City Marketing minor – periode 1
De Stad & City Marketing
,De Stad – les 1
Hoe is een stad opgebouwd?
De Nederlandse stad is vaak een historische stad, die in de loop van de jaren
opgebouwd is (17/18e eeuw)
1. Het stadscentrum
2. 19e eeuwse bebouwing
3. Vooroorlogse bebouwing
(1900-1940)
1. Het
stadscentrum
- Oudste deel van de stad
(stadsmuren etc.)
- Opgekomen via handelscentrum
(via waterwegen)
- Vooral kleine straatjes en
sfeervol (wat nu aantrekkelijk is)
- Verschuiving van
ambachtsfunctie naar zakenfunctie (’90) naar commercie & fun (recreanten).
- Woonfunctie vervangen door winkels (of toerist), horeca en banken.
Nadeel voor bijvoorbeeld Kalverstraat. Het is er uitgestorven na 7
(verkeerde associatie). Nu steeds meer initiatieven.
- Stadscentrum heeft zich uitgebreid tot aangrenzende arbeiderswijken, waar
Gentrification heeft plaats gevonden (bijvoorbeeld: De Jordaan).
URBANISATIE 1870!!
2. 19e eeuwse bebouwing (tegen
stadscentrum)
- De industrie komt op en viert hoogtij
- Er worden treinen aangelegd voor
vervoer naar/van fabriek.
- Woningen voor de fabrieksarbeiders.
(arbeiderswoningen)
- Deze arbeiders komen van het
platteland, en maken veel kinderen
(gezin van 8)
- De woningen zijn klein, slecht van
kwaliteit, en ze zijn snel gemaakt
(portiekwoningen)
- Er is weinig groen, de huizen liggen dicht op mekaar en de straten zijn smal.
- Alleen laag opgeleide, veel armoede, genoodzaakt om buiten te hangen.
, Hier vindt Gentrification plaats.
- Opknappen, verbeteren en aantrekkelijk maken.
3. Vooroorlogse bebouwing (1900-1940) De
jaren ’30 woning)
De arbeider wordt ongezond (ziek), vanwege
omstandigheden. Het huis zit slecht in mekaar,
het tocht, enkelglas, huis is zo klein dat ze buiten
op straat leven.
- Woningen van betere kwaliteit dankzij
de Woningwet uit 1901
Min. Opp. Per vierkante meter p.p.
10 paragrafen, waaronder verplichte riolering, water, stroom etc.
Het heeft ruimtelijke ordening gecreëerd.
- Grotere woningen van goede kwaliteit
- Ruime voortuin + achtertuin, ongeveer 120 vierkante meter. Dus groen!
- Gezinswoningen (gezin met 2e kind op komst
SUBURBANISATIE 1960!!
4. Naoorlogse bebouwing tot 1970
De oorlog is afgelopen (1945). De vanwege
de oorlog uitgestelde geboortes uit zich in
de Baby Boom. Dus grote gezinnen,
uitdijende bevolkingsgroei
- Veel hoogbouw door woningnood.
Portiekflats, systeembouw, 4 hoog
zonder lift, gehorig.
- Veel groen, collectief (Bijlmer, 2/3 van
de Surinamers kiezen voor de Nederlandse identiteit)
- Bij oplevering al erg impopulair, dus probleemwijk.
- Gebouwd voor jonge gezinnen met kinderen (’50)
- Wijken zijn eenvoudig van opzet met weinig
voorzieningen.
5. Woongebieden 1980 (eengezinswoningen)
- Gebouwd in het groen
- Veranderende woonwensen
Huis met tuin
Woonerf
De Stad & City Marketing
,De Stad – les 1
Hoe is een stad opgebouwd?
De Nederlandse stad is vaak een historische stad, die in de loop van de jaren
opgebouwd is (17/18e eeuw)
1. Het stadscentrum
2. 19e eeuwse bebouwing
3. Vooroorlogse bebouwing
(1900-1940)
1. Het
stadscentrum
- Oudste deel van de stad
(stadsmuren etc.)
- Opgekomen via handelscentrum
(via waterwegen)
- Vooral kleine straatjes en
sfeervol (wat nu aantrekkelijk is)
- Verschuiving van
ambachtsfunctie naar zakenfunctie (’90) naar commercie & fun (recreanten).
- Woonfunctie vervangen door winkels (of toerist), horeca en banken.
Nadeel voor bijvoorbeeld Kalverstraat. Het is er uitgestorven na 7
(verkeerde associatie). Nu steeds meer initiatieven.
- Stadscentrum heeft zich uitgebreid tot aangrenzende arbeiderswijken, waar
Gentrification heeft plaats gevonden (bijvoorbeeld: De Jordaan).
URBANISATIE 1870!!
2. 19e eeuwse bebouwing (tegen
stadscentrum)
- De industrie komt op en viert hoogtij
- Er worden treinen aangelegd voor
vervoer naar/van fabriek.
- Woningen voor de fabrieksarbeiders.
(arbeiderswoningen)
- Deze arbeiders komen van het
platteland, en maken veel kinderen
(gezin van 8)
- De woningen zijn klein, slecht van
kwaliteit, en ze zijn snel gemaakt
(portiekwoningen)
- Er is weinig groen, de huizen liggen dicht op mekaar en de straten zijn smal.
- Alleen laag opgeleide, veel armoede, genoodzaakt om buiten te hangen.
, Hier vindt Gentrification plaats.
- Opknappen, verbeteren en aantrekkelijk maken.
3. Vooroorlogse bebouwing (1900-1940) De
jaren ’30 woning)
De arbeider wordt ongezond (ziek), vanwege
omstandigheden. Het huis zit slecht in mekaar,
het tocht, enkelglas, huis is zo klein dat ze buiten
op straat leven.
- Woningen van betere kwaliteit dankzij
de Woningwet uit 1901
Min. Opp. Per vierkante meter p.p.
10 paragrafen, waaronder verplichte riolering, water, stroom etc.
Het heeft ruimtelijke ordening gecreëerd.
- Grotere woningen van goede kwaliteit
- Ruime voortuin + achtertuin, ongeveer 120 vierkante meter. Dus groen!
- Gezinswoningen (gezin met 2e kind op komst
SUBURBANISATIE 1960!!
4. Naoorlogse bebouwing tot 1970
De oorlog is afgelopen (1945). De vanwege
de oorlog uitgestelde geboortes uit zich in
de Baby Boom. Dus grote gezinnen,
uitdijende bevolkingsgroei
- Veel hoogbouw door woningnood.
Portiekflats, systeembouw, 4 hoog
zonder lift, gehorig.
- Veel groen, collectief (Bijlmer, 2/3 van
de Surinamers kiezen voor de Nederlandse identiteit)
- Bij oplevering al erg impopulair, dus probleemwijk.
- Gebouwd voor jonge gezinnen met kinderen (’50)
- Wijken zijn eenvoudig van opzet met weinig
voorzieningen.
5. Woongebieden 1980 (eengezinswoningen)
- Gebouwd in het groen
- Veranderende woonwensen
Huis met tuin
Woonerf