Inhoud
Les 2.1) Verpleegkundige Zorgverlening.............................................................................................2
Les 2.2) Verpleegkundige Zorgverlening.............................................................................................5
Les 2.1) Verpleegtechnische Vaardigheden........................................................................................7
Les 2.2) Verpleegtechnische Vaardigheden......................................................................................18
Les 2.3) Verpleegtechnische Vaardigheden......................................................................................21
Les 2.4) Verpleegtechnische Vaardigheden......................................................................................26
Les 2.5) Verpleegtechnische Vaardigheden......................................................................................31
Les 2.6) Verpleegtechnische Vaardigheden......................................................................................36
Les 1.1) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................41
Les 1.2) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................44
Les 1.3) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................45
Les 1.4) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................47
Les 1.5) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................50
Les 1.6) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................53
Les 2.1) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................54
Les 2.2) Communicatie & Samenwerking.........................................................................................56
Les 2.3/2.4) Communicatie & Samenwerking...................................................................................57
Les 2.5/2.2) Communicatie & Samenwerking...................................................................................59
Les 2.6/2.7) Communicatie & Samenwerking...................................................................................60
Les 1.1/1.2) Gedragsleer...................................................................................................................62
Les 2.1/2.2) Gedragsleer...................................................................................................................64
Les 2.3) Gedragsleer.........................................................................................................................66
Les 2.4/2.5) Gedragsleer...................................................................................................................69
,Kennistoets 2.1
Les 2.1) Verpleegkundige Zorgverlening
Leerdoelen:
1. vitale functies beoordelen
2. diverse meetinstrumenten toepassen met betrekking tot het meten van de vitale
functies
Wanneer meet je de vitale functies:
Uitgangswaarden bepalen bij opname
Verandering in toestand zorgvrager
Voorafgaand aan procedure/ingreep
Heeft de patiënt na de ingreep nog dezelfde vitale functies?
Voor/na toediening van medicatie of (bloed)-product
Wat verstaan we onder de vitale waarden:
Ademhaling
Circulatie (hartslag / bloeddruk)
Temperatuur
Bewustzijn
Ademhaling
Je beoordeelt de ademhaling op:
Frequentie
normaal 15-17 keer voor volwassenen, bij jongeren sneller afhankelijk van leeftijd.
Diepte
Regelmaat
Paradoxale ademhaling: tegengestelde ademhaling, borstkas krimpt in bij inademing,
veel ribben zijn gebroken en borstkas is niet meer stevig
Bijgeluiden
piepende/zware
Huidskleur
- Centrale cyanose (mond, tong - levensbedreigende situatie)
- Perifere cyanose (blauwe handen, vingers)
Soorten ademhaling:
Snellere ademhaling: tachypnoe
Langzamere ademhaling: bradypnoe
Ademstop (afwezige ademhaling): apneu
Foutief ademhalen (benauwd): dyspnoe
Snelle diepe ademhaling: hyperpnoe
Hele onregelmatige ademhaling, vlak voor het overlijden: Cheyne-stokes ademhaling
Ademhaling meten: aantal ademhalingen per 30 sec en dat x2.
,Kennistoets 2.1
Circulatie – polsslag
Frequentie normaal 60-100 sl/min
Bradycardie (<60 sl/min)
Tachycardie (>100 sl/min)
Regelmaat:
Regulariteit
Irregulariteit
Kracht:
Zwak
Krachtig
Gelijkmatigheid:
Equaal (alle polsslagen even sterk gevuld)
Inequeaal (niet alle polsslagen even sterk gevuld)
Polsslag meten: aantal polsslagen per 15 sec en dat x4.
Circulatie – bloeddruk
Riva-rocci-methode (RR): Metingen in millimeter kwik (mmHg)
Systolische (boven) druk
Diastolische (onder) druk
Normaalwaarden (volwassenen): 120/80 mmHg
Hypertensie indien systole > 160 mmHg
Hypotensie indien systole < 100 mmHg
Temperatuur
Normaalwaarden volwassenen – 36,5-37,5 C
Verhoging 37,5-38 C
Koorts 38-41 C
Hyperthermie >41 C
Hypothermie <35 C
Meting lichaamstemperatuur
Rectaal - kont
Oraal (afwijking t.o.v rectaal -0,3C) - mond
Axillair (afwijking t.o.v. rectaal -0,5C) - oksel
Auraal (afwijking t.o.v. rectaal -0,5/-0,7C) – oor
Bewustzijn
Meetinstrumenten mate van bewustzijn:
Flauwvallen
EMV-score: eyes, movement, verbaal
AVPU-score
AVPU-score:
Geeft snel een beeld/inschatting van de neurologische status
- Minder nauwkeurig dan EMV
- Snelle diagnostiek
A: alert
V: verbaal
P: pain
U: unresponsive
EWS: Early Warning Score
ABCD-methode
, Kennistoets 2.1
A: Airway
Vrije ademweg?
Trauma: manueel stabiliseren
B: Breathing
Ademhaling?
Indicatoren:
- Niet hoorbare ademhaling
- Ademfrequentie
- Hulp ademhalingsspieren
- Normale huidskleur
Zo nodig dien je zuurstof toe.
C: Circulatie
Massaal (uitwendig) bloedverlies
- Hartfrequentie
- Bloeddruk
- Capillaire refill time
D: Disability Centraal Zenuwstelsel
- Glucose waarde
- Pupillen
- (Temperatuur)