Gedragswetenschappen
Leerjaar 1, periode 1 - Preventie
,Inhoudsopgave
Overzicht psychologische stromingen............................................................................................................. 6
Week 1.......................................................................................................................................................... 7
Aangeven waar de psychologische wetenschap zich op richt..............................................................................7
Beschrijven waarom kennis van de psychologie belangrijk is voor verpleegkundigen........................................7
Beschrijven wat de nature-nurture kwestie inhoudt en wat de huidige opvattingen hieromtrent zijn...............7
Aangeven wat er onder een ‘stroming’ in de psychologie wordt verstaan..........................................................7
Stromingen met standpunten:..............................................................................................................................7
Week 2 – Psychodynamische benadering....................................................................................................... 8
De verschillende uitgangspunten van de psychodynamische benaderingen beschrijven....................................8
De theorie van Freud en het driftmodel van de psychodynamische benadering beschrijven..............................8
De ontwikkelingsfasen van het Id, Ego en Superego uitleggen;...........................................................................9
Uitleggen wat er onder afweermechanismen verstaan wordt, weet de verschillende mechanismen en kan
deze koppelen aan patiëntengedrag..................................................................................................................11
De begrippen overdracht en tegenoverdracht uitleggen en koppelen aan verpleegkundige zorgverlening.....11
Beschrijven wat er onder de zelfpsychologie van Kohut en Stern verstaan wordt............................................11
Beschrijven hoe de psychodynamische benaderingen terug te zien zijn in de context van zorg & welzijn en
jeugdzorg (o.a. ‘holding’)....................................................................................................................................12
Verschillende therapeutische technieken en houdingsaspecten noemen behorende bij het driftmodel...........12
Beschrijven welke kanttekeningen er zijn geplaatst bij de psychodynamische theorieën en methodes...........12
Week 3 – Cognitieve gedragstherapeutische benadering (behavorisme).......................................................13
De uitgangspunten en de ontstaansreden van de behavioristische benadering uitleggen...............................13
De drie vormen van leren (klassieke, operante conditionering en model-leren) uitleggen en met voorbeelden
toelichten............................................................................................................................................................13
De basisbegrippen die behoren bij de klassieke en operante conditionering met voorbeelden toelichten.......14
De drie vormen van leren gebruiken in de analyse van patiëntengedrag en gedrag van verpleegkundigen....14
In therapie...........................................................................................................................................................14
Week 4 - Cognitieve gedragstherapeutische benadering (cognitieve therapie)..............................................15
De uitgangspunten van de cognitieve psychologie (Beck & Ellis) verwoorden..................................................15
De basisbegrippen van de cognitieve psychologie uitleggen: attributie, locus of control, aangeleerde
hulpeloosheid en automatische verklaringen.....................................................................................................16
De uitgangspunten/benadering van de Rationeel-Emotieve Therapie van Ellis verwoorden en koppelen aan
patiëntproblemen;..............................................................................................................................................17
De cognitieve therapie/benadering van Beck omschrijven en basaal kunnen toepassen op (patiënten met)
angststoornissen en depressies..........................................................................................................................18
De verbinding leggen tussen de gedragstherapeutische en de cognitieve benadering.....................................20
De verschillende therapeutische interventies beschrijven;.................................................................................20
, Therapeutische houding.....................................................................................................................................22
Verwoorden wat de nieuwere (therapeutische) ontwikkelingen zijn binnen de cognitief-
gedragstherapeutische benaderingen;..............................................................................................................23
Verwoorden welke kanttekeningen geplaatst worden bij de cognitiefgedragstherapeutische benaderingen. 25
Week 5: Cliëntgerichte benadering............................................................................................................... 26
De kernbegrippen van de cliëntgerichte benadering uitleggen:........................................................................26
De uitgangspunten van de cliëntgerichte benadering benoemen en toelichten;..............................................26
Verklaren waarom (bij een verpleegkundige) onvoorwaardelijke acceptatie, echtheid, empathie en begrijpen
noodzakelijk zijn in de relatie met cliënten;.......................................................................................................27
De behoeftepiramide van Maslow toelichten en gebruiken bij het begrijpen van patiëntproblemen;.............27
Week 6: Systeemtheoretische benaderingen................................................................................................ 28
Uitgangspunten..................................................................................................................................................28
De verschillende inspiratiebronnen van de systeembenaderingen benoemen..................................................28
De uitgangspunten en kernbegrippen van de algemene systeemleer beschrijven............................................29
De uitgangspunten van de systeembenaderingen benoemen...........................................................................31
De uitgangspunten en begrippen toelichten van de communicatietheoretische benadering, de structurele
benadering en de intergenerationele benadering;.............................................................................................31
Beschrijven welke doelen er nagestreefd worden in een contextuele therapie en welke therapeutische
interventies daarbij kunnen worden ingezet......................................................................................................34
Twee verwante ontwikkelingen benoemen........................................................................................................34
Beschrijven welke kanttekeningen er geplaatst worden bij de systeemgerichte benaderingen.......................35
Overzicht psychologische stromingen............................................................................................................ 4
Week 1.......................................................................................................................................................... 5
Aangeven waar de psychologische wetenschap zich op richt..............................................................................5
Beschrijven waarom kennis van de psychologie belangrijk is voor verpleegkundigen........................................5
Beschrijven wat de nature-nurture kwestie inhoudt en wat de huidige opvattingen hieromtrent zijn...............5
Aangeven wat er onder een ‘stroming’ in de psychologie wordt verstaan.........................................................5
Stromingen met standpunten:.............................................................................................................................5
Week 2 – Psychodynamische benadering....................................................................................................... 6
De verschillende uitgangspunten van de psychodynamische benaderingen beschrijven....................................6
De theorie van Freud en het driftmodel van de psychodynamische benadering beschrijven..............................6
De ontwikkelingsfasen van het Id, Ego en Superego uitleggen;..........................................................................7
Uitleggen wat er onder afweermechanismen verstaan wordt, weet de verschillende mechanismen en kan
deze koppelen aan patiëntengedrag....................................................................................................................8
De begrippen overdracht en tegenoverdracht uitleggen en koppelen aan verpleegkundige zorgverlening......8
Beschrijven wat er onder de zelfpsychologie van Kohut en Stern verstaan wordt..............................................8
Beschrijven hoe de psychodynamische benaderingen terug te zien zijn in de context van zorg & welzijn en
jeugdzorg (o.a. ‘holding’).....................................................................................................................................9
Verschillende therapeutische technieken en houdingsaspecten noemen behorende bij het driftmodel............9
, Beschrijven welke kanttekeningen er zijn geplaatst bij de psychodynamische theorieën en methodes.............9
Week 3 – Cognitieve gedragstherapeutische benadering (behavorisme).......................................................10
De uitgangspunten en de ontstaansreden van de behavioristische benadering uitleggen...............................10
De drie vormen van leren (klassieke, operante conditionering en model-leren) uitleggen en met voorbeelden
toelichten............................................................................................................................................................10
De basisbegrippen die behoren bij de klassieke en operante conditionering met voorbeelden toelichten.......11
De drie vormen van leren gebruiken in de analyse van patiëntengedrag en gedrag van verpleegkundigen.. .11
In therapie..........................................................................................................................................................11
Week 4 - Cognitieve gedragstherapeutische benadering (cognitieve therapie)..............................................12
De uitgangspunten van de cognitieve psychologie (Beck & Ellis) verwoorden..................................................12
De basisbegrippen van de cognitieve psychologie uitleggen: attributie, locus of control, aangeleerde
hulpeloosheid en automatische verklaringen....................................................................................................13
De uitgangspunten/benadering van de Rationeel-Emotieve Therapie van Ellis verwoorden en koppelen aan
patiëntproblemen;..............................................................................................................................................14
De cognitieve therapie/benadering van Beck omschrijven en basaal kunnen toepassen op (patiënten met)
angststoornissen en depressies..........................................................................................................................15
De verbinding leggen tussen de gedragstherapeutische en de cognitieve benadering.....................................17
De verschillende therapeutische interventies beschrijven;................................................................................17
Therapeutische houding.....................................................................................................................................19
Verwoorden wat de nieuwere (therapeutische) ontwikkelingen zijn binnen de cognitief-
gedragstherapeutische benaderingen;..............................................................................................................20
Verwoorden welke kanttekeningen geplaatst worden bij de cognitiefgedragstherapeutische benaderingen. 22
Week 5: Cliëntgerichte benadering.............................................................................................................. 23
De kernbegrippen van de cliëntgerichte benadering uitleggen:........................................................................23
De uitgangspunten van de cliëntgerichte benadering benoemen en toelichten;..............................................23
Verklaren waarom (bij een verpleegkundige) onvoorwaardelijke acceptatie, echtheid, empathie en begrijpen
noodzakelijk zijn in de relatie met cliënten;.......................................................................................................24
De behoeftepiramide van Maslow toelichten en gebruiken bij het begrijpen van patiëntproblemen;.............24
Week 6: Systeemtheoretische benaderingen............................................................................................... 25
Uitgangspunten..................................................................................................................................................25
De verschillende inspiratiebronnen van de systeembenaderingen benoemen..................................................25
De uitgangspunten en kernbegrippen van de algemene systeemleer beschrijven............................................26
De uitgangspunten van de systeembenaderingen benoemen...........................................................................28
De uitgangspunten en begrippen toelichten van de communicatietheoretische benadering, de structurele
benadering en de intergenerationele benadering;............................................................................................28
Beschrijven welke doelen er nagestreefd worden in een contextuele therapie en welke therapeutische
interventies daarbij kunnen worden ingezet......................................................................................................31
Twee verwante ontwikkelingen benoemen.......................................................................................................31
Beschrijven welke kanttekeningen er geplaatst worden bij de systeemgerichte benaderingen.......................32
Leerjaar 1, periode 1 - Preventie
,Inhoudsopgave
Overzicht psychologische stromingen............................................................................................................. 6
Week 1.......................................................................................................................................................... 7
Aangeven waar de psychologische wetenschap zich op richt..............................................................................7
Beschrijven waarom kennis van de psychologie belangrijk is voor verpleegkundigen........................................7
Beschrijven wat de nature-nurture kwestie inhoudt en wat de huidige opvattingen hieromtrent zijn...............7
Aangeven wat er onder een ‘stroming’ in de psychologie wordt verstaan..........................................................7
Stromingen met standpunten:..............................................................................................................................7
Week 2 – Psychodynamische benadering....................................................................................................... 8
De verschillende uitgangspunten van de psychodynamische benaderingen beschrijven....................................8
De theorie van Freud en het driftmodel van de psychodynamische benadering beschrijven..............................8
De ontwikkelingsfasen van het Id, Ego en Superego uitleggen;...........................................................................9
Uitleggen wat er onder afweermechanismen verstaan wordt, weet de verschillende mechanismen en kan
deze koppelen aan patiëntengedrag..................................................................................................................11
De begrippen overdracht en tegenoverdracht uitleggen en koppelen aan verpleegkundige zorgverlening.....11
Beschrijven wat er onder de zelfpsychologie van Kohut en Stern verstaan wordt............................................11
Beschrijven hoe de psychodynamische benaderingen terug te zien zijn in de context van zorg & welzijn en
jeugdzorg (o.a. ‘holding’)....................................................................................................................................12
Verschillende therapeutische technieken en houdingsaspecten noemen behorende bij het driftmodel...........12
Beschrijven welke kanttekeningen er zijn geplaatst bij de psychodynamische theorieën en methodes...........12
Week 3 – Cognitieve gedragstherapeutische benadering (behavorisme).......................................................13
De uitgangspunten en de ontstaansreden van de behavioristische benadering uitleggen...............................13
De drie vormen van leren (klassieke, operante conditionering en model-leren) uitleggen en met voorbeelden
toelichten............................................................................................................................................................13
De basisbegrippen die behoren bij de klassieke en operante conditionering met voorbeelden toelichten.......14
De drie vormen van leren gebruiken in de analyse van patiëntengedrag en gedrag van verpleegkundigen....14
In therapie...........................................................................................................................................................14
Week 4 - Cognitieve gedragstherapeutische benadering (cognitieve therapie)..............................................15
De uitgangspunten van de cognitieve psychologie (Beck & Ellis) verwoorden..................................................15
De basisbegrippen van de cognitieve psychologie uitleggen: attributie, locus of control, aangeleerde
hulpeloosheid en automatische verklaringen.....................................................................................................16
De uitgangspunten/benadering van de Rationeel-Emotieve Therapie van Ellis verwoorden en koppelen aan
patiëntproblemen;..............................................................................................................................................17
De cognitieve therapie/benadering van Beck omschrijven en basaal kunnen toepassen op (patiënten met)
angststoornissen en depressies..........................................................................................................................18
De verbinding leggen tussen de gedragstherapeutische en de cognitieve benadering.....................................20
De verschillende therapeutische interventies beschrijven;.................................................................................20
, Therapeutische houding.....................................................................................................................................22
Verwoorden wat de nieuwere (therapeutische) ontwikkelingen zijn binnen de cognitief-
gedragstherapeutische benaderingen;..............................................................................................................23
Verwoorden welke kanttekeningen geplaatst worden bij de cognitiefgedragstherapeutische benaderingen. 25
Week 5: Cliëntgerichte benadering............................................................................................................... 26
De kernbegrippen van de cliëntgerichte benadering uitleggen:........................................................................26
De uitgangspunten van de cliëntgerichte benadering benoemen en toelichten;..............................................26
Verklaren waarom (bij een verpleegkundige) onvoorwaardelijke acceptatie, echtheid, empathie en begrijpen
noodzakelijk zijn in de relatie met cliënten;.......................................................................................................27
De behoeftepiramide van Maslow toelichten en gebruiken bij het begrijpen van patiëntproblemen;.............27
Week 6: Systeemtheoretische benaderingen................................................................................................ 28
Uitgangspunten..................................................................................................................................................28
De verschillende inspiratiebronnen van de systeembenaderingen benoemen..................................................28
De uitgangspunten en kernbegrippen van de algemene systeemleer beschrijven............................................29
De uitgangspunten van de systeembenaderingen benoemen...........................................................................31
De uitgangspunten en begrippen toelichten van de communicatietheoretische benadering, de structurele
benadering en de intergenerationele benadering;.............................................................................................31
Beschrijven welke doelen er nagestreefd worden in een contextuele therapie en welke therapeutische
interventies daarbij kunnen worden ingezet......................................................................................................34
Twee verwante ontwikkelingen benoemen........................................................................................................34
Beschrijven welke kanttekeningen er geplaatst worden bij de systeemgerichte benaderingen.......................35
Overzicht psychologische stromingen............................................................................................................ 4
Week 1.......................................................................................................................................................... 5
Aangeven waar de psychologische wetenschap zich op richt..............................................................................5
Beschrijven waarom kennis van de psychologie belangrijk is voor verpleegkundigen........................................5
Beschrijven wat de nature-nurture kwestie inhoudt en wat de huidige opvattingen hieromtrent zijn...............5
Aangeven wat er onder een ‘stroming’ in de psychologie wordt verstaan.........................................................5
Stromingen met standpunten:.............................................................................................................................5
Week 2 – Psychodynamische benadering....................................................................................................... 6
De verschillende uitgangspunten van de psychodynamische benaderingen beschrijven....................................6
De theorie van Freud en het driftmodel van de psychodynamische benadering beschrijven..............................6
De ontwikkelingsfasen van het Id, Ego en Superego uitleggen;..........................................................................7
Uitleggen wat er onder afweermechanismen verstaan wordt, weet de verschillende mechanismen en kan
deze koppelen aan patiëntengedrag....................................................................................................................8
De begrippen overdracht en tegenoverdracht uitleggen en koppelen aan verpleegkundige zorgverlening......8
Beschrijven wat er onder de zelfpsychologie van Kohut en Stern verstaan wordt..............................................8
Beschrijven hoe de psychodynamische benaderingen terug te zien zijn in de context van zorg & welzijn en
jeugdzorg (o.a. ‘holding’).....................................................................................................................................9
Verschillende therapeutische technieken en houdingsaspecten noemen behorende bij het driftmodel............9
, Beschrijven welke kanttekeningen er zijn geplaatst bij de psychodynamische theorieën en methodes.............9
Week 3 – Cognitieve gedragstherapeutische benadering (behavorisme).......................................................10
De uitgangspunten en de ontstaansreden van de behavioristische benadering uitleggen...............................10
De drie vormen van leren (klassieke, operante conditionering en model-leren) uitleggen en met voorbeelden
toelichten............................................................................................................................................................10
De basisbegrippen die behoren bij de klassieke en operante conditionering met voorbeelden toelichten.......11
De drie vormen van leren gebruiken in de analyse van patiëntengedrag en gedrag van verpleegkundigen.. .11
In therapie..........................................................................................................................................................11
Week 4 - Cognitieve gedragstherapeutische benadering (cognitieve therapie)..............................................12
De uitgangspunten van de cognitieve psychologie (Beck & Ellis) verwoorden..................................................12
De basisbegrippen van de cognitieve psychologie uitleggen: attributie, locus of control, aangeleerde
hulpeloosheid en automatische verklaringen....................................................................................................13
De uitgangspunten/benadering van de Rationeel-Emotieve Therapie van Ellis verwoorden en koppelen aan
patiëntproblemen;..............................................................................................................................................14
De cognitieve therapie/benadering van Beck omschrijven en basaal kunnen toepassen op (patiënten met)
angststoornissen en depressies..........................................................................................................................15
De verbinding leggen tussen de gedragstherapeutische en de cognitieve benadering.....................................17
De verschillende therapeutische interventies beschrijven;................................................................................17
Therapeutische houding.....................................................................................................................................19
Verwoorden wat de nieuwere (therapeutische) ontwikkelingen zijn binnen de cognitief-
gedragstherapeutische benaderingen;..............................................................................................................20
Verwoorden welke kanttekeningen geplaatst worden bij de cognitiefgedragstherapeutische benaderingen. 22
Week 5: Cliëntgerichte benadering.............................................................................................................. 23
De kernbegrippen van de cliëntgerichte benadering uitleggen:........................................................................23
De uitgangspunten van de cliëntgerichte benadering benoemen en toelichten;..............................................23
Verklaren waarom (bij een verpleegkundige) onvoorwaardelijke acceptatie, echtheid, empathie en begrijpen
noodzakelijk zijn in de relatie met cliënten;.......................................................................................................24
De behoeftepiramide van Maslow toelichten en gebruiken bij het begrijpen van patiëntproblemen;.............24
Week 6: Systeemtheoretische benaderingen............................................................................................... 25
Uitgangspunten..................................................................................................................................................25
De verschillende inspiratiebronnen van de systeembenaderingen benoemen..................................................25
De uitgangspunten en kernbegrippen van de algemene systeemleer beschrijven............................................26
De uitgangspunten van de systeembenaderingen benoemen...........................................................................28
De uitgangspunten en begrippen toelichten van de communicatietheoretische benadering, de structurele
benadering en de intergenerationele benadering;............................................................................................28
Beschrijven welke doelen er nagestreefd worden in een contextuele therapie en welke therapeutische
interventies daarbij kunnen worden ingezet......................................................................................................31
Twee verwante ontwikkelingen benoemen.......................................................................................................31
Beschrijven welke kanttekeningen er geplaatst worden bij de systeemgerichte benaderingen.......................32