Week 1, hoofdstuk 1 Wat wil de onderzoeker weten?
Bij de vertaling van een probleem in een onderzoeksvraag moet je
nadenken over de volgende zaken;
1. Probleemstelling
2. Doelstelling
3. Onderzoeksethiek
4. Onderzoeksvraag
1.Probleemstelling: De achtergrond waaruit de onderzoeksvraag
voortkomt.
Er is behoefte aan informatie om het probleem te kunnen oplossen. Het
analyseren van een probleem kan erg lastig zijn. soms is het moeilijk aan
te geven wat het probleem is, terwijl opdrachtgevers wel weten wat ze
willen.
Let op tussen het verschil beleidsvraag (hoe kan ziekteverzuim worden
verminderd) en onderzoeksvraag ( wat zijn de oorzaken van
ziekteverzuim). Als onderzoeker hoef je geen oplossing, maar wel
informatie te bieden.
2.Doelstelling: Het antwoord op de vraag waarom je het onderzoek doet,
wat je ermee wilt bereiken.
In de doelstelling zit ook het verschil tussen zuiver wetenschappelijk
onderzoek en toegepast onderzoek.
Zuiver wetenschappelijk onderzoek: Het doel om met onderzoek alleen
kennis te verzamelen. Het onderzoek levert wetenschappelijke kennis,
maar is niet noodzakelijk voor het oplossen van een probleem.
Toegepast onderzoek: Onderzoek dat kennis oplevert om
praktijkproblemen op te lossen.
Beiden soorten moeten op wetenschappelijke wijze worden uitgevoerd; op
verantwoorde en te controleren manier onderzoek doen en beschikken
over onderzoeksresultaten die betrouwbaar en valide zijn.
3.Onderzoeksethiek: Voordat het onderzoek wordt gestart, moet er worden
nagegaan of het ethisch verantwoord is om het onderzoek uit te voeren.
Om ethisch verantwoord te handelen moet er worden voldaan aan de
volgende voorwaarden;
1. De respondenten doen vrijwillig mee
2. Aan de respondenten wordt duidelijk uitgelegd wat het doel en de
werkwijze van het onderzoek zijn
3. De gegevens van de respondenten worden vertrouwelijk en het liefst
anoniem verwerkt.
4. De uitkomsten van het onderzoek hebben geen nadelige gevolgen voor
de respondenten.
5. Het onderzoek wordt op een eerlijke en objectieve manier uitgevoerd.
Onderzoeksvraag: De vraag waarop het onderzoek antwoord moet geven.
Open onderzoeksvraag Je kunt niet met ja en nee antwoorden.
Voorbeeld: Welke problemen doen zich voor bij het monteren van
meubels? Vaak gebruiken onderzoekers deze soort vraag als ze niet weten
wat ze kunnen verwachten.
Gesloten onderzoeksvraag Is er verschil tussen jongens en meisjes in
agressief gedrag? Onderzoekers gebruiken deze soort vraag als ze al enige
1
, informatie over het onderwerp hebben. Ze weten wat ze precies willen
observeren.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen deze soorten, omdat ze
verschillende manieren van onderzoek vereisen.
Kwalitatief onderzoek Onderzoek waarbij problemen in en van situaties,
gebeurtenissen en personen beschreven en geïnterpreteerd worden met
behulp van gegevens van kwalitatieve aard; belevingen, ervaringen,
betekenisverleningen die verzameld zijn via open interviews en/of
participerende observatie en/of bestaande documenten. Gebruik je bij een
open onderzoeksvraag. Meestal is de onderzoeksvraag breed en is er
relatief weinig voorkennis. Bij kwalitatief onderzoek gaat het vooral om het
verkrijgen van inzichten. Je zal dus vooral beschrijvingen vinden en bijna
geen tabellen of grafieken met nummers. Bijvoorbeeld
observatieverslagen zijn het uitgangspunt van de analyse. Ook wordt er
gebruikgemaakt van foto en video. Bij kwalitatief onderzoek is er de
verifieerbaarheidseis; observaties en interviews zijn nooit hetzelfde, maar
alsnog moet je als kwalitatief onderzoeker ook duidelijk maken hoe je aan
je conclusies komt. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door je
onderzoeksverslag als bijlage te doen.
Kwantitatief onderzoek Onderzoek waarbij het onderzoeksmateriaal
bestaat uit cijfermatige gegevens die statistisch geanalyseerd worden om
antwoord te geven op de onderzoeksvraag. Je gebruikt kwantitatief
onderzoek als je onderzoeksvraag smal is en weet wat je inhoudelijk kan
verwachten. Bij kwantitatief onderzoek gaat het niet alleen om de vraag of
er een verband is tussen 2 dingen, maar ook in hoeverre. Bij kwantitatief
onderzoek geldt de reprocudeerbaarheidseis; je moet je onderzoeksvraag
zo maken dat iemand anders in staat is het onderzoek over te doen. Het is
duidelijk hoe je aan je respondenten kwam en welke
onderzoeksinstrumenten je gebruikte.
Onderzoekseenheden Personen, instanties of situaties waarover je op
basis van je onderzoek uitspraken wilt doen. over wie/wat iets gezegd
wordt door de onderzoeker. Alle eenheden samen vormen de populatie.
Generalisatie; voor wie gelden de uitkomsten. Bijvoorbeeld studenten,
welk niveau? Voltijd en deeltijd? Nederlandse?
Kenmerken zijn de eigenschappen van de eenheden waarover je
uitspraken doet op basis van de onderzoekresultaten.
Door een datamatrix wordt duidelijk wat de onderzoekseenheden zijn en
wat de eigenschappen zijn. horizontaal staan de eenheden en verticaal de
kenmerken.
Klachten Klachten Leeftij Geslac
mentale lichamelijke d ht
vermoeidheid vermoeidheid
Student Ja Ja 20 Man
1
Student Nee Nee 19 Vrouw
2
2
Bij de vertaling van een probleem in een onderzoeksvraag moet je
nadenken over de volgende zaken;
1. Probleemstelling
2. Doelstelling
3. Onderzoeksethiek
4. Onderzoeksvraag
1.Probleemstelling: De achtergrond waaruit de onderzoeksvraag
voortkomt.
Er is behoefte aan informatie om het probleem te kunnen oplossen. Het
analyseren van een probleem kan erg lastig zijn. soms is het moeilijk aan
te geven wat het probleem is, terwijl opdrachtgevers wel weten wat ze
willen.
Let op tussen het verschil beleidsvraag (hoe kan ziekteverzuim worden
verminderd) en onderzoeksvraag ( wat zijn de oorzaken van
ziekteverzuim). Als onderzoeker hoef je geen oplossing, maar wel
informatie te bieden.
2.Doelstelling: Het antwoord op de vraag waarom je het onderzoek doet,
wat je ermee wilt bereiken.
In de doelstelling zit ook het verschil tussen zuiver wetenschappelijk
onderzoek en toegepast onderzoek.
Zuiver wetenschappelijk onderzoek: Het doel om met onderzoek alleen
kennis te verzamelen. Het onderzoek levert wetenschappelijke kennis,
maar is niet noodzakelijk voor het oplossen van een probleem.
Toegepast onderzoek: Onderzoek dat kennis oplevert om
praktijkproblemen op te lossen.
Beiden soorten moeten op wetenschappelijke wijze worden uitgevoerd; op
verantwoorde en te controleren manier onderzoek doen en beschikken
over onderzoeksresultaten die betrouwbaar en valide zijn.
3.Onderzoeksethiek: Voordat het onderzoek wordt gestart, moet er worden
nagegaan of het ethisch verantwoord is om het onderzoek uit te voeren.
Om ethisch verantwoord te handelen moet er worden voldaan aan de
volgende voorwaarden;
1. De respondenten doen vrijwillig mee
2. Aan de respondenten wordt duidelijk uitgelegd wat het doel en de
werkwijze van het onderzoek zijn
3. De gegevens van de respondenten worden vertrouwelijk en het liefst
anoniem verwerkt.
4. De uitkomsten van het onderzoek hebben geen nadelige gevolgen voor
de respondenten.
5. Het onderzoek wordt op een eerlijke en objectieve manier uitgevoerd.
Onderzoeksvraag: De vraag waarop het onderzoek antwoord moet geven.
Open onderzoeksvraag Je kunt niet met ja en nee antwoorden.
Voorbeeld: Welke problemen doen zich voor bij het monteren van
meubels? Vaak gebruiken onderzoekers deze soort vraag als ze niet weten
wat ze kunnen verwachten.
Gesloten onderzoeksvraag Is er verschil tussen jongens en meisjes in
agressief gedrag? Onderzoekers gebruiken deze soort vraag als ze al enige
1
, informatie over het onderwerp hebben. Ze weten wat ze precies willen
observeren.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen deze soorten, omdat ze
verschillende manieren van onderzoek vereisen.
Kwalitatief onderzoek Onderzoek waarbij problemen in en van situaties,
gebeurtenissen en personen beschreven en geïnterpreteerd worden met
behulp van gegevens van kwalitatieve aard; belevingen, ervaringen,
betekenisverleningen die verzameld zijn via open interviews en/of
participerende observatie en/of bestaande documenten. Gebruik je bij een
open onderzoeksvraag. Meestal is de onderzoeksvraag breed en is er
relatief weinig voorkennis. Bij kwalitatief onderzoek gaat het vooral om het
verkrijgen van inzichten. Je zal dus vooral beschrijvingen vinden en bijna
geen tabellen of grafieken met nummers. Bijvoorbeeld
observatieverslagen zijn het uitgangspunt van de analyse. Ook wordt er
gebruikgemaakt van foto en video. Bij kwalitatief onderzoek is er de
verifieerbaarheidseis; observaties en interviews zijn nooit hetzelfde, maar
alsnog moet je als kwalitatief onderzoeker ook duidelijk maken hoe je aan
je conclusies komt. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door je
onderzoeksverslag als bijlage te doen.
Kwantitatief onderzoek Onderzoek waarbij het onderzoeksmateriaal
bestaat uit cijfermatige gegevens die statistisch geanalyseerd worden om
antwoord te geven op de onderzoeksvraag. Je gebruikt kwantitatief
onderzoek als je onderzoeksvraag smal is en weet wat je inhoudelijk kan
verwachten. Bij kwantitatief onderzoek gaat het niet alleen om de vraag of
er een verband is tussen 2 dingen, maar ook in hoeverre. Bij kwantitatief
onderzoek geldt de reprocudeerbaarheidseis; je moet je onderzoeksvraag
zo maken dat iemand anders in staat is het onderzoek over te doen. Het is
duidelijk hoe je aan je respondenten kwam en welke
onderzoeksinstrumenten je gebruikte.
Onderzoekseenheden Personen, instanties of situaties waarover je op
basis van je onderzoek uitspraken wilt doen. over wie/wat iets gezegd
wordt door de onderzoeker. Alle eenheden samen vormen de populatie.
Generalisatie; voor wie gelden de uitkomsten. Bijvoorbeeld studenten,
welk niveau? Voltijd en deeltijd? Nederlandse?
Kenmerken zijn de eigenschappen van de eenheden waarover je
uitspraken doet op basis van de onderzoekresultaten.
Door een datamatrix wordt duidelijk wat de onderzoekseenheden zijn en
wat de eigenschappen zijn. horizontaal staan de eenheden en verticaal de
kenmerken.
Klachten Klachten Leeftij Geslac
mentale lichamelijke d ht
vermoeidheid vermoeidheid
Student Ja Ja 20 Man
1
Student Nee Nee 19 Vrouw
2
2