Portfolio
14-6-2021
Student: Annemay Knies
Studentennummer: 1713757
Docent: Diana Steenbergen
Klas: GVE-4r2-DIA-A
Cursus: GVE-4.PL4-17
,Inhoudsopgave
1.Klinisch redeneren...................................................................................................................................... 2
1.1.Probleemoriëntatie.........................................................................................................................................2
1.2.De veranderde situatie..............................................................................................................................2
1.3.Differentiaal diagnoses..............................................................................................................................3
2.Probleemanalyse...............................................................................................................................................4
2.1.Psychische problematiek...........................................................................................................................7
2.2.Psychosociaal problematiek......................................................................................................................8
2.3.Functionele problematiek..........................................................................................................................8
3. Aanvullend onderzoek en diagnose..................................................................................................................8
3.1.Verpleegkundige diagnoses.....................................................................................................................10
4.Klinisch beleid..................................................................................................................................................11
4.1. Besluitvorming........................................................................................................................................12
5.Klinisch verloop................................................................................................................................................13
5.1. Korte termijn...........................................................................................................................................13
5.2. Lange termijn..........................................................................................................................................13
5.3. Gevolgen van de ziekte voor het somatische, psychische en (psycho) sociale functioneren................13
5.4. Interventie zelfmanagement..................................................................................................................14
6.Evaluatie..........................................................................................................................................................14
Bronnen klinisch redeneren......................................................................................................................... 15
Bijlages klinisch redeneren........................................................................................................................... 15
Bijlage 1. Toedieningsregistratie........................................................................................................................15
Bijlage 2. Orgaansystemen van Bakker..............................................................................................................16
Bijlage 3 KATZ- ADL............................................................................................................................................17
Verpleegkundig leiderschap......................................................................................................................... 19
1 Kennismaken van leiderschap.........................................................................................................................19
1.1. Wat is verpleegkundig leiderschap?.......................................................................................................19
1.2. Wat betekent het voor mij?...................................................................................................................19
1.3. Verpleegkundig leiderschap in het dagelijks werk.................................................................................19
1.5. Verpleegkundig leiderschap op organisatie-, en regionaal of landelijk niveau.....................................20
1.6. Landelijk..................................................................................................................................................20
1.7. Verpleegkundig leiderschap gedurende de stage..................................................................................21
2. Onderzoek van leiderschap.............................................................................................................................22
2.1. Het thema...............................................................................................................................................22
2.2. Stakeholder m.b.t. Nightingale leertraject.............................................................................................23
2.3. Relevante observaties tijdens het schaduwen.......................................................................................24
2.3.3.Samenvattend.......................................................................................................................................25
2.4. De gestelde vragen.................................................................................................................................25
2.5. Verbindingen tussen verschillende factoren..........................................................................................26
2.6. Heldere reflectie op eigen rol.................................................................................................................26
2.7. Sterke punten en ontwikkelpunten........................................................................................................27
Bronnen verpleegkundig leiderschap........................................................................................................... 28
1
, 1.Klinisch redeneren
1.1.Probleemoriëntatie
De casus betreft een 83- jarige vrouw die via de polikliniek werd opgenomen omdat mevr.
acht maanden kampt met toegenomen buikpijn en dunne ontlasting. Hierbij heeft zij vijftien
kilo gewicht verloren. Mevr. kampt gedurende de opname voortdurend met aandrang. Hierbij
is soms sprake van dunne ontlasting of komt er alleen lucht vrij. Door de pijnklachten kreeg
mevr. voor opname een fentanylpleister. Daarnaast is ook een venflon geplaats. Hierdoor
kon mevr. voorzien worden van giften morfine.
Mevr. onderging verschillende onderzoeken om de oorzaak van de klachten te achterhalen.
Er werd een echo gemaakt van de gehele buik. De echo liet zien dat er sprake was van een
Aneurysma Aorta Abdominalis (AAA). Bij een AAA is er sprake van een verwijde
buikslagader (Hartstichting, z.d.). Echter was mevr. hier al bekend mee. Daarentegen werd
op de echo gezien dat er sprake was van een trage bloedtoevoer. Hierom werd een CT-
scan van de bloedvaten gemaakt om een darmischemie uit te sluiten. Bij een darmischemie
is de bloedtoevoer van de drie belangrijkste bloedvaten (maagleverslagader, bovenste
darmslagader en onderste darmslagader) in het maagdarmkanaal verstoord. Echter is mevr.
hier binnen het Utrecht Medisch Centrum (UMC) bekend mee. Mevr. onderging een
kijkonderzoek waarbij de slokdarm en de twaalfvingerige darm werden onderzocht. Er
werden biopten van het darmslijmvlies afgenomen. Hieruit zijn geen afwijkingen gebleken.
Desondanks de vele onderzoeken werd er geen oorzaak geconstateerd van de
buikpijnklachten en het afwijkende uitscheidingspatroon.
Ten tijde van de opname bleef mevr. morfine afhankelijk. Door het chronisch opiatengebruik
werd het belangrijk geacht om aandacht te hebben voor de tolerantie en de lichamelijke
afhankelijkheid. Hierdoor is de fentanylpleister gestaakt. Ondanks de staking bleef de pijn
stabiel.
1.2.De veranderde situatie
Om de veranderde situatie in kaart te brengen wordt er gebruik gemaakt van de SBAR-
methodiek (Gafni & Heesterbeek, 2017). De opdracht heeft voornamelijk betrekking op de
veranderde situatie. Daarentegen komen er soms wel factoren terug die corresponderen met
de opnamereden of voorgeschiedenis van mevr.
S) Tijdens mijn dienst werd mevr. acuut benauwd toen ik haar ondersteunde om de transfer
te maken van toilet naar rolstoel. Mevr. is bekend met Chronic Obstructive Pulmonary
Disease (COPD). Desalniettemin vond ik haar ernstig benauwd ogen. Ik heb mevr.
teruggebracht naar bed om valgevaar te voorkomen. Daaropvolgend heb ik eerst de
saturatie gemeten, deze was 80%. Mevr. Had een streefsaturatie van 91%. Mevr. was
adequaat, gebruikte haar ademhalingsspieren nihil en leek een iets verhoogde
ademhalingsfrequentie te hebben. Daarnaast gaf mevr. aan thoracaal en achter in de rug
pijn te hebben. De pijn straalde hierbij niet uit naar andere ledematen. Mevr. gaf hierbij een
Numeric Rating Scale (NRS) van acht aan. Mevr. kreeg tien liter zuurstof via een masker,
waarna de saturatie naar 91% steeg. Daaropvolgend vroeg ik een collega om hulp om
samen de vervolgstappen te ondernemen. Er was sprake van een Early Warning Score
(EWS) van vijf, op basis van de saturatie.
2
14-6-2021
Student: Annemay Knies
Studentennummer: 1713757
Docent: Diana Steenbergen
Klas: GVE-4r2-DIA-A
Cursus: GVE-4.PL4-17
,Inhoudsopgave
1.Klinisch redeneren...................................................................................................................................... 2
1.1.Probleemoriëntatie.........................................................................................................................................2
1.2.De veranderde situatie..............................................................................................................................2
1.3.Differentiaal diagnoses..............................................................................................................................3
2.Probleemanalyse...............................................................................................................................................4
2.1.Psychische problematiek...........................................................................................................................7
2.2.Psychosociaal problematiek......................................................................................................................8
2.3.Functionele problematiek..........................................................................................................................8
3. Aanvullend onderzoek en diagnose..................................................................................................................8
3.1.Verpleegkundige diagnoses.....................................................................................................................10
4.Klinisch beleid..................................................................................................................................................11
4.1. Besluitvorming........................................................................................................................................12
5.Klinisch verloop................................................................................................................................................13
5.1. Korte termijn...........................................................................................................................................13
5.2. Lange termijn..........................................................................................................................................13
5.3. Gevolgen van de ziekte voor het somatische, psychische en (psycho) sociale functioneren................13
5.4. Interventie zelfmanagement..................................................................................................................14
6.Evaluatie..........................................................................................................................................................14
Bronnen klinisch redeneren......................................................................................................................... 15
Bijlages klinisch redeneren........................................................................................................................... 15
Bijlage 1. Toedieningsregistratie........................................................................................................................15
Bijlage 2. Orgaansystemen van Bakker..............................................................................................................16
Bijlage 3 KATZ- ADL............................................................................................................................................17
Verpleegkundig leiderschap......................................................................................................................... 19
1 Kennismaken van leiderschap.........................................................................................................................19
1.1. Wat is verpleegkundig leiderschap?.......................................................................................................19
1.2. Wat betekent het voor mij?...................................................................................................................19
1.3. Verpleegkundig leiderschap in het dagelijks werk.................................................................................19
1.5. Verpleegkundig leiderschap op organisatie-, en regionaal of landelijk niveau.....................................20
1.6. Landelijk..................................................................................................................................................20
1.7. Verpleegkundig leiderschap gedurende de stage..................................................................................21
2. Onderzoek van leiderschap.............................................................................................................................22
2.1. Het thema...............................................................................................................................................22
2.2. Stakeholder m.b.t. Nightingale leertraject.............................................................................................23
2.3. Relevante observaties tijdens het schaduwen.......................................................................................24
2.3.3.Samenvattend.......................................................................................................................................25
2.4. De gestelde vragen.................................................................................................................................25
2.5. Verbindingen tussen verschillende factoren..........................................................................................26
2.6. Heldere reflectie op eigen rol.................................................................................................................26
2.7. Sterke punten en ontwikkelpunten........................................................................................................27
Bronnen verpleegkundig leiderschap........................................................................................................... 28
1
, 1.Klinisch redeneren
1.1.Probleemoriëntatie
De casus betreft een 83- jarige vrouw die via de polikliniek werd opgenomen omdat mevr.
acht maanden kampt met toegenomen buikpijn en dunne ontlasting. Hierbij heeft zij vijftien
kilo gewicht verloren. Mevr. kampt gedurende de opname voortdurend met aandrang. Hierbij
is soms sprake van dunne ontlasting of komt er alleen lucht vrij. Door de pijnklachten kreeg
mevr. voor opname een fentanylpleister. Daarnaast is ook een venflon geplaats. Hierdoor
kon mevr. voorzien worden van giften morfine.
Mevr. onderging verschillende onderzoeken om de oorzaak van de klachten te achterhalen.
Er werd een echo gemaakt van de gehele buik. De echo liet zien dat er sprake was van een
Aneurysma Aorta Abdominalis (AAA). Bij een AAA is er sprake van een verwijde
buikslagader (Hartstichting, z.d.). Echter was mevr. hier al bekend mee. Daarentegen werd
op de echo gezien dat er sprake was van een trage bloedtoevoer. Hierom werd een CT-
scan van de bloedvaten gemaakt om een darmischemie uit te sluiten. Bij een darmischemie
is de bloedtoevoer van de drie belangrijkste bloedvaten (maagleverslagader, bovenste
darmslagader en onderste darmslagader) in het maagdarmkanaal verstoord. Echter is mevr.
hier binnen het Utrecht Medisch Centrum (UMC) bekend mee. Mevr. onderging een
kijkonderzoek waarbij de slokdarm en de twaalfvingerige darm werden onderzocht. Er
werden biopten van het darmslijmvlies afgenomen. Hieruit zijn geen afwijkingen gebleken.
Desondanks de vele onderzoeken werd er geen oorzaak geconstateerd van de
buikpijnklachten en het afwijkende uitscheidingspatroon.
Ten tijde van de opname bleef mevr. morfine afhankelijk. Door het chronisch opiatengebruik
werd het belangrijk geacht om aandacht te hebben voor de tolerantie en de lichamelijke
afhankelijkheid. Hierdoor is de fentanylpleister gestaakt. Ondanks de staking bleef de pijn
stabiel.
1.2.De veranderde situatie
Om de veranderde situatie in kaart te brengen wordt er gebruik gemaakt van de SBAR-
methodiek (Gafni & Heesterbeek, 2017). De opdracht heeft voornamelijk betrekking op de
veranderde situatie. Daarentegen komen er soms wel factoren terug die corresponderen met
de opnamereden of voorgeschiedenis van mevr.
S) Tijdens mijn dienst werd mevr. acuut benauwd toen ik haar ondersteunde om de transfer
te maken van toilet naar rolstoel. Mevr. is bekend met Chronic Obstructive Pulmonary
Disease (COPD). Desalniettemin vond ik haar ernstig benauwd ogen. Ik heb mevr.
teruggebracht naar bed om valgevaar te voorkomen. Daaropvolgend heb ik eerst de
saturatie gemeten, deze was 80%. Mevr. Had een streefsaturatie van 91%. Mevr. was
adequaat, gebruikte haar ademhalingsspieren nihil en leek een iets verhoogde
ademhalingsfrequentie te hebben. Daarnaast gaf mevr. aan thoracaal en achter in de rug
pijn te hebben. De pijn straalde hierbij niet uit naar andere ledematen. Mevr. gaf hierbij een
Numeric Rating Scale (NRS) van acht aan. Mevr. kreeg tien liter zuurstof via een masker,
waarna de saturatie naar 91% steeg. Daaropvolgend vroeg ik een collega om hulp om
samen de vervolgstappen te ondernemen. Er was sprake van een Early Warning Score
(EWS) van vijf, op basis van de saturatie.
2