Hoofdstuk 2 Bouwstenen van stoffen
Paragraaf 2
Atoommodel volgens Dalton: een atoom is een massief bolletje. Elke atoomsoort heeft
zijn eigen afmetingen.
Atoommodel volgens Rutherford: een atoom bestaat uit een positief geladen kern een
negatief geladen elektronenwolk. De atoomkern bestaat uit positief geladen protonen en
ongeladen neutronen. De elektronenwolk bestaat uit negatief geladen elektronen. Het
aantal protonen in een atoom is gelijk aan het aantal elektronen.
Aantal protonen = gelijk aan atoomnummer
massagetal = aantal neutronen + aantal protonen
Aantal protonen = gelijk aan aantal elektronen
Elektronen configuratie = de verdeling van de elektronen over de schillen
Isotopen = atomen met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend aantal
massagetal
neutronen. Je geeft ze als volgt weer: (symbool) - (massagetal) of als (niet
atoomnummer
als breuk)
Paragraaf 3
Elementen = zuivere stof die uit een soort atomen bestaat.
Grondlegger periodiek systeem is Dmitri Ivanovitsj Medelejev
Horizontale rij = periode
Verticale kolom = groep
Groep 1 = alkalimetalen
Groep 2 = aardalkalimetalen
Groep 17 = halogenen
Groep 18 = edelgassen
Paragraaf 4
Ionen = atomen met een lading
Positief ion = een atoom met een positieve lading (elektronen zijn afgestaan)
Negatief ion = een atoom met een negatieve lading (elektronen er bij gekregen)
Elektrovalentie = Hoeveel elektronen een atoom kan afstaan of opnemen (bepaalt de
lading)
Valentie elektronen = elektronen in de buitenste schil die betrokken zijn bij het vormen
en verbreken van bindingen tussen atomen
In het periodiek systeem hebben elementen uit dezelfde groep een gelijk elektrovalentie
Paragraaf 5
Atoommassa = de massa van een atoom uitgerukt in atomaire massa-eenheid
Atomaire massa-eenheid = de massa van een atoom en molecuul uitgedrukt in u.
Ion massa = Bij bepaling van de ion massa worden ionen beschouw als neutrale deeltjes
Voorbeeld: CO3 2- = 12,01 + (3 x16,00) = 60,01
Gemiddelde atoommassa (Ar) = (atoommassa x percentage)(dit herhalen tot je alle
atomen die in de natuur voorkomen hebt gehad)/(alle percentages van dat atoom bij
elkaar opgeteld.
Paragraaf 2
Atoommodel volgens Dalton: een atoom is een massief bolletje. Elke atoomsoort heeft
zijn eigen afmetingen.
Atoommodel volgens Rutherford: een atoom bestaat uit een positief geladen kern een
negatief geladen elektronenwolk. De atoomkern bestaat uit positief geladen protonen en
ongeladen neutronen. De elektronenwolk bestaat uit negatief geladen elektronen. Het
aantal protonen in een atoom is gelijk aan het aantal elektronen.
Aantal protonen = gelijk aan atoomnummer
massagetal = aantal neutronen + aantal protonen
Aantal protonen = gelijk aan aantal elektronen
Elektronen configuratie = de verdeling van de elektronen over de schillen
Isotopen = atomen met hetzelfde aantal protonen, maar met een verschillend aantal
massagetal
neutronen. Je geeft ze als volgt weer: (symbool) - (massagetal) of als (niet
atoomnummer
als breuk)
Paragraaf 3
Elementen = zuivere stof die uit een soort atomen bestaat.
Grondlegger periodiek systeem is Dmitri Ivanovitsj Medelejev
Horizontale rij = periode
Verticale kolom = groep
Groep 1 = alkalimetalen
Groep 2 = aardalkalimetalen
Groep 17 = halogenen
Groep 18 = edelgassen
Paragraaf 4
Ionen = atomen met een lading
Positief ion = een atoom met een positieve lading (elektronen zijn afgestaan)
Negatief ion = een atoom met een negatieve lading (elektronen er bij gekregen)
Elektrovalentie = Hoeveel elektronen een atoom kan afstaan of opnemen (bepaalt de
lading)
Valentie elektronen = elektronen in de buitenste schil die betrokken zijn bij het vormen
en verbreken van bindingen tussen atomen
In het periodiek systeem hebben elementen uit dezelfde groep een gelijk elektrovalentie
Paragraaf 5
Atoommassa = de massa van een atoom uitgerukt in atomaire massa-eenheid
Atomaire massa-eenheid = de massa van een atoom en molecuul uitgedrukt in u.
Ion massa = Bij bepaling van de ion massa worden ionen beschouw als neutrale deeltjes
Voorbeeld: CO3 2- = 12,01 + (3 x16,00) = 60,01
Gemiddelde atoommassa (Ar) = (atoommassa x percentage)(dit herhalen tot je alle
atomen die in de natuur voorkomen hebt gehad)/(alle percentages van dat atoom bij
elkaar opgeteld.