Leerdoelen P1
Jurist en Recht
Week 1 Rechtsbronnen & rechtsgebieden
De student kan:
- de verschillende rechtsgebieden (genoemd in hoofdstuk 1 van Verheugt) benoemen;
Grondgebied, gemeenschap en gezag.
- beschrijven wat de rechtsbronnen van het Nederlandse recht inhouden;
De wet, jurisprudentie, gewoonte en internationale verdragen en afspraken.
- op het niveau van wetten het onderscheid tussen materieel en formeel recht aangeven;
Materieel recht: De inhoud van het recht De rechten en plichten.
Formeel recht: Het handhaven van de rechten en plichten Procesrecht.
Week 2 Vinden, analyseren en citeren van wettelijke bepalingen
Leerdoelen week 2
De student kan:
- juridische begrippen in het juiste rechtsgebied plaatsen; Zie de opdrachten van deze
week.
- gemotiveerd aangeven waarom in een bepaalde kwestie een bepaald rechtsgebied van
toepassing is; Zie de opdrachten van deze week.
- begrippen en de daarbij behorende wetsartikelen in de wettenbundel opzoeken; Zie de
opdrachten van deze week.
- een rechtsregel analyseren aan de hand van de toepassingsvoorwaarden en
rechtsgevolgen; Zie de opdrachten van deze week.
- wettelijke bepalingen op de juiste wijze citeren; Zie de opdrachten van deze week.
Week 3 Toepassen van rechtsregels (casus oplossen)
De student kan:
- de relevante feitelijke gegevens in een casus benoemen; Zie opdracht hieronder.
- een relevante rechtsregel bij een eenvoudige casus onderkennen en analyseren; Zie
opdracht hieronder.
- het verband leggen tussen de relevante feitelijke gegevens uit een casus en de relevante
rechtsvoorwaarden; Zie opdracht hieronder.
- een conclusie trekken ten aanzien van een eenvoudige casus op basis van de voormelde
stappen; Zie opdracht hieronder.
Week 4 Rechterlijke organisatie en procedures & jurisprudentie
Leerdoelen week 4
De student kan:
- de gewone rechterlijke instanties noemen; Rechtbank, Gerechtshof en Hoge Raad.
- de grote lijn van een procedure tot in hoogste instantie in het privaatrecht, strafrecht en
bestuursrecht beschrijven; Zie aantekeningen hoorcollege 4.
- een structuuranalyse maken van een civielrechtelijke en strafrechtelijke uitspraak van de
Hoge Raad en van een uitspraak van de ABRS.
Jurist en Recht
Week 1 Rechtsbronnen & rechtsgebieden
De student kan:
- de verschillende rechtsgebieden (genoemd in hoofdstuk 1 van Verheugt) benoemen;
Grondgebied, gemeenschap en gezag.
- beschrijven wat de rechtsbronnen van het Nederlandse recht inhouden;
De wet, jurisprudentie, gewoonte en internationale verdragen en afspraken.
- op het niveau van wetten het onderscheid tussen materieel en formeel recht aangeven;
Materieel recht: De inhoud van het recht De rechten en plichten.
Formeel recht: Het handhaven van de rechten en plichten Procesrecht.
Week 2 Vinden, analyseren en citeren van wettelijke bepalingen
Leerdoelen week 2
De student kan:
- juridische begrippen in het juiste rechtsgebied plaatsen; Zie de opdrachten van deze
week.
- gemotiveerd aangeven waarom in een bepaalde kwestie een bepaald rechtsgebied van
toepassing is; Zie de opdrachten van deze week.
- begrippen en de daarbij behorende wetsartikelen in de wettenbundel opzoeken; Zie de
opdrachten van deze week.
- een rechtsregel analyseren aan de hand van de toepassingsvoorwaarden en
rechtsgevolgen; Zie de opdrachten van deze week.
- wettelijke bepalingen op de juiste wijze citeren; Zie de opdrachten van deze week.
Week 3 Toepassen van rechtsregels (casus oplossen)
De student kan:
- de relevante feitelijke gegevens in een casus benoemen; Zie opdracht hieronder.
- een relevante rechtsregel bij een eenvoudige casus onderkennen en analyseren; Zie
opdracht hieronder.
- het verband leggen tussen de relevante feitelijke gegevens uit een casus en de relevante
rechtsvoorwaarden; Zie opdracht hieronder.
- een conclusie trekken ten aanzien van een eenvoudige casus op basis van de voormelde
stappen; Zie opdracht hieronder.
Week 4 Rechterlijke organisatie en procedures & jurisprudentie
Leerdoelen week 4
De student kan:
- de gewone rechterlijke instanties noemen; Rechtbank, Gerechtshof en Hoge Raad.
- de grote lijn van een procedure tot in hoogste instantie in het privaatrecht, strafrecht en
bestuursrecht beschrijven; Zie aantekeningen hoorcollege 4.
- een structuuranalyse maken van een civielrechtelijke en strafrechtelijke uitspraak van de
Hoge Raad en van een uitspraak van de ABRS.