HUMAN GEOGRAPHY
PLACES AND REGIONS IN GLOBAL CONTEXT
Paul L. Knox & Sallie A. Marston, 6th ed.
CHAPTER 7 GEOGRAPHIES OF
ECONOMIC DEVELOPMENT
(ECONOMISCHE ONTWIKKELINGSGEOGRAFIE)
§1 PATTERNS OF ECONOMIC DEVELOPMENT (blz.216)
De mate van economische ontwikkeling kunnen we constateren door de hoogte en
de mate van verandering van de welvaart in bepaalde gebieden te bekijken, met
behulp van cijfers, inzake productiviteit, het inkomen, de koopkracht en de
consumptie.
De toegenomen welvaart is slechts een aspect van de economische groei. De term
economische ontwikkeling verwijst naar de processen die de verandering met
betrekking tot de aard en samenstelling van de economie van een bepaalde regio,
alsmede de verhogingen van de algemene welvaart van een regio, teweeg hebben
gebracht.
Deze processen omvatten 3 verschillende soorten veranderingen:
1. Veranderingen in de structuur van de economie van die regio
(bijv. landbouw industrie)
2. Verandering in de economische organisatie van een regio
(bijv. socialisme/communisme vrije markt kapitalisme)
3. Veranderingen in de beschikbaarheid en het gebruik van technologieën in
een regio
Het is natuurlijk ook te verwachten dat er bij de economische ontwikkeling van een
regio ook ruimere veranderingen zijn in de welvaart van een regio. De belangrijkste
van deze ruimere veranderingen zijn:
a. De veranderingen in de capaciteit van een regio om de levensvoorwaarden
te verbeteren ( door betere huisvesting, gezondheidszorg en
socialezekerheid)
b. De veranderingen in de capaciteit van een regio om het natuurlijke (fysische)
framework (kader) te verbeteren
c. De veranderingen in de capaciteit van een regio om de infrastructuur te
verbeteren
Dit zijn de ruimere veranderingen waarop de economische ontwikkeling rust. Zonder
deze verbeteringen kan de economische staat van een land niet veranderen.
,§1.1 De ongelijke economische ontwikkeling
Op wereldwijde schaal, nemen deze ongelijkheden in de economische ontwikkeling
de vorm aan van het centrum- periferiemodel in het steeds veranderende
wereldsysteem.
Het centrum- periferiemodel is tot stand gekomen door het concurrerende
economische wereldsysteem dat sterk wordt beïnvloed door politieke en culturele
factoren.
De centrum gebieden in het wereldsysteem hebben de meest gevarieerde
economieën, de meest geavanceerde technologieën, de hoogste productieniveaus
en de hoogste welvaart. developed regions, ontwikkelde gebieden(*)
(*) Door de voortdurende processen die zorgen voor de economische ontwikkeling,
kan een regio nooit helemaal als ‘volledig ontwikkeld’ beschouwd worden.
De (semi-)perifere gebieden in het wereldsysteem, vaak aangeduid als
ontwikkelingslanden of minder ontwikkelde landen, worden ook wel LDC’s genoemd
(Less Developed Countries).
Dit zijn de benamingen van de regionale ongelijkheid op wereldniveau op
economisch gebied. Echter, er zijn ook politieke benamingen, namelijk de First
World (Eerste Wereld:Westerse, kapitalistische landen), de Second World (Tweede
Wereld, communistische landen) en de Third World (Derde Wereld,
ontwikkelingslanden).
Op wereldniveau kunnen we de hoogte van de economische ontwikkeling bepalen
met behulp van economische indicatoren, zoals het BBP (Bruto Binnenlands
Product) en het BNP (Bruto Nationaal Product).
1. Het Bruto Binnenlands Product is een schatting van de totale waarde van alle
materialen, levensmiddelen, goederen en diensten die worden geproduceerd
door een land in een bepaald jaar.
Om de verschillende BBP’s van landen te standaardiseren, wordt het totale BBP
gedeeld door de totale bevolking. Je krijgt dan het BBP per inwoner, dat is een
goede maatstaaf om de relatieve, economische ontwikkeling weer te geven.
(BBP/hoofd heel belangrijk!!)
2. Het Bruto Nationaal Product is een maat waar alle primaire inkomens van de
staatsburgers zijn opgeteld, dit kan zowel binnenlands als buitenlands.
Bijvoorbeeld als een VS-onderneming, die gevestigd is in het buitenland, een
deel van haar inkomsten (winst) naar de VS terugstuurt, draagt dit bedrag bij aan
het BNI van de Verenigde Staten.
Wanneer men internationale vergelijkingen gaat maken op basis van het BBP en het
BNI kunnen er zich problemen voordoen, omdat deze getallen gebaseerd zijn op de
valuta van dat land. Dus het is gebruikelijker om nationale valuta’s te vergelijken op
basis van de koopkracht (PPP). In feite kan men met de koopkracht bepalen
hoeveel goederen en dienster er gekocht kunnen worden en in het
gemeenschappelijke “winkelmandje” gelegd kunnen worden in een bepaald land.
, We zien lagere BNI-cijfers in rijke landen (hogere kosten levensonderhoud) en
hogere BNI-cijfers in arme landen (lagere kosten levensonderhoud), wanneer we
valutawaarden gebruiken op basis van de koopkracht om de economische welvaart
te vergelijken.
§1.2 Resources and Development
De huidige patronen van economische ontwikkeling zijn het gevolg van veel
verschillende factoren. Een van de belangrijkste is de beschikbaarheid van
belangrijke hulpbronnen zoals vruchtbare grond, energie en waardevolle delfstoffen .
Deze zijn ongelijk verdeeld over de wereld, de combinatie van energiebronnen en
delfstoffen zijn heel belangrijk voor de economische ontwikkeling. Een gebrek aan
natuurlijke hulpbronnen kan economische groei belemmeren, echter door
internationale handel zijn natuurlijke hulpbronnen voor iedereen beschikbaar (althans
degene die het kunnen betalen). Er is sprake van complementariteit, een van de
voorwaarde voor ruimtelijke interactie.
§1.2.1 Energie
Energie in economische opzicht is die energie die door de mens wordt aangewend
om zijn overlevingskansen, comfort en welvaart te vergroten. Technische vooruitgang
maakte een steeds grotere beheersing van de natuur mogelijk, maar tegelijkertijd
werd de mens daarmee steeds afhankelijker van die techniek.
De belangrijkste bronnen van commerciële energie (olie, steenkool, aardgas) zijn
ongelijk verdeeld over de wereld
Centrum gebieden hebben veel energiebronnen ter beschikking, echter de perifere
gebieden zijn energiebronnenarm, althans deze producten zijn niet toegankelijk voor
het gewone perifere volk). Uitzonderingen zijn de belangrijkste olieproducenten
Indonesië, Equator, Nigeria, Libië en de Golfstaten.
Door deze ongelijke verdelingen van energie, is dit een belangrijke component in het
mondiale handelssysteem. Wanneer meerdere delen van de wereld industrialiseren
en ontwikkelen neemt de vraag naar olie enorm toe.
De importkosten van energie is voor veel perifere landen een zware last, dus perifere
landen kunnen zich het energieverbruik op schaal van ontwikkelde economieën niet
veroorloven. Dus de patronen van het commerciële energieverbruik weerspiegelt
de kernperiferie scheiding in de wereldeconomie.
Centrum: Door de massale investeringen en exploitatie van de wereld door de
centrumgebieden, worden deze energieconsumerende landen zelfverzorgend door
verschillende combinaties van kolen, aardolie, aardgas, waterkracht en kernenergie.
Periferie: Ontwikkelingslanden zijn afhankelijk van de verzameling van brandhout.
Brandhout is de belangrijkste energiebron voor perifere zones in de wereld. Het
probleem is het grootst in dichtbevolkte, aride –en semiaride en koelere bergachtige
gebieden. Hier is de regeneratie van de vegetatie bijzonder traag. Waardoor er een
afname is in bosareaal en daarmede een afname in de belangrijkste energiebron,
PLACES AND REGIONS IN GLOBAL CONTEXT
Paul L. Knox & Sallie A. Marston, 6th ed.
CHAPTER 7 GEOGRAPHIES OF
ECONOMIC DEVELOPMENT
(ECONOMISCHE ONTWIKKELINGSGEOGRAFIE)
§1 PATTERNS OF ECONOMIC DEVELOPMENT (blz.216)
De mate van economische ontwikkeling kunnen we constateren door de hoogte en
de mate van verandering van de welvaart in bepaalde gebieden te bekijken, met
behulp van cijfers, inzake productiviteit, het inkomen, de koopkracht en de
consumptie.
De toegenomen welvaart is slechts een aspect van de economische groei. De term
economische ontwikkeling verwijst naar de processen die de verandering met
betrekking tot de aard en samenstelling van de economie van een bepaalde regio,
alsmede de verhogingen van de algemene welvaart van een regio, teweeg hebben
gebracht.
Deze processen omvatten 3 verschillende soorten veranderingen:
1. Veranderingen in de structuur van de economie van die regio
(bijv. landbouw industrie)
2. Verandering in de economische organisatie van een regio
(bijv. socialisme/communisme vrije markt kapitalisme)
3. Veranderingen in de beschikbaarheid en het gebruik van technologieën in
een regio
Het is natuurlijk ook te verwachten dat er bij de economische ontwikkeling van een
regio ook ruimere veranderingen zijn in de welvaart van een regio. De belangrijkste
van deze ruimere veranderingen zijn:
a. De veranderingen in de capaciteit van een regio om de levensvoorwaarden
te verbeteren ( door betere huisvesting, gezondheidszorg en
socialezekerheid)
b. De veranderingen in de capaciteit van een regio om het natuurlijke (fysische)
framework (kader) te verbeteren
c. De veranderingen in de capaciteit van een regio om de infrastructuur te
verbeteren
Dit zijn de ruimere veranderingen waarop de economische ontwikkeling rust. Zonder
deze verbeteringen kan de economische staat van een land niet veranderen.
,§1.1 De ongelijke economische ontwikkeling
Op wereldwijde schaal, nemen deze ongelijkheden in de economische ontwikkeling
de vorm aan van het centrum- periferiemodel in het steeds veranderende
wereldsysteem.
Het centrum- periferiemodel is tot stand gekomen door het concurrerende
economische wereldsysteem dat sterk wordt beïnvloed door politieke en culturele
factoren.
De centrum gebieden in het wereldsysteem hebben de meest gevarieerde
economieën, de meest geavanceerde technologieën, de hoogste productieniveaus
en de hoogste welvaart. developed regions, ontwikkelde gebieden(*)
(*) Door de voortdurende processen die zorgen voor de economische ontwikkeling,
kan een regio nooit helemaal als ‘volledig ontwikkeld’ beschouwd worden.
De (semi-)perifere gebieden in het wereldsysteem, vaak aangeduid als
ontwikkelingslanden of minder ontwikkelde landen, worden ook wel LDC’s genoemd
(Less Developed Countries).
Dit zijn de benamingen van de regionale ongelijkheid op wereldniveau op
economisch gebied. Echter, er zijn ook politieke benamingen, namelijk de First
World (Eerste Wereld:Westerse, kapitalistische landen), de Second World (Tweede
Wereld, communistische landen) en de Third World (Derde Wereld,
ontwikkelingslanden).
Op wereldniveau kunnen we de hoogte van de economische ontwikkeling bepalen
met behulp van economische indicatoren, zoals het BBP (Bruto Binnenlands
Product) en het BNP (Bruto Nationaal Product).
1. Het Bruto Binnenlands Product is een schatting van de totale waarde van alle
materialen, levensmiddelen, goederen en diensten die worden geproduceerd
door een land in een bepaald jaar.
Om de verschillende BBP’s van landen te standaardiseren, wordt het totale BBP
gedeeld door de totale bevolking. Je krijgt dan het BBP per inwoner, dat is een
goede maatstaaf om de relatieve, economische ontwikkeling weer te geven.
(BBP/hoofd heel belangrijk!!)
2. Het Bruto Nationaal Product is een maat waar alle primaire inkomens van de
staatsburgers zijn opgeteld, dit kan zowel binnenlands als buitenlands.
Bijvoorbeeld als een VS-onderneming, die gevestigd is in het buitenland, een
deel van haar inkomsten (winst) naar de VS terugstuurt, draagt dit bedrag bij aan
het BNI van de Verenigde Staten.
Wanneer men internationale vergelijkingen gaat maken op basis van het BBP en het
BNI kunnen er zich problemen voordoen, omdat deze getallen gebaseerd zijn op de
valuta van dat land. Dus het is gebruikelijker om nationale valuta’s te vergelijken op
basis van de koopkracht (PPP). In feite kan men met de koopkracht bepalen
hoeveel goederen en dienster er gekocht kunnen worden en in het
gemeenschappelijke “winkelmandje” gelegd kunnen worden in een bepaald land.
, We zien lagere BNI-cijfers in rijke landen (hogere kosten levensonderhoud) en
hogere BNI-cijfers in arme landen (lagere kosten levensonderhoud), wanneer we
valutawaarden gebruiken op basis van de koopkracht om de economische welvaart
te vergelijken.
§1.2 Resources and Development
De huidige patronen van economische ontwikkeling zijn het gevolg van veel
verschillende factoren. Een van de belangrijkste is de beschikbaarheid van
belangrijke hulpbronnen zoals vruchtbare grond, energie en waardevolle delfstoffen .
Deze zijn ongelijk verdeeld over de wereld, de combinatie van energiebronnen en
delfstoffen zijn heel belangrijk voor de economische ontwikkeling. Een gebrek aan
natuurlijke hulpbronnen kan economische groei belemmeren, echter door
internationale handel zijn natuurlijke hulpbronnen voor iedereen beschikbaar (althans
degene die het kunnen betalen). Er is sprake van complementariteit, een van de
voorwaarde voor ruimtelijke interactie.
§1.2.1 Energie
Energie in economische opzicht is die energie die door de mens wordt aangewend
om zijn overlevingskansen, comfort en welvaart te vergroten. Technische vooruitgang
maakte een steeds grotere beheersing van de natuur mogelijk, maar tegelijkertijd
werd de mens daarmee steeds afhankelijker van die techniek.
De belangrijkste bronnen van commerciële energie (olie, steenkool, aardgas) zijn
ongelijk verdeeld over de wereld
Centrum gebieden hebben veel energiebronnen ter beschikking, echter de perifere
gebieden zijn energiebronnenarm, althans deze producten zijn niet toegankelijk voor
het gewone perifere volk). Uitzonderingen zijn de belangrijkste olieproducenten
Indonesië, Equator, Nigeria, Libië en de Golfstaten.
Door deze ongelijke verdelingen van energie, is dit een belangrijke component in het
mondiale handelssysteem. Wanneer meerdere delen van de wereld industrialiseren
en ontwikkelen neemt de vraag naar olie enorm toe.
De importkosten van energie is voor veel perifere landen een zware last, dus perifere
landen kunnen zich het energieverbruik op schaal van ontwikkelde economieën niet
veroorloven. Dus de patronen van het commerciële energieverbruik weerspiegelt
de kernperiferie scheiding in de wereldeconomie.
Centrum: Door de massale investeringen en exploitatie van de wereld door de
centrumgebieden, worden deze energieconsumerende landen zelfverzorgend door
verschillende combinaties van kolen, aardolie, aardgas, waterkracht en kernenergie.
Periferie: Ontwikkelingslanden zijn afhankelijk van de verzameling van brandhout.
Brandhout is de belangrijkste energiebron voor perifere zones in de wereld. Het
probleem is het grootst in dichtbevolkte, aride –en semiaride en koelere bergachtige
gebieden. Hier is de regeneratie van de vegetatie bijzonder traag. Waardoor er een
afname is in bosareaal en daarmede een afname in de belangrijkste energiebron,