Wervelkolom
De wervelkolom (columna vertebralis) vormt schakel tussen hoofd, armen en benen.
Vijf kenmerken van de WK:
1. Axiaal skelet: vormt as van het lichaam
2. Excentrische ligging: ligt naar dorsaal
3. Segmentale opbouw: WK bestaat uit schakels 32-35 wervels
4. Kwantitatief verloop: massa neemt van craniaal naar caudaal toe
5. Gegolfde vorm: kyfose en lordose
Vertebrae cervicales: halswervels C1-C7
Vertebrae thoracicae: borstwervels T1-T12
Vertebrae lumbales: lendenwervels L1-L5
Vertabrae sacrales: os sacrum heiligbeen, 5 vergroeide wervels S1-S5
Vertabrae coccygaeles: os coccygis staartbeen/stuitje, varieert met 3 t/m 6 wervels Co1-Co6 (meestal
4).
Corpus vertebrae: wervellichaam
Arcus vertebrae: wervelboog
Pediculus arcus vertebrae: boogvoet
Lamina arcus vertebrae: boogplaat
Foramen vertebrale: wervelgat
De foramen vertebrale vormen het
cannalis vertebralis, het wervelkanaal.
Hierin bevindt zich het ruggenmerg.
Aan de arcus vertebrae bevinden zich
verschillende uitsteeksels.
1. Processus spinosus: dorsale
doorn uitsteeksels
2. Processus transversus: dwarse uitsteeksels
3. Processus articulares:
a. Proc. articularis superior: maken contact met bovenliggende wervel
b. Proc. articularis inferior: maken contact met onderliggende wervel
Aan spinosus en transversus hechten zich spieren en ligamenten
Direct ventraal van de processus articulares bevinden zich groeven aan de boven- en onderzijde van de
wervelboog. Aan de bovenzijde bevindt zich de ondiepe incisura vertebralis superior. Aan de onderzijde tref
je de veel diepere incisura vertebralis inferior aan. Samen vormen de 2 groeven het foramen
intervertebrale, een opening aan de zijkant van de WK. Deze opening verleent doorgang aan een
ruggenmergzenuw.
De wervelkolom heeft een gegolfde vorm zowel in het mediane vlak en
het frontale vlak. Deze golven zorgen voor schokdemping.
De krommingen in het mediane vlak ontwikkelen zich tijdens de
ontogenese van de mens (eicel -> individu). Bij geboorte is de
kromming kyphotisch, kromming met convexiteit kant naar dorsaal. Dit
komt doordat de wervellichamen een wigvorm hebben en aan de
dorsale zijde hoger zijn dan ventraal.
Wanneer de baby het hoofd gaat dragen ontstaan een lordotische
kromming, convexiteit naar ventraal. Op kinderleeftijd ontstaat er ook
op lumbaal niveau een lordotische kromming. De tussenwervelschijven
worden ook wigvormig en zijn tegenovergesteld aan de
wervellichamen.
Primaire krommingen: kyphose
De wervelkolom (columna vertebralis) vormt schakel tussen hoofd, armen en benen.
Vijf kenmerken van de WK:
1. Axiaal skelet: vormt as van het lichaam
2. Excentrische ligging: ligt naar dorsaal
3. Segmentale opbouw: WK bestaat uit schakels 32-35 wervels
4. Kwantitatief verloop: massa neemt van craniaal naar caudaal toe
5. Gegolfde vorm: kyfose en lordose
Vertebrae cervicales: halswervels C1-C7
Vertebrae thoracicae: borstwervels T1-T12
Vertebrae lumbales: lendenwervels L1-L5
Vertabrae sacrales: os sacrum heiligbeen, 5 vergroeide wervels S1-S5
Vertabrae coccygaeles: os coccygis staartbeen/stuitje, varieert met 3 t/m 6 wervels Co1-Co6 (meestal
4).
Corpus vertebrae: wervellichaam
Arcus vertebrae: wervelboog
Pediculus arcus vertebrae: boogvoet
Lamina arcus vertebrae: boogplaat
Foramen vertebrale: wervelgat
De foramen vertebrale vormen het
cannalis vertebralis, het wervelkanaal.
Hierin bevindt zich het ruggenmerg.
Aan de arcus vertebrae bevinden zich
verschillende uitsteeksels.
1. Processus spinosus: dorsale
doorn uitsteeksels
2. Processus transversus: dwarse uitsteeksels
3. Processus articulares:
a. Proc. articularis superior: maken contact met bovenliggende wervel
b. Proc. articularis inferior: maken contact met onderliggende wervel
Aan spinosus en transversus hechten zich spieren en ligamenten
Direct ventraal van de processus articulares bevinden zich groeven aan de boven- en onderzijde van de
wervelboog. Aan de bovenzijde bevindt zich de ondiepe incisura vertebralis superior. Aan de onderzijde tref
je de veel diepere incisura vertebralis inferior aan. Samen vormen de 2 groeven het foramen
intervertebrale, een opening aan de zijkant van de WK. Deze opening verleent doorgang aan een
ruggenmergzenuw.
De wervelkolom heeft een gegolfde vorm zowel in het mediane vlak en
het frontale vlak. Deze golven zorgen voor schokdemping.
De krommingen in het mediane vlak ontwikkelen zich tijdens de
ontogenese van de mens (eicel -> individu). Bij geboorte is de
kromming kyphotisch, kromming met convexiteit kant naar dorsaal. Dit
komt doordat de wervellichamen een wigvorm hebben en aan de
dorsale zijde hoger zijn dan ventraal.
Wanneer de baby het hoofd gaat dragen ontstaan een lordotische
kromming, convexiteit naar ventraal. Op kinderleeftijd ontstaat er ook
op lumbaal niveau een lordotische kromming. De tussenwervelschijven
worden ook wigvormig en zijn tegenovergesteld aan de
wervellichamen.
Primaire krommingen: kyphose