Orthopedagogiek
Hoofdstuk 1. Opvoeden, pedagogiek en orthopedagogiek
Opvoeden is een cultuurverschijnsel. Iedereen is in zijn leven opgevoed.
Er zijn verschillende manieren van opvoeden
- Bij sommige is regelmaat, orde en netheid belangrijk.
- Bij sommige staat de vrijheid heel centraal
Als men de eigen opvoeding als prettig heeft ervaren, wordt er meestal gekozen
om deze manier van opvoeden te behouden bij hun eigen kinderen.
Anderen kiezen een manier van opvoeden die heel erg afwijkt van hun eigen
ervaring met opvoeden en weer andere kiezen ervoor om hun kind op te voeden
via theoretische uitgangspunten.
Opvoeden: Een kind helpen bij zijn ontwikkeling om te kunnen groeien naar een
vorm van zelfstandigheid. Uiteindelijk volwassen worden.
Unieke omgang
Tijdens het opvoeden vindt er altijd omgang plaats tussen de opvoeder en het
kind. Het is belangrijk dat een kind wordt gestimuleerd in zijn omgeving.
Doelgerichte invloed
Alleen de omgang met een kind is niet genoeg. Er moet ook een doel zijn om een
kind iets te leren. Bijvoorbeeld: normen en waarden, keuzes te maken,
verantwoordelijkheid te nemen.
Je kunt ook onbewust kinderen iets leren, als je aardappels aan het schillen bent,
kan een kind zien hoe dit moet. Je hebt dus altijd een voorbeeldfunctie
Grenzen aangeven, consequent zijn
Een kind moet een bepaalde vrijheid hebben, maar moet ook de grenzen weten.
Daarom is het belangrijk om als opvoeder die grenzen aan te geven. Je moet dan
direct op het foute gedrag reageren. Consequent zijn is van essentieel belang. Dit
geeft duidelijkheid voor het kind.
Veiligheid
Veiligheid is heel belangrijk voor het opgroeiende kind. Het is een belangrijke
basis voor zijn zelfvertrouwen en weerbaarheid
Twee soorten veiligheid
- Emotionele veiligheid = geborgenheid (op je gemak voelen)
- Fysieke veiligheid = verzorgen
Stimuleren, praten en luisteren
Het stimuleren van een kind is heel belangrijk voor zijn ontwikkeling. Ook is het
belangrijk om als opvoeder met een kind te praten, naar hem te luisteren en
complimenten te geven. Dit alles is weer belangrijk voor eigenwaarde en
zelfvertrouwen
Natuurlijke activiteiten = activiteiten die plaatsvinden in de dagelijkse
omgang tussen de opvoeder en het kind.
Georganiseerde activiteiten = deelnemen aan school, sportactiviteiten,
buitenschoolse opvang of muziekles
,Bij pedagogiek (opvoedingswetenschap) staat het opvoeden van kinderen
centraal.
Ze richten zich op de ‘normale’ opvoeding.
Pedagogie: Het handelen binnen de opvoeding
Innerlijke factoren = wat kinderen bij de geboorte hebbe gekregen. (aanleg)
Uiterlijke factoren = omstandigheden waarin het kind opgroeit (het milieu)
Aanle
g
Ontwikkeli Resultaa
ng t
Milieu
Voor het resultaat spelen beide factoren een rol.
Volwassenheid betekend letterlijk ‘volgroeit zijn’ (lichamelijk) vanaf 18 jaar ben je
volwassen. Maar de meeste zijn geestelijk nog niet volwassen.
Orthopedagogiek: Het gaat er binnen de orthopedagogiek om te onderzoeken
welke factoren in het opvoedingsproces verstoord zijn, hoe dat komt, welke
invloed er van de omgeving uitgaat en te onderzoeken welke mogelijke
oplossingen er voorhanden zijn.
Orthopedagogiek heeft als object de ‘mens’. Het kan dus zowel voorkomen bij
kinderen als bij oudere personen.
Pedagoog: houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen
Orthopedagoog: als het handelen gericht is op een bijzondere wijze van
opvoeden ten gevolge van de bijzondere problematiek.
Agogisch handelen: het deskundig /methodisch en intentioneel omgaan met
veranderingsprocessen.
Het is van belang om goed waar te nemen in welke omstandigheden het kind
verkeert, om daarna te kunnen vaststellen waaraan het kind behoefte heeft om
zo goed mogelijk te kunnen functioneren. In zijn gedrag geeft het kind aan waar
orthopedagogisch handelen noodzakelijk is de orthopedagogische
vraagstelling van het kind: Hierin wordt uitgedrukt wat het kind mist en wat het
nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
De ene keer zijn het de handelingen die moeten worden veranderd, de andere
keer is het beter om de systemen en structuren te veranderen. (bijvoorbeeld:
andere groepssamenstelling, aangepaste leefregels)
Het werkveld in de orthopedagogiek is:
Uitgebreid: in de opvoeding kunnen talloze problemen plaatsvinden.
Complex: Het is vaak moeilijk om de juiste oorzaak van het probleem te vinden.
, Er zijn verschillende problemen in het functioneren. Hieronder worden ze
ondergebracht in categorieën:
- Zintuigelijke functioneringsproblemen
Doof/slechthoren en blind/slechtziende personen
- Motorische functioneringsproblemen
Personen die in hun beweging worden belemmerd. (motoriek)
- Cognitieve functioneringsproblemen
Personen die geen onderwijs kunnen volgen, personen die verstandelijk
beperkt zijn of kinderen met leerstoornissen.
- Emotionele functioneringsproblemen
Personen die in conflict zijn met zichzelf of met andere. Ze hebben vaak
verschillende gedragsproblemen.
- Meervoudige functioneringsproblemen
Een combinatie van de hierboven genoemde beperkingen.
Hulpwetenschappen voor de orthopedagogiek zijn:
- Kinderpsychiatrie
- Ontwikkelingspsychologie
- Sociologie
- Filosofie
Een multidisciplinair samengesteld team kan een belangrijke bijdrage leveren
aan de orthopedagogiek. ( een team met een orthopedagoog, psycholoog,
fysiotherapeut, logopedist)
Hoofdstuk 2. Opvoedingsdoelen en middelen
Voorlopige doelen: Dit zijn doelen op korte termijn. Je kunt ze snel afronden.
Bijvoorbeeld zindelijk worden, veterstrikken, zichzelf leren wassen,
tandenpoetsen. Deze doelen stimuleren het kind om verder te gaan, omdat ze
snel worden behaald.
Lange termijn doelen zijn piano leren spelen of een studie proberen af te ronden.
Onvolledige doelen: Als een doel niet kan worden behaald en de persoon moet
blijvende hulp van opvoeders of professionele hulpverleners krijgen.
Zelfredzaamheid: zelf handen wassen, tanden poetsen, aan en uit kleden,
fietsen
Sociale redzaamheid: leren van vaardigheden zoals, iemand begroeten,
boodschappen doen, samen spelen of samen werken.
Het is ook heel belangrijk dat mensen, met een beperking, leren deel nemen aan
de samenleving. De samenleving heeft daar ook een belangrijke rol in. Het moet
haalbare doelen stellen.
Opvoedingsmiddelen zijn handelingen, activiteiten en situaties die in de
opvoeding gebruikt worden om bepaalde doelen te bereiken. Dit wordt bewust
en met opzet toegepast.
Een opvoedingsfactor is een niet bewuste actie.
Opvoedingsmiddelen
Hoofdstuk 1. Opvoeden, pedagogiek en orthopedagogiek
Opvoeden is een cultuurverschijnsel. Iedereen is in zijn leven opgevoed.
Er zijn verschillende manieren van opvoeden
- Bij sommige is regelmaat, orde en netheid belangrijk.
- Bij sommige staat de vrijheid heel centraal
Als men de eigen opvoeding als prettig heeft ervaren, wordt er meestal gekozen
om deze manier van opvoeden te behouden bij hun eigen kinderen.
Anderen kiezen een manier van opvoeden die heel erg afwijkt van hun eigen
ervaring met opvoeden en weer andere kiezen ervoor om hun kind op te voeden
via theoretische uitgangspunten.
Opvoeden: Een kind helpen bij zijn ontwikkeling om te kunnen groeien naar een
vorm van zelfstandigheid. Uiteindelijk volwassen worden.
Unieke omgang
Tijdens het opvoeden vindt er altijd omgang plaats tussen de opvoeder en het
kind. Het is belangrijk dat een kind wordt gestimuleerd in zijn omgeving.
Doelgerichte invloed
Alleen de omgang met een kind is niet genoeg. Er moet ook een doel zijn om een
kind iets te leren. Bijvoorbeeld: normen en waarden, keuzes te maken,
verantwoordelijkheid te nemen.
Je kunt ook onbewust kinderen iets leren, als je aardappels aan het schillen bent,
kan een kind zien hoe dit moet. Je hebt dus altijd een voorbeeldfunctie
Grenzen aangeven, consequent zijn
Een kind moet een bepaalde vrijheid hebben, maar moet ook de grenzen weten.
Daarom is het belangrijk om als opvoeder die grenzen aan te geven. Je moet dan
direct op het foute gedrag reageren. Consequent zijn is van essentieel belang. Dit
geeft duidelijkheid voor het kind.
Veiligheid
Veiligheid is heel belangrijk voor het opgroeiende kind. Het is een belangrijke
basis voor zijn zelfvertrouwen en weerbaarheid
Twee soorten veiligheid
- Emotionele veiligheid = geborgenheid (op je gemak voelen)
- Fysieke veiligheid = verzorgen
Stimuleren, praten en luisteren
Het stimuleren van een kind is heel belangrijk voor zijn ontwikkeling. Ook is het
belangrijk om als opvoeder met een kind te praten, naar hem te luisteren en
complimenten te geven. Dit alles is weer belangrijk voor eigenwaarde en
zelfvertrouwen
Natuurlijke activiteiten = activiteiten die plaatsvinden in de dagelijkse
omgang tussen de opvoeder en het kind.
Georganiseerde activiteiten = deelnemen aan school, sportactiviteiten,
buitenschoolse opvang of muziekles
,Bij pedagogiek (opvoedingswetenschap) staat het opvoeden van kinderen
centraal.
Ze richten zich op de ‘normale’ opvoeding.
Pedagogie: Het handelen binnen de opvoeding
Innerlijke factoren = wat kinderen bij de geboorte hebbe gekregen. (aanleg)
Uiterlijke factoren = omstandigheden waarin het kind opgroeit (het milieu)
Aanle
g
Ontwikkeli Resultaa
ng t
Milieu
Voor het resultaat spelen beide factoren een rol.
Volwassenheid betekend letterlijk ‘volgroeit zijn’ (lichamelijk) vanaf 18 jaar ben je
volwassen. Maar de meeste zijn geestelijk nog niet volwassen.
Orthopedagogiek: Het gaat er binnen de orthopedagogiek om te onderzoeken
welke factoren in het opvoedingsproces verstoord zijn, hoe dat komt, welke
invloed er van de omgeving uitgaat en te onderzoeken welke mogelijke
oplossingen er voorhanden zijn.
Orthopedagogiek heeft als object de ‘mens’. Het kan dus zowel voorkomen bij
kinderen als bij oudere personen.
Pedagoog: houdt zich bezig met de opvoeding van kinderen
Orthopedagoog: als het handelen gericht is op een bijzondere wijze van
opvoeden ten gevolge van de bijzondere problematiek.
Agogisch handelen: het deskundig /methodisch en intentioneel omgaan met
veranderingsprocessen.
Het is van belang om goed waar te nemen in welke omstandigheden het kind
verkeert, om daarna te kunnen vaststellen waaraan het kind behoefte heeft om
zo goed mogelijk te kunnen functioneren. In zijn gedrag geeft het kind aan waar
orthopedagogisch handelen noodzakelijk is de orthopedagogische
vraagstelling van het kind: Hierin wordt uitgedrukt wat het kind mist en wat het
nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
De ene keer zijn het de handelingen die moeten worden veranderd, de andere
keer is het beter om de systemen en structuren te veranderen. (bijvoorbeeld:
andere groepssamenstelling, aangepaste leefregels)
Het werkveld in de orthopedagogiek is:
Uitgebreid: in de opvoeding kunnen talloze problemen plaatsvinden.
Complex: Het is vaak moeilijk om de juiste oorzaak van het probleem te vinden.
, Er zijn verschillende problemen in het functioneren. Hieronder worden ze
ondergebracht in categorieën:
- Zintuigelijke functioneringsproblemen
Doof/slechthoren en blind/slechtziende personen
- Motorische functioneringsproblemen
Personen die in hun beweging worden belemmerd. (motoriek)
- Cognitieve functioneringsproblemen
Personen die geen onderwijs kunnen volgen, personen die verstandelijk
beperkt zijn of kinderen met leerstoornissen.
- Emotionele functioneringsproblemen
Personen die in conflict zijn met zichzelf of met andere. Ze hebben vaak
verschillende gedragsproblemen.
- Meervoudige functioneringsproblemen
Een combinatie van de hierboven genoemde beperkingen.
Hulpwetenschappen voor de orthopedagogiek zijn:
- Kinderpsychiatrie
- Ontwikkelingspsychologie
- Sociologie
- Filosofie
Een multidisciplinair samengesteld team kan een belangrijke bijdrage leveren
aan de orthopedagogiek. ( een team met een orthopedagoog, psycholoog,
fysiotherapeut, logopedist)
Hoofdstuk 2. Opvoedingsdoelen en middelen
Voorlopige doelen: Dit zijn doelen op korte termijn. Je kunt ze snel afronden.
Bijvoorbeeld zindelijk worden, veterstrikken, zichzelf leren wassen,
tandenpoetsen. Deze doelen stimuleren het kind om verder te gaan, omdat ze
snel worden behaald.
Lange termijn doelen zijn piano leren spelen of een studie proberen af te ronden.
Onvolledige doelen: Als een doel niet kan worden behaald en de persoon moet
blijvende hulp van opvoeders of professionele hulpverleners krijgen.
Zelfredzaamheid: zelf handen wassen, tanden poetsen, aan en uit kleden,
fietsen
Sociale redzaamheid: leren van vaardigheden zoals, iemand begroeten,
boodschappen doen, samen spelen of samen werken.
Het is ook heel belangrijk dat mensen, met een beperking, leren deel nemen aan
de samenleving. De samenleving heeft daar ook een belangrijke rol in. Het moet
haalbare doelen stellen.
Opvoedingsmiddelen zijn handelingen, activiteiten en situaties die in de
opvoeding gebruikt worden om bepaalde doelen te bereiken. Dit wordt bewust
en met opzet toegepast.
Een opvoedingsfactor is een niet bewuste actie.
Opvoedingsmiddelen