Voedingsmiddelen: alle producten die je eet en drinkt.
- Voedingsstoffen: de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen.
Dierlijke voedingsmiddelen: delen van dieren (vlees, vis) en producten van dieren.
Plantaardige voedingsmiddelen: wortels, stengels, bladeren, vruchten en zaden van
planten.
Voedingsvezels: alle onverteerbare stoffen in plantaardig voedsel.
- Functie: nodig voor een goede darmwerking
• De zes groepen voedingsstoffen en hun functie:
1. Eiwitten: vooral bouwstof, ook brandstof; een teveel wordt omgezet in vet als
reservestof.
2. Koolhydraten: vooral brandstof, ook bouwstof; een teveel wordt omgezet in
vet als reservestof.
3. Vetten: vooral brandstof, ook bouwstof en reservestof.
4. Water: bouwstof en het vervoer van stoffen.
5. Mineralen (zouten): bouwstof en beschermende stof.
6. Vitaminen: bouwstof en beschermende stof.
Essentiële voedingsstoffen: stoffen die je lichaam niet (of niet voldoende) zelf kan
maken. Je moet ze binnen krijgen met je voedsel.
Niet-essentiële voedingsstoffen: stoffen die je lichaam zelf kan maken. Worden
gevormd in de lever.
, 2.2
Vertering
De functie van vertering is het omzetten van voedingsstoffen die niet door de
darmwand heen in het bloed kunnen worden opgenomen, in verteringsproducten die
wel kunnen worden opgenomen in het bloed.
- Voedingsstoffen die worden verteerd, zijn: eiwitten, de meeste koolhydraten
en vetten.
- Stoffen die niet hoeven te worden verteerd, zijn: glucose, mineralen,
vitaminen en water.
Mechanische vertering → het voedsel in kleine stukjes verdelen door te kauwen.
Chemische vertering → de voedingsstoffen omzetten met behulp van
verteringssappen.
- Verteringssappen worden gemaakt door verteringsklieren.
- Veel verteringssappen bevatten enzymen.
- Enzymen werken volgens het sleutel-slot principe.
- De werking van een enzym is onder andere afhankelijk van de temperatuur.
Gebit
De functie van het gebit is voedsel in kleine stukjes verdelen.
- Daardoor wordt het voedsel oppervlak vergroot.
- Daardoor kunnen meer enzymen tegelijkertijd op het voedsel inwerken.
De functie van snijtanden en hoektanden is stukken van het voedsel afbijten.
- De vorm van hoektanden is iets puntiger dan de vorm van snijtanden.
De functie van kiezen is het fijnmalen van voedsel.
- De vorm van kiezen is knobbelig (bovenkant).
Darmperistaltiek
- Werking: de kringspieren en lengtespieren in de wand van het hele
darmkanaal trekken zich afwisselend samen en ontspannen zich.
- Functie: de voedselbrij verplaatsen, kneden en vermengen met
verteringssappen.
- Voedingsvezels: prikkelen de spieren in de darmwand en zorgen zo voor een
goede darmwerking.