Eeuw genoemd, vanwege de macht en rijkdom van de Republiek der Nederlanden in die
eeuw. Er is wel discussie over die term: de rijkdom werd in de Republiek onder meer
verdiend met de handel in slaven en het uitbuiten van volkeren in Oost-Indië, dus om nou te
spreken van een gouden tijd... In ieder geval niet voor iedereen dus!
3 algemene kenmerken 17e eeuw:
1. vorsten streven naar absolute macht (maar niet in de Republiek: zie kenmerk 4)
Paragraaf 3.1 gaat over dit kenmerk
2. ontstaan van een wereldeconomie (par. 3.3)
3. belangrijke uitvindingen in de wetenschap ( = wetenschappelijke revolutie ) (par 3.5)
en 3 kenmerken die specifiek voor de Republiek gelden:
4. de bijzondere positie van de Republiek op politiek gebied: regenten hebben de macht,
niet een absolute vorst (3.1)
5. de bloei op cultureel gebied (Rembrandt en vele andere schilders!) (3.4)
6. de bloei op economisch gebied (welvaart, VOC, WIC, de Gouden Eeuw) (3.1, 3.2)
, 3.1
In de 17e eeuw was Frankrijk het machtigste land van Europa met een machtige koning.
Ministers (leden van de regering) gaven de koning alleen adviezen.
De Franse koning legde aan niemand verantwoording af. Zijn macht werd door niets
beperkt. Deze manier van regeren heet absolutisme.
In de tijd van regenten en vorsten (1600-1700) was Nederland een republiek met zeven
zelfstandige gewesten.
Ieder gewest werd bestuurd door de Staten.
Voor sommige zaken werkten de zeven gewesten samen in de Staten-Generaal,
bijvoorbeeld voor de buitenlandse politiek.
De Republiek der Verenigde Nederlanden bestond uit zeven gewesten.
De Staten-Generaal bestuurden Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en delen van Limburg.
Aantekeningenboekje:
In Frankrijk vestigde Lodewijk XIV vanaf midden 17e eeuw een absolute monarchie. Hij
maakte een eind aan de zelfstandigheid van steden en edelen. Hij bracht het leger volledig
onder zijn controle en maakte een eind aan de godsdienstvrijheid.
In Engeland werd de macht van de koning beperkt door de Roemrijke Revolutie (1689).
Nederland was een republiek, die bestond uit zeven onafhankelijke gewesten die hun
gemeenschappelijke zaken regelden in de Staten-Generaal. De Republiek werd bestuurd
door regenten. Er was geen koning, maar de stadhouder had wel de meeste macht. Er was
vaak ruzie over wie het laatste woord had: regenten of de stadhouder
In 1651 besloten de regenten geen nieuwe stadhouder te benoemen. Een stadhouderloos
tijdperk van 21 jaar begon. In 1672 kwam er toch een nieuwe stadhouder: Willem III.