Psychodiagnostiek 1
Jikke Kuijpers (4172442)
TP-21 | DOCENT: HENK VERHOEVEN
,Inhoud
1. PMT....................................................................................................................................................2
2. UCL.....................................................................................................................................................5
3. NPV-2..................................................................................................................................................9
4. CAPAZ-studie....................................................................................................................................12
5. Loopbaanwaarden............................................................................................................................15
6. CBSK..................................................................................................................................................18
7. DAT...................................................................................................................................................21
8. Intake................................................................................................................................................25
, 1. PMT
Verwerkingsopdracht
1. Wat is het doel van de test?
De PMT meet een drietal persoonlijkheidsdisposities die voor een groot deel bepalend zijn
voor de productiviteit en de houding ten opzichte van het werk. Hij meet prestatiemotivatie,
positieve faalangst en negatieve faalangst.
2. Geef in één zin weer wat elke subschaal meet.
Prestatiemotivatie: de mate waarin iemand de behoefte voelt om iets te bereiken, om
zichzelf en anderen te overtreffen.
Negatieve faalangst: de mate waarin angst een negatief effect heeft op prestaties.
Positieve faalangst: de mate waarin angst een positief effect heeft op prestaties.
3. Bij welke doelgroepen kan de test afgenomen worden?
De test kan worden afgenomen bij mensen van 16 jaar en ouder, ongeacht hun
opleidingsniveau.
4. Zijn er speciale richtlijnen?
Ja, er moet voldoende ruimte zijn, de omgeving moet prettig zijn, er moeten geen afleidingen
zijn. De testleider moet bevoegd zijn om testen af te nemen en hij moet de respondenten
ertoe zetten om serieuze antwoorden te geven. De test kan bij groepen van 30 respondenten
tegelijk worden afgenomen. Respondenten moeten vlot antwoorden.
5. Betrouwbaarheid
Met het oog op de betrouwbaarheid werd voor elke schaal de betrouwbaarheidscoëfficiënt
(Cronbachs alfa) berekend die kan worden opgevat als een maat voor de homogeniteit van
de schaal. Tevens werd de standaardmeetfout (oe) berekend waarmee het mogelijk is
betrouwbaarheidsintervallen van de scores uit te rekenen. Door de ruwe score te
vermeerderen en te verminderen met de standaardmeetfout, wordt een gebied afgebakend
waarbinnen met 68% zekerheid de ware score wordt gevonden. De betrouwbaarheid wordt
door de COTAN als voldoende beoordeeld.
6. Validiteit
Er is een Pearson correlatie uitgevoerd tussen de verschillende schalen. De COTAN scoort
zowel de begripsvaliditeit als de criteriumvaliditeit als onvoldoende. Beide worden
onvoldoende beoordeeld door te weinig onderzoek.
7. Wanneer kun je de test inzetten?
Je kunt de test inzetten als iemand vraagt naar opleidingsmogelijkheden. Binnen een bedrijf
kijken wie een promotie aankan. Kijken waarom een leerling met een hoog IQ slechte punten
haalt.
Jikke Kuijpers (4172442)
TP-21 | DOCENT: HENK VERHOEVEN
,Inhoud
1. PMT....................................................................................................................................................2
2. UCL.....................................................................................................................................................5
3. NPV-2..................................................................................................................................................9
4. CAPAZ-studie....................................................................................................................................12
5. Loopbaanwaarden............................................................................................................................15
6. CBSK..................................................................................................................................................18
7. DAT...................................................................................................................................................21
8. Intake................................................................................................................................................25
, 1. PMT
Verwerkingsopdracht
1. Wat is het doel van de test?
De PMT meet een drietal persoonlijkheidsdisposities die voor een groot deel bepalend zijn
voor de productiviteit en de houding ten opzichte van het werk. Hij meet prestatiemotivatie,
positieve faalangst en negatieve faalangst.
2. Geef in één zin weer wat elke subschaal meet.
Prestatiemotivatie: de mate waarin iemand de behoefte voelt om iets te bereiken, om
zichzelf en anderen te overtreffen.
Negatieve faalangst: de mate waarin angst een negatief effect heeft op prestaties.
Positieve faalangst: de mate waarin angst een positief effect heeft op prestaties.
3. Bij welke doelgroepen kan de test afgenomen worden?
De test kan worden afgenomen bij mensen van 16 jaar en ouder, ongeacht hun
opleidingsniveau.
4. Zijn er speciale richtlijnen?
Ja, er moet voldoende ruimte zijn, de omgeving moet prettig zijn, er moeten geen afleidingen
zijn. De testleider moet bevoegd zijn om testen af te nemen en hij moet de respondenten
ertoe zetten om serieuze antwoorden te geven. De test kan bij groepen van 30 respondenten
tegelijk worden afgenomen. Respondenten moeten vlot antwoorden.
5. Betrouwbaarheid
Met het oog op de betrouwbaarheid werd voor elke schaal de betrouwbaarheidscoëfficiënt
(Cronbachs alfa) berekend die kan worden opgevat als een maat voor de homogeniteit van
de schaal. Tevens werd de standaardmeetfout (oe) berekend waarmee het mogelijk is
betrouwbaarheidsintervallen van de scores uit te rekenen. Door de ruwe score te
vermeerderen en te verminderen met de standaardmeetfout, wordt een gebied afgebakend
waarbinnen met 68% zekerheid de ware score wordt gevonden. De betrouwbaarheid wordt
door de COTAN als voldoende beoordeeld.
6. Validiteit
Er is een Pearson correlatie uitgevoerd tussen de verschillende schalen. De COTAN scoort
zowel de begripsvaliditeit als de criteriumvaliditeit als onvoldoende. Beide worden
onvoldoende beoordeeld door te weinig onderzoek.
7. Wanneer kun je de test inzetten?
Je kunt de test inzetten als iemand vraagt naar opleidingsmogelijkheden. Binnen een bedrijf
kijken wie een promotie aankan. Kijken waarom een leerling met een hoog IQ slechte punten
haalt.