haar studiegenoot Yassir mee te doen op basis van een 50/50-winstverdeling.
Yassir’s vader adviseert hen hun bedrijf in de vorm van een BV te gieten en niet te
kiezen voor de vennootschap onder firma.
Bespreek 3 argumenten die vader naar voren zou hebben gebracht om zijn keuze
voor een BV te ondersteunen.
- De aansprakelijkheid: Bij een Bv is er beperkte aansprakelijkheid voor de
betrokkenen (aandeelhouders/bestuur), terwijl bij een VOF de vennoten
hoofdelijk aansprakelijk zijn.
- Rechtspersoonlijkheid/eigen vermogen: De BV is zelfstandig drager van rechten
en plichten, de VOF is dat niet; er is slechts sprake van een afgescheiden
vermogen.
- Continuïteit: Bij overleiden van een van de vennoten moet de VOF in principe
worden ontbonden, bij een BV is dat niet het geval: de aandelen gaan in andere
handen over c.q. er wordt een nieuw bestuur gekozen.
- Verhandelbaarheid van de aandelen: Het aandeel van een vennoot in een vof kan
niet zomaar worden overgedragen. Een aandeelhouder van een BV kan zijn
aandelen makkelijker overdragen, hoewel er wel een blokkeringsregeling kan
gelden.
- Organisatie: De BV heeft een juridisch vastomlijnde organisatie; bij de VOF is er
meer vrijheid voor het indelen van de bevoegdheden.
- Concernvorming: Een BV kan met andere BV’s samen een groep vormen. Indien
er alleen vof’s zijn is dat niet goed mogelijk.
2. Fysiotherapeuten Anouk, Bilal en Critiaan willen gezamenlijk een praktijkruimte
met oefenzaal huren en kopen voor een gezamenlijke rekening
behandelapparatuur. Zij willen de winst verdelen en maken afspraken over
vervanging bij ziekte en vakantie. Zij geven hun samenwerking de vorm van een
maatschap en richten deze in conform de wettelijke vereisten. Zij verdelen de winst
50/50.
a. Is de maatschap een juiste samenwerkingsvorm voor deze fysiotherapeuten?
b. Aan welke eisen moet zijn voldaan, wil er sprake zijn van een maatschap?
c. Indien Cristiaan een zaal huurt, bindt hij daarmee ook de andere maten?
, Anton geeft scheepswerf Bakker B.V, opdracht om zijn polyester kajuitjacht te schilderen.
Als anton een week later het werk komt controleren, constateert hij dat de door Bakker
BV gebruikte verf het polyester van zijn jacht heeft aangetast. Anton spreekt Bakker BV
aan voor de schade die door een taxateur geschat wordt op €15.000. De directeur van
Bakker BV verweert zich met de stelling dat de oorzaak ligt in het oplosmiddel dat in de
verf gebruikt is. Hij beroept zich op de overmacht en wijst alle aansprakelijkheid af. Anton
staat er op dat zijn schade wordt vergoed door Bakker BV. Wie heeft gelijk?
Kim van 15 jaar oud, fiets al Whatsappend en verleent geen voorrang aan de van rechts
komende 20-jarige Olga die eveneens op de fiets zit. Olga komt ten val en loopt een lelijke
verwonding op en haar fiets is kapot. Zij ligt langere tijd in het ziekenhuis en houdt
littekens over aan het ongeval. Olga spreekt zowel Kim als de ouders van Kim aan voor
haar schade. De ouders van Olga verweren zich door te stellen dat zij Olga meermalen
hadden gewaarschuwd niet te Appen op de fiets en dat hen geen verwijt treft.
Wie is aansprakelijk en waarom?
Hoveniersbedrijf De Haag koopt een nieuwe grasmachine. Met de leverancier wordt
afgesproken dat de koopsom in 3 termijnen kan worden voldaan. De eerste termijn wordt
betaald bij het sluiten van de koopovereenkomst. De andere 2 termijnen telkens aan het
begin van de 2 maanden die volgen. De leverancier maakt een eigendomsvoorbehoud.
Hoe en wanneer wordt het hoveniersbedrijf eigenaar van de grasmachine?