BEDRIJFSORGANISATIE 1
HOOFDSTUK 1: DENKEN OVER O&M
Theorie Organisatie en Management
Inductie
Vanuit de praktijk, op basis van de op de praktijk gebaseerde theorie.
Deductie
Theorievorming op basis van theorie wetenschappelijk.
Organisatie
Elke vorm van menselijke samenwerking voor een gemeenschappelijk doel
- Het gaat om mensen die
- samenwerken voor het bereiken van
Denkrichting Sleutelbegrip
Frederick Taylor Scientific Management: Organisatie van
productie en efficiency
Henry Fayol Algemene managementtheorie
Max Weber Bureaucratie en ideaaltype organisatie
Elton Mayo Human Relations: Informele organisatie en
subjectiviteit
Likert, Maslow, Herzberg en McGregor Revisionisme: afstemming tussen mens en
organisatie
Kenneth Boulding Systeembenadering: De organisatie als
systeem en de wisselwerking met de
omgeving
Lawrence en Lorsch Contingentiebenadering: toepassen
managementtechniek afhankelijk van de
situatie
- een bepaald doel.
Een organisatie is een onderdeel van de maatschappij, oftewel de omgeving.
Organisatie – bedrijf – onderneming
Organisatie: goede doelen, maken niks, geen winst
Bedrijf: maakt producten/diensten (opleiding/overheidsbedrijven)
Onderneming: Doel is winst maken
Bedrijven en ondernemingen zijn organisaties
Management
(de leer van) Het bestuur van een organisatie, leiding van een organisatie.
Wordt gevormd door de organisatieleiding die tot taak heeft de onderneming te
besturen. In veel organisaties is organiseren de taak van het management.
Organisatie en Management
Het functioneren van organisaties staat centraal.
Denkrichtingen en persoonlijkheden
Scientific Management (1900)
Frederick Taylor
- Benadering hoe productie georganiseerd zou moeten worden.
- Taak van de bedrijfsleider is plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en
controleren van resultaten.
- Hoofdpunten: standaardisatie productieproces, taakverdeling en training
arbeiders, relatie baas – werknemer hecht en vriendschappelijk,
prestatiebeloning
, - Achtbazenstelsel niet van de grond gekomen
Bedrijven vonden meer winst belangrijkst, productiviteitsverhoging was enorm,
verbetering van loon en onderlinge verhoudingen niet.
General Managementtheorie (1900)
Henry Fayol
- De eerste die een samenhangend stelsel van opvattingen ontwikkelde over de
wijze waarop organisaties in hun geheel bestuurd zouden moeten worden.
- Ook wel onderwijsmodel management is een vak in onderwijzen.
- Zes managementgebieden: technisch, commercieel, financieel, zelf
beschermend, boekhouding, besturing achtbazenstelsel aan de kant, alles in
1 management
o Besturing: onderdeel van de functie van managers, 5 taken:
Plannen of vooruitzien
Organiseren commercieel
Bevel voeren financieel
Coördineren
Controleren
Theorie van de bureaucratie (1940)
Max Weber
- Sociologische invalshoek.
- Kenmerken grote organisaties:
o Sterk doorgevoerde taakverdeling
o Hiërarchische bevelstructuur
o Afgebakende bevoegd- en verantwoordelijkheden
o Onpersoonlijke relaties tussen functionarissen
o Werving op basis van bekwaamheden en kennis
o Objectieve criteria en procedures voor promotie en salaris
- Als een organisatie zo functioneert is er sprake van een ideale bureaucratie.
- Ideaaltype bureaucratie ook een denkmodel bij de bestudering van
organisaties.
- Weber: niet persoonlijk bevel voeren, onpersoonlijke omstandigheden.
Meetbaar, procedures, richtlijnen.
Human Relations beweging (1945)
Elton Mayo
- Subjectieve factoren zoals aandacht en zekerheid zijn bepalend voor het
resultaat. Zij zijn zelfs belangrijker dan objectieve factoren.
- Gelukkige, tevreden mensen leveren een maximale arbeidsprestatie.
- Samenwerken is het toverwoord en sociale vaardigheden voor leidinggevenden
zijn zeer belangrijk.
- Belang van deze beweging: ontdekken van het belang van menselijke factoren
voor de effectiviteit.
- Subjectief: gevoel, aandacht, zekerheid.
- Hawthorn experiment: niet de objectieve werkomstandigheden verbeteren,
maar de subjectiviteit.
Revisionisme (1950)
Revisie uitgangspunten Human Relations en Scientific Management
- Likert: linking-pin structuur organisatiestructuur en communicatie
- Herzberg: Theorie van de piramide van Maslow toegepast op het gedrag van
mensen in organisaties. Satisfiers (motivatoren) en dissatisfiers.
- McGregor: leiderschapstheorie X en Y
- Blake en Mouton: leiderschapsdiagram, leiderschap kan niet 1-dimensionaal
worden beken, maar vanuit taak- en mensgerichtheid.
, zelf
Piramide van ontp
Maslow looii
ng
behoefte aan
waardering en
erkenning
(prestatie)
Behoefte aan sociaal contact
(acceptatie, erbij horen)
Behoefte aan veiligheid en zekerheid (baan,
huis)
Lichaamelijke behoeften (eten/drinken/gezondheid)
Herzberg baseert zijn theorie op die van Masow Welke behoeften hebben mensen?
Welke omstandigheden voor verbeterde motivatie?
Motivatie dimensies Onwi
kkele
Hygiene factoren dissatisfiers: n en
Goed = Normaal ontpl
Slecht = demotiverend ooien
Erkenning en
waardering, Succesvol
en creatief zijn, leveren
van prestaties,
realiseren van doelen
Abeidsverhoudignen
Organisatiebeleid
Arbeidsomstandigheden
Beloning
Systeembenadering (1950)
Kenneth Boulding
- Organisaties zijn een systeem een geheel van samenhangende delen.
- Organisaties staan in wisselwerking met de buitenwereld.
- Synergie is belangrijk (van beide organisaties het beste laten samen komen
1+1=3).
- De systeembenadering stelt dat het management organisatieproblemen
integraal dient aan te pakken (over het hele bedrijf/samenhang met gehele
bedrijf).
Contingentiebenadering (1965)
Paul Lawrence en Jay Lorsch
Revisionisme en systeembenadering
- Contingentie: bepaaldheid door situatie, de situatie bepaalt hoe een
organisatie moet handelen situatie leidt tot keuzes.
- De keuze voor het toepassen van bepaalde managementtechnieken (uit één
van de theorieën) hangt sterk af van de omstandigheden waarin de organisatie
zich bevindt.
HOOFDSTUK 1: DENKEN OVER O&M
Theorie Organisatie en Management
Inductie
Vanuit de praktijk, op basis van de op de praktijk gebaseerde theorie.
Deductie
Theorievorming op basis van theorie wetenschappelijk.
Organisatie
Elke vorm van menselijke samenwerking voor een gemeenschappelijk doel
- Het gaat om mensen die
- samenwerken voor het bereiken van
Denkrichting Sleutelbegrip
Frederick Taylor Scientific Management: Organisatie van
productie en efficiency
Henry Fayol Algemene managementtheorie
Max Weber Bureaucratie en ideaaltype organisatie
Elton Mayo Human Relations: Informele organisatie en
subjectiviteit
Likert, Maslow, Herzberg en McGregor Revisionisme: afstemming tussen mens en
organisatie
Kenneth Boulding Systeembenadering: De organisatie als
systeem en de wisselwerking met de
omgeving
Lawrence en Lorsch Contingentiebenadering: toepassen
managementtechniek afhankelijk van de
situatie
- een bepaald doel.
Een organisatie is een onderdeel van de maatschappij, oftewel de omgeving.
Organisatie – bedrijf – onderneming
Organisatie: goede doelen, maken niks, geen winst
Bedrijf: maakt producten/diensten (opleiding/overheidsbedrijven)
Onderneming: Doel is winst maken
Bedrijven en ondernemingen zijn organisaties
Management
(de leer van) Het bestuur van een organisatie, leiding van een organisatie.
Wordt gevormd door de organisatieleiding die tot taak heeft de onderneming te
besturen. In veel organisaties is organiseren de taak van het management.
Organisatie en Management
Het functioneren van organisaties staat centraal.
Denkrichtingen en persoonlijkheden
Scientific Management (1900)
Frederick Taylor
- Benadering hoe productie georganiseerd zou moeten worden.
- Taak van de bedrijfsleider is plannen, coördineren, toezicht uitoefenen en
controleren van resultaten.
- Hoofdpunten: standaardisatie productieproces, taakverdeling en training
arbeiders, relatie baas – werknemer hecht en vriendschappelijk,
prestatiebeloning
, - Achtbazenstelsel niet van de grond gekomen
Bedrijven vonden meer winst belangrijkst, productiviteitsverhoging was enorm,
verbetering van loon en onderlinge verhoudingen niet.
General Managementtheorie (1900)
Henry Fayol
- De eerste die een samenhangend stelsel van opvattingen ontwikkelde over de
wijze waarop organisaties in hun geheel bestuurd zouden moeten worden.
- Ook wel onderwijsmodel management is een vak in onderwijzen.
- Zes managementgebieden: technisch, commercieel, financieel, zelf
beschermend, boekhouding, besturing achtbazenstelsel aan de kant, alles in
1 management
o Besturing: onderdeel van de functie van managers, 5 taken:
Plannen of vooruitzien
Organiseren commercieel
Bevel voeren financieel
Coördineren
Controleren
Theorie van de bureaucratie (1940)
Max Weber
- Sociologische invalshoek.
- Kenmerken grote organisaties:
o Sterk doorgevoerde taakverdeling
o Hiërarchische bevelstructuur
o Afgebakende bevoegd- en verantwoordelijkheden
o Onpersoonlijke relaties tussen functionarissen
o Werving op basis van bekwaamheden en kennis
o Objectieve criteria en procedures voor promotie en salaris
- Als een organisatie zo functioneert is er sprake van een ideale bureaucratie.
- Ideaaltype bureaucratie ook een denkmodel bij de bestudering van
organisaties.
- Weber: niet persoonlijk bevel voeren, onpersoonlijke omstandigheden.
Meetbaar, procedures, richtlijnen.
Human Relations beweging (1945)
Elton Mayo
- Subjectieve factoren zoals aandacht en zekerheid zijn bepalend voor het
resultaat. Zij zijn zelfs belangrijker dan objectieve factoren.
- Gelukkige, tevreden mensen leveren een maximale arbeidsprestatie.
- Samenwerken is het toverwoord en sociale vaardigheden voor leidinggevenden
zijn zeer belangrijk.
- Belang van deze beweging: ontdekken van het belang van menselijke factoren
voor de effectiviteit.
- Subjectief: gevoel, aandacht, zekerheid.
- Hawthorn experiment: niet de objectieve werkomstandigheden verbeteren,
maar de subjectiviteit.
Revisionisme (1950)
Revisie uitgangspunten Human Relations en Scientific Management
- Likert: linking-pin structuur organisatiestructuur en communicatie
- Herzberg: Theorie van de piramide van Maslow toegepast op het gedrag van
mensen in organisaties. Satisfiers (motivatoren) en dissatisfiers.
- McGregor: leiderschapstheorie X en Y
- Blake en Mouton: leiderschapsdiagram, leiderschap kan niet 1-dimensionaal
worden beken, maar vanuit taak- en mensgerichtheid.
, zelf
Piramide van ontp
Maslow looii
ng
behoefte aan
waardering en
erkenning
(prestatie)
Behoefte aan sociaal contact
(acceptatie, erbij horen)
Behoefte aan veiligheid en zekerheid (baan,
huis)
Lichaamelijke behoeften (eten/drinken/gezondheid)
Herzberg baseert zijn theorie op die van Masow Welke behoeften hebben mensen?
Welke omstandigheden voor verbeterde motivatie?
Motivatie dimensies Onwi
kkele
Hygiene factoren dissatisfiers: n en
Goed = Normaal ontpl
Slecht = demotiverend ooien
Erkenning en
waardering, Succesvol
en creatief zijn, leveren
van prestaties,
realiseren van doelen
Abeidsverhoudignen
Organisatiebeleid
Arbeidsomstandigheden
Beloning
Systeembenadering (1950)
Kenneth Boulding
- Organisaties zijn een systeem een geheel van samenhangende delen.
- Organisaties staan in wisselwerking met de buitenwereld.
- Synergie is belangrijk (van beide organisaties het beste laten samen komen
1+1=3).
- De systeembenadering stelt dat het management organisatieproblemen
integraal dient aan te pakken (over het hele bedrijf/samenhang met gehele
bedrijf).
Contingentiebenadering (1965)
Paul Lawrence en Jay Lorsch
Revisionisme en systeembenadering
- Contingentie: bepaaldheid door situatie, de situatie bepaalt hoe een
organisatie moet handelen situatie leidt tot keuzes.
- De keuze voor het toepassen van bepaalde managementtechnieken (uit één
van de theorieën) hangt sterk af van de omstandigheden waarin de organisatie
zich bevindt.