K.SLAPAK AAR1 FLOS GEG2 H12STRAHLER
CHAPTER 15 Strahler GEG2
LANDFORMS MADE BY RUNNING WATER
FLUVIATIELE LANDSCHAPSVORMEN
§1 SLOPE EROSION
Fluviatiele landschapsvormen zijn gevormd door fluviatiele processen zoals:
1) oppervlakkige afstroming : Het water stroomt over de volle breedte
(ongeconcentreerd)
2) waterstromen: Het water wordt geconcentreerd afgevoerd in rivieren of
beekjes (geconcentreerd)
Overal waar regen valt vinden deze processen plaats die twee verschillende
landschapsvormen vormt:
1) Erosional landforms: Een vorm van secundaire landschapsvormen die
gevormd zijn door de erosieve krachten van water (rivieren). Regoliet (laag
van los verweerd materiaal) en Bedrock (moeder/grond-gesteente) worden
afgebroken.
- Col: Een bergpas is een lager gelegen deel van een bergrug.
- Peak: Een top is het hoogste punt van een berg.
- Spur: Spur
- Canyon/ravine: Een kloof of een ravijn is een door erosie diep
uitgesleten rivierdal met steile (rots)wanden
2) Depositional landforms: Landschappen die door de afzetting van
sedimenten (door rivieren) zijn gevormd
- Fan: puinwaaier
- Floodplain: Een riviervlakte, spoelvlakte of overstromingsvlakte is
een vlakte waardoor één of meerdere rivieren stromen. Kenmerkend is
dat de vlakte in natuurlijke staat bij hoogwater geheel of gedeeltelijk
overspoeld raakt. Een riviervlakte bestaat uit een afwisseling van
stroomruggen en komgronden.
1.1 ACCELERATED SOIL EROSION
Bodemerosie is een proces waarbij bodemdeeltjes door de impact van
regendruppels en stromend water worden losgemaakt en getransporteerd, hetzij
laagsgewijs over een grote oppervlakte, hetzij geconcentreerd in 'rills' of geulen.
,K.SLAPAK AAR1 FLOS GEG2 H12STRAHLER
1) Splash erosion / druppelerosie
2) Sheet erosion / gelaagde erosie (=langzaam) Sheets
3) Rill erosion / geulerosie Rills Gullies
Accelerated erosion komt voor als de bodemdeeltjes veel sneller worden verwijderd
dan dat het gevormd wordt, gebeurd meestal als de soort vegetatie verandert.
Splash erosion komt vooral voor in gecultiveerde gebieden met een overschot aan
water.
Bodemdeeltjes die wegens het ontbreken van vegetatie makkelijk worden
meegenomen, worden uiteindelijk in de vallei neergelegd. Colluvium de laag die
zich dan vormt.
Alluvium sediment dat in de stroom en uiteindelijk op de valleibodem
terechtkomt, kan overstromingen veroorzaken. Alluviale vlakte
1.2 SLOPE EROSION IN SEMIARID AND ARID ENVIRONMENTS
In (semi-)aride gebieden worden badlands gevormd door erosie. Hieronder liggen
kleiformaties, die gevoelig zijn voor erosie. Er kan zich geen vegetatie ontwikkelen.
§2 THE WORK OF STREAMS AND STREAM GRADATION
2.1 STREAM EROSION
1. Hydraulische werking: de erosieve krachten van het water zelf.
(Verval↑Stroomsnelheid↑erosieve kracht↑)
2. Abrasie: is de mechanische schuring die deeltjes, getransporteerd door het
water, veroorzaken op oppervlakte van gesteente. Door de wrijving komen
deeltjes los van het gesteente die dan afgevoerd worden of in water kunnen
oplossen.
ontstaan van kolkgaten
3. Corrosie: door de zuurgraad van het water (zure regen) kan het water
gesteente oplossen, dit is een vorm van chemische verwering.
Denk hierbij aan karstverschijnselen
, K.SLAPAK AAR1 FLOS GEG2 H12STRAHLER
2.2 STREAM TRANSPORTATION
Stream load is de hoeveelheid sediment dat meegevoerd wordt door een rivier.
Bedload is het transport van zand en stenen dat over de bodem rolt en het transport
Suspended load is het transport van fijnkorrelig (zwevend) materiaal, zoals klei
Dissolved load het opgeloste materiaal dat wordt getransporteerd door een rivier
De mate van transport hangt af van de hoeveelheid water en de stroomsnelheid. Hoe
steiler de gradiënt des te meer transport.
Het fluviatiele sedimenttransport is gesorteerd, zie hieronder:
Streamcapacity= de competentie van een rivier
Wat kan een rivier, hangt heel nauw samen met de stroomsnelheid
2.3 STREAM GRADATION
Graded stream door erosie van de rivier wordt het stromingsprofiel van terrassen
naar een doorlopende lijn gevormd. (Fig 15.10 Strahler)
Eerste indicatie van een graded stream is het ontstaan van een
floodplain(overstromingsvlakte).
CHAPTER 15 Strahler GEG2
LANDFORMS MADE BY RUNNING WATER
FLUVIATIELE LANDSCHAPSVORMEN
§1 SLOPE EROSION
Fluviatiele landschapsvormen zijn gevormd door fluviatiele processen zoals:
1) oppervlakkige afstroming : Het water stroomt over de volle breedte
(ongeconcentreerd)
2) waterstromen: Het water wordt geconcentreerd afgevoerd in rivieren of
beekjes (geconcentreerd)
Overal waar regen valt vinden deze processen plaats die twee verschillende
landschapsvormen vormt:
1) Erosional landforms: Een vorm van secundaire landschapsvormen die
gevormd zijn door de erosieve krachten van water (rivieren). Regoliet (laag
van los verweerd materiaal) en Bedrock (moeder/grond-gesteente) worden
afgebroken.
- Col: Een bergpas is een lager gelegen deel van een bergrug.
- Peak: Een top is het hoogste punt van een berg.
- Spur: Spur
- Canyon/ravine: Een kloof of een ravijn is een door erosie diep
uitgesleten rivierdal met steile (rots)wanden
2) Depositional landforms: Landschappen die door de afzetting van
sedimenten (door rivieren) zijn gevormd
- Fan: puinwaaier
- Floodplain: Een riviervlakte, spoelvlakte of overstromingsvlakte is
een vlakte waardoor één of meerdere rivieren stromen. Kenmerkend is
dat de vlakte in natuurlijke staat bij hoogwater geheel of gedeeltelijk
overspoeld raakt. Een riviervlakte bestaat uit een afwisseling van
stroomruggen en komgronden.
1.1 ACCELERATED SOIL EROSION
Bodemerosie is een proces waarbij bodemdeeltjes door de impact van
regendruppels en stromend water worden losgemaakt en getransporteerd, hetzij
laagsgewijs over een grote oppervlakte, hetzij geconcentreerd in 'rills' of geulen.
,K.SLAPAK AAR1 FLOS GEG2 H12STRAHLER
1) Splash erosion / druppelerosie
2) Sheet erosion / gelaagde erosie (=langzaam) Sheets
3) Rill erosion / geulerosie Rills Gullies
Accelerated erosion komt voor als de bodemdeeltjes veel sneller worden verwijderd
dan dat het gevormd wordt, gebeurd meestal als de soort vegetatie verandert.
Splash erosion komt vooral voor in gecultiveerde gebieden met een overschot aan
water.
Bodemdeeltjes die wegens het ontbreken van vegetatie makkelijk worden
meegenomen, worden uiteindelijk in de vallei neergelegd. Colluvium de laag die
zich dan vormt.
Alluvium sediment dat in de stroom en uiteindelijk op de valleibodem
terechtkomt, kan overstromingen veroorzaken. Alluviale vlakte
1.2 SLOPE EROSION IN SEMIARID AND ARID ENVIRONMENTS
In (semi-)aride gebieden worden badlands gevormd door erosie. Hieronder liggen
kleiformaties, die gevoelig zijn voor erosie. Er kan zich geen vegetatie ontwikkelen.
§2 THE WORK OF STREAMS AND STREAM GRADATION
2.1 STREAM EROSION
1. Hydraulische werking: de erosieve krachten van het water zelf.
(Verval↑Stroomsnelheid↑erosieve kracht↑)
2. Abrasie: is de mechanische schuring die deeltjes, getransporteerd door het
water, veroorzaken op oppervlakte van gesteente. Door de wrijving komen
deeltjes los van het gesteente die dan afgevoerd worden of in water kunnen
oplossen.
ontstaan van kolkgaten
3. Corrosie: door de zuurgraad van het water (zure regen) kan het water
gesteente oplossen, dit is een vorm van chemische verwering.
Denk hierbij aan karstverschijnselen
, K.SLAPAK AAR1 FLOS GEG2 H12STRAHLER
2.2 STREAM TRANSPORTATION
Stream load is de hoeveelheid sediment dat meegevoerd wordt door een rivier.
Bedload is het transport van zand en stenen dat over de bodem rolt en het transport
Suspended load is het transport van fijnkorrelig (zwevend) materiaal, zoals klei
Dissolved load het opgeloste materiaal dat wordt getransporteerd door een rivier
De mate van transport hangt af van de hoeveelheid water en de stroomsnelheid. Hoe
steiler de gradiënt des te meer transport.
Het fluviatiele sedimenttransport is gesorteerd, zie hieronder:
Streamcapacity= de competentie van een rivier
Wat kan een rivier, hangt heel nauw samen met de stroomsnelheid
2.3 STREAM GRADATION
Graded stream door erosie van de rivier wordt het stromingsprofiel van terrassen
naar een doorlopende lijn gevormd. (Fig 15.10 Strahler)
Eerste indicatie van een graded stream is het ontstaan van een
floodplain(overstromingsvlakte).