1,2,3,4,5, 6 (+ ‘recht doen’), 7,8,9,10
Belasting- en ondernemingsrecht
H1
Belastingrecht in Nederland
Profijtbeginsel: wegenbelasting
Draagkrachtbeginsel: hogere inkomens betalen meer belasting
‘De vervuiler betaalt’: milieuheffingen
Soorten belastingen
Inkomstenbelasting: natuurlijke personen
Vennootschapsbelasting: rechtspersonen (NV of BV)
Loonbelasting: over loon werknemer, kan verminderd worden met
inkomstenbelasting, is een voorheffing
Omzetbelasting: heffing over de levering van goederen of diensten (ook
verkoop)
Dividendbelasting: over winst uit aandelen. Ook voorheffing op
inkomstenbelasting
Erfbelasting: als je een erfenis van nabestaande ontvangt
Schenkbelasting: als je een schenking krijgt
Kansspelbelasting: over gewonnen prijzengeld
Overdrachtsbelasting: als iemand onroerend goed verkrijgt, een huis koopt
bijvoorbeeld
Motorrijtuigenbelasting: als je auto of motor hebt
Belasting auto’s + motorrijwielen: betalen bij het registreren van een auto of
motor
Accijns: geheven op alcohol of tabaksproducten om gebruik ervan te
verminderen/beperken
Milieuheffingen: water- en energiebelasting bijvoorbeeld
Provinciale en gemeentelijke belasting: inkomsten-, loon-, omzet- en
vennootschapsbelasting samen
Bronnen belastingrecht
1. Materiele belastingwetgeving: waarover en hoeveel belasting betalen
, 2. Formele belastingwetgeving: hoe komt belasting bij de overheid
terecht, wat moeten en kunnen burgers doen en wat moeten en kan de
overheid doen
Minister van financiën: maakt uitvoeringsregeling en het uitvoeringsbesluit
Uitvoeringsbesluit: wél ministerraad en raad van state aanwezig maar
behandeling in eerste en tweede kamer niet nodig algemene maatregel van
bestuur
Uitvoeringsregeling: ministerraad en raad van state niet nodig, ook
behandeling eerste en tweede kamer niet. Minister kan dus zonder hulp
uitvoeringsregeling opstellen ministeriele regeling
3. Richtlijnen: alle afspraken binnen EU, ieder land verplicht deze in
wetgeving te verwoorden
4. Algemene beginselen behoorlijk bestuur:
a. Vertrouwensbeginsel: vertrouwen dat belastingplichtige aan
gedragingen overheid mag ontlenen;
b. Gelijkheidsbeginsel: gelijke behandeling van gelijke gevallen
5. Jurisprudentie: alle uitspraken van rechters over belastingzaken
6. Resoluties: wetsartikel uitgelegd en verduidelijkt (ook wel besluit)
Aangifte: cijfers wat betreft verdiensten doorgeven aan belastingdienst van
afgelopen jaar
Aanslagen: volgt na aangifte
Aanslagbelastingen: IB en VPB (aanslag binnen 3 jaar)
Ambtshalve aanslag (6): opgelegde aanslag door schatting inkomen, is
definitief
Voorlopige aanslag (0): opgelegd enkele weken na indienen aangifte IB of VPB.
Voorlopig door heffingsrechte; hoe later betalen, hoe hoger rente
Navorderingsaanslag (7): na definitieve aanslag als aangifte niet juist was.
Alleen bij IB en VPB.
INSLAVOR: inkomstenbelasting, aanslagbelasting, navorderingsaanslag
VAANSLAVOR: vennootschapsbelasting, aanslagbelasting,
navorderingsaanslag
OMGEFFING: omzetbelasting, aangiftebelasting, naheffingsaanslag
LAANGEFFING: loonbelasting, aangiftebelasting, naheffingsaanslag
H2
Formeel belastingrecht
, Belastingplichtig IB en VPB: natuurlijke/rechts- personen, in Nederland
wonend, ook als niet in Nederland wonend maar wel verdiensten hier
Aangifte van aanslagen: binnen termijn die inspecteur stelt, na aangifte IB of
VPB volgt aanslag; definitieve bedrag voor betaling of ontvangst
3 soorten aanslagbelasting:
1. Voorlopige aanslag; begin vh jaar én na indienen aangifte;
2. Definitieve aanslag; na nadere beoordeling aangifte;
3. Navorderingsaanslag; als achteraf blijkt dat definitieve aanslag te
laag was
Ambtshalve vastgestelde aanslag: als iemand aangifte niet heeft gedaan of
deze niet volledige ingevuld + ondertekend heeft is dit 2 e aanslag. Inspecteur
gaat uit van redelijke schatting inkomen
Navorderingsaanslag (7): kunnen alleen worden opgelegd bij
aanslagbelastingen dus IB en VPB. Er is te weinig belasting berekend op aanslag
en kan alsnog gevorderd worden. moet sprake zijn van nieuw feit (inspecteur
was niet bekend of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn)
uitzondering: belastingplichtige te kwader trouw; bewust van te weinig
betalen, dus vorm van opzet
Bewijslast: belastingplichtige bewijst of toont aan dat kosten aftrekbaar zijn die
hij/zij heeft gemaakt, bij inkomsten heeft belastingdienst bewijslast
Bezwaar en beroep: bezwaarschrift (niet eens met belastingaanslag) bij
belastingdienst, beroepschrift (niet eens met bezwaarschrift) bij rechtbank
Bezwaarschrift: bij bestuursorgaan dat besluit genomen heeft. Ook als je iets
vergeten bent in aangiftebiljet. Moet binnen 6 weken na dagtekening
aanslagbiljet. Vereisten:
- handtekening;
- naam en adres indiener;
- dagtekening;
- omschrijving besluit waartegen bezwaar is gericht + kenmerk;
- gronden van bezwaar
Ambtshalve vermindering: als bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard,
maar inspecteur geschrift toch ambtshalve beoordeelt en bezwaren honoreert en
alsnog aanslag verlaagt
Wel-ontvankelijk geschrift: indiener mag bezwaar mondeling toelichten
Aanslagnummer: bestaat uit
- BSN nummer;
- H = inkomstenbelasting;
- V= vennootschapsbelasting;
- Getal die staat voor jaartal (2009 = 9);
- 0 = voorlopige aanslag;
- 1 = volgende voorlopige aanslag;
- 6 = definitieve aanslag (ook ambtshalve);
- 7 = navorderingsaanslag