteert.
- Communicatie afdeling heeft een lijnfunctie als zij valt onder een bepaald dienst of sector binnen
de organisatie.
Hoofdstuk 1.4
Functies en activiteiten van de communicatie professional zijn:
* Analyseren: vraagstuk in kaart brengen.
* Adviseren: organisaties cumulatiever maken.
* Integreren: Com-processen plannen, afstemmen en implementeren. (invoeren)
* Creëren: Communicatiemiddelen doen ontstaan.
* Begeleiden: Mensen communicatiever maken.
* Organiseren: Zorgen voor ontmoetingen.
Human Resource Management (HRM): Afdeling die zich bezighoudt met werknemers als
belangrijkste factor voor het realiseren van organisatiedoelen. HR- management zorgt voor het
creëren van een cultuur die medewerkers stimuleert zich te ontwikkelen.
, Hoofdstuk 2.1
ZBMO-model : zender, boodschap, medium, ontvanger (feedback, terugkoppeling)
Boodschap 4 aspecten:
- Zakelijk: feiten
- Expressief: gevoel/emotie
- Relationeel: verhouding Z+O
- Appellerend: Beroep op O
* Encoderend: omzetten van gedachten in beeld en woorden.
* Decoderen: boodschap omzetten in gedachten.
* Feedback: reactie van ontvanger naar zender.
* Terugkoppeling: Zender op F reageert.
Ruis
Interne ruis: Verstoring communicatie door factoren binnen communicatieproces.
Externe ruis: Verstoring communicatie door factoren buiten communicatieproces.
* Redundantie: overtollige informatie
* Metacommunicatie: communicatie over het communicatieproces zelf.
* Communicatie: is een proces van 2 richtingsverkeer waarbij de interacties essentieel zijn.
Model van Noelle Aarts
Zender Zender
= interactie =
Ontvanger Ontvanger
Hoofdstuk 2.2 + 2.3
Communicatiemodaliteit: Communicatie wijze die zich onderscheidt van andere vormen van
communicatie.
Modaliteiten
Informeren: Verstrekken van gegevens/symbolen waar mensen betekenis aan kunnen geven.
Voorlichting: Bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door middel van communicatie.
Public relations: Communicatie die gericht is op het bevorderen van wederzijds begrip tussen
organisatie en publieksgroepen.
Reclame: Overtuigende informatie over merken/organisaties waarbij meestal gebruikt wordt
gemaakt van betaalde ruimte in de media.
Propaganda: Andere overtuigen van ideeën.
Communicatie kruispunt Ruler
Informeren: het centraal overdragen van kennis en bekendmaken
7Overreden: is 1 richtingscommunicatie en beïnvloeding
Dialogiseren: uitwisselen van ideeën en gedachtes, is vooral
belangrijk bij het creëren van draagvlak.
Formeren: pas je toe als er een conflicterende belangen
zijn.
Communicatie binnen een bedrijf > Buitenwereld naar binnen brengen en de binnenwereld naar
buiten.
Iedereen communiceert altijd en overal:
- Non verbaal: oogcontact, houding, geur, mimiek etc.
- Als je er niet of wel bent ook: stel je komt niet opdagen.
Het DNA en Identiteit = uitgangspunt van een organisatie op het communicatie.
> DNA: De kant waar de organisatie op wilt.
> Identiteit: essentie van een bedrijf (wat een organisatie is en wilt uitstralen).
Hoofdstuk 1.2
Belangrijke trends en ontwikkelingen:
- Van offline naar online
- Transparantie (snel zichtbaar)
- Geïntegreerde communicatie:
* Corporate communicatie : beeldvorming / reputatie
* Interne communicatie: Communicatie met medewerkers binnen een organisatie
* Marketingcommunicatie: verkoop en sales
- Emotiemaatschappij
- Duurzaamheid
- Netwerkenmaatschappij
- Accountability: Verantwoordelijk nemen en verantwoording afleggen.
Communicatie gaat razendsnel:
We communiceren over producten > nu over merken.
We gingen in op klanten > nu op fans.
We focusten op verkopen > nu op verbinden.
We scoorden door transactie > nu door relaties.
We waren veel aan het zenden > nu luisteren we.
Hoofstuk 1.3
- Communicatie heeft een staffunctie: rechtstreeks onder de directie valt en daarom rapporteert.
- Communicatie afdeling heeft een lijnfunctie als zij valt onder een bepaald dienst of sector binnen
de organisatie.
Hoofdstuk 1.4
Functies en activiteiten van de communicatie professional zijn:
* Analyseren: vraagstuk in kaart brengen.
* Adviseren: organisaties cumulatiever maken.
* Integreren: Com-processen plannen, afstemmen en implementeren. (invoeren)
* Creëren: Communicatiemiddelen doen ontstaan.
* Begeleiden: Mensen communicatiever maken.
* Organiseren: Zorgen voor ontmoetingen.
Human Resource Management (HRM): Afdeling die zich bezighoudt met werknemers als
belangrijkste factor voor het realiseren van organisatiedoelen. HR- management zorgt voor het
creëren van een cultuur die medewerkers stimuleert zich te ontwikkelen.
, Hoofdstuk 2.1
ZBMO-model : zender, boodschap, medium, ontvanger (feedback, terugkoppeling)
Boodschap 4 aspecten:
- Zakelijk: feiten
- Expressief: gevoel/emotie
- Relationeel: verhouding Z+O
- Appellerend: Beroep op O
* Encoderend: omzetten van gedachten in beeld en woorden.
* Decoderen: boodschap omzetten in gedachten.
* Feedback: reactie van ontvanger naar zender.
* Terugkoppeling: Zender op F reageert.
Ruis
Interne ruis: Verstoring communicatie door factoren binnen communicatieproces.
Externe ruis: Verstoring communicatie door factoren buiten communicatieproces.
* Redundantie: overtollige informatie
* Metacommunicatie: communicatie over het communicatieproces zelf.
* Communicatie: is een proces van 2 richtingsverkeer waarbij de interacties essentieel zijn.
Model van Noelle Aarts
Zender Zender
= interactie =
Ontvanger Ontvanger
Hoofdstuk 2.2 + 2.3
Communicatiemodaliteit: Communicatie wijze die zich onderscheidt van andere vormen van
communicatie.
Modaliteiten
Informeren: Verstrekken van gegevens/symbolen waar mensen betekenis aan kunnen geven.
Voorlichting: Bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door middel van communicatie.
Public relations: Communicatie die gericht is op het bevorderen van wederzijds begrip tussen
organisatie en publieksgroepen.
Reclame: Overtuigende informatie over merken/organisaties waarbij meestal gebruikt wordt
gemaakt van betaalde ruimte in de media.
Propaganda: Andere overtuigen van ideeën.
Communicatie kruispunt Ruler
Informeren: het centraal overdragen van kennis en bekendmaken
7Overreden: is 1 richtingscommunicatie en beïnvloeding
Dialogiseren: uitwisselen van ideeën en gedachtes, is vooral
belangrijk bij het creëren van draagvlak.
Formeren: pas je toe als er een conflicterende belangen
zijn.