Leerdoelen Verbintenissenrecht
Leerdoelen week 1
De student kan:
- aangeven wat de begrippen rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot rechtsfeit en
verbintenis inhouden;
Rechtshandeling (= op wil gebaseerd); Meerzijdig of eenzijdige rechtshandeling
Feitelijke handeling; Dingen doen zoals kopje koffie drinken zonder dat er iets aan recht
is verbonden
Bloot rechtsfeit; Het gebeurt gewoon, zonder er iets aan te doen maar er zijn wel
rechtsregels aan verbonden Doodgaan, ouder worden, een geboorte
Verbintenis inhouden; Bijv. een arbeidsovereenkomst
- aangeven wat een eenzijdige of meerzijdige rechtshandeling is;
Eenzijdige rechtshandeling: Een rechtshandeling van een rechtssubject
Meervoudige rechtshandeling: Een rechtshandeling van meerdere personen
- de bronnen van verbintenissen uit het Burgerlijk Wetboek noemen;
De wet, ongeschreven recht, eenzijdige rechtshandelingen en overeenkomsten
- wat is een verbintenis?;
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke relatie tussen twee of meer partijen, waarbij
de ene partij verplicht is tot een op geld waardeerbare prestatie, waarop de andere partij
recht heeft.
Het sluiten van een koopovereenkomst door het kopen van een fiets
- Verschil feitelijke handeling en rechtshandeling;
Een feitelijke handeling is een handeling zonder beoogd rechtsgevolg een kopje koffie
drinken menselijke handelingen die niet iets te maken hebben met het recht.
Een rechtshandeling is een handeling waardoor een beoogd rechtsgevolg intreedt of kan
intreden.
- de verschillende rechtssubjecten in het Nederlandse recht herkennen;
Natuurlijke en rechtspersonen
- uitleggen of een rechtshandeling nietig, vernietigbaar of geldig is.
Nietig: Het beoogde rechtsgevolg treedt niet in, omdat de wet dit verbiedt (bijv. inhuren
van huurmoordenaar, zaken die niet maatschappelijk worden geaccepteerd)
Vernietigbaar: De rechtshandeling is geldig, maar de nietigheid ervan kan achteraf
worden ingeroepen (Bijv. zwakke partij beschermen)
Leerdoelen week 2a
De student kan:
- een inhoudelijke analyse maken van de verplicht voorgeschreven verbintenisrechtelijke
uitspraken van de Hoge Raad;
Zie uitspraken HR Verbintenissenrecht
- in de verplicht voorgeschreven verbintenisrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad
aangeven welke rechtsvraag centraal staat;
- Zie uitspraken HR Verbintenissenrecht
- in de verplicht voorgeschreven verbintenisrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad
aangeven welke uitleg de rechter geeft aan een wettelijke bepaling en met welke
argumenten hij zijn beslissing motiveert;
- Zie uitspraken HR Verbintenissenrecht
Leerdoelen week 2b
De student kan:
- benoemen aan de hand van welke vier elementen een overeenkomst geldig tot stand
komt;
Zijn partijen handelingsbekwaam? (persoon)
, Komt de wil overeen moet de verklaring (totstandkoming)
Is er sprake van wilsgebrek? (totstandkoming)
Is de overeenkomst in strijd met de wet, de goede zegen of de openbare orde? (inhoud)
Art. 3:33 BW
Art. 3:35 BW Vertrouwensbeginsel
- benoemen wat het verschil is tussen een aanbod en een uitnodiging tot het doen van een
aanbod aan de hand van relevante jurisprudentie en dit toepassen op een casus;
Aanbod Op algemene zaken/soortzaken gelden als aanbod, zoals tomaten (art. 6:217
BW)
Uitnodiging tot het doen van een aanbod Op individueel bepaalde zaken voor een
bepaalde prijs
- uitleggen wat de begrippen aanbod en aanvaarding inhouden in het kader van de
totstandkoming van een overeenkomst en dit toepassen op een casus;
Aanbod Iemand wil iets verkopen
Aanvaarding Iemand wil iets ontvangen/ op kopen, dit samen leidt tot een
overeenkomst
- beoordelen of iemand handelingsbekwaam is tot het sluiten van een overeenkomst;
Art. 3:32 BW Ieder natuurlijk persoon is handelingsbekwaam
Art. 1:233 e.v. BW Minderjarigen
Art. 1:378 e.v. BW Onder curatele gestelde
- herkennen of de inhoud van een overeenkomst in strijd is met de wet;
Zie opdrachten
- de wilsgebreken herkennen in het kader van de totstandkoming van een overeenkomst;
Art. 6:228 BW en art. 3:44 BW
Dwaling Art. 6:228 BW Beide partijen gaan uit van onjuiste gang van zaken, had
je een juiste voorstelling gehad had je de overeenkomst nooit gedaan
Drie soorten dwaling;
Weder partij geeft verkeerde inlichting
Wederpartij zwijgt ten onrechte
Beide partijen hebben gedwaald
Bedreiging Art. 3:44 lid 2 BW
* Uitoefenen van psychische dwang waardoor de wil wordt beïnvloedt
Bedrog Art. 3:44 lid 3 BW
Sterkere vorm van dwaling; Bijv. verzwijgen van iets
Hierbij is sprake van opzet (dit in tegenstelling tot dwaling). Dit dien je te kunnen
bewijzen. Lukt dit niet? Dan is er sprake van dwaling.
Misbruik van omstandigheden Art. 3:44 lid 4 BW
Zwakkere variant van bedreiging
Maakt misbruik van de sombere omstandigheden
Gevolg Vernietigbaar o.g.v. art. 3:44 lid 1 BW en art. 6:228 lid 1 BW
Leerdoelen week 3
De student kan:
- artikel 6:74 BW (schadevergoeding)(de verbintenis blijft in stand) analyseren aan de
hand van rechtsvoorwaarden en het rechtsgevolg;
Aan de rechtsvoorwaarden van art. 6:74 BW
Lid 1
Voorwaarde 1: Tekortkoming in de nakoming
Voorwaarde 2: Schade
Voorwaarde 3: Causaal verband
Voorwaarde 4: Toerekening (risico-aansprakelijk, schuldaansprakelijk of overmacht 6:76
BW en art. 6:77 BW)
, Lid 2
Voorwaarde 5: Blijvende onmogelijkheid of verzuim
Nakoming is niet mogelijk:
Je hebt dan direct recht op schadevergoeding
Nakoming wel mogelijk:
De schuldenaar moet in verzuim zijn
Art. 6:81 BW Basisverzuim
Art. 6:82 BW Ingebrekestelling, schriftelijk
Art. 6:83 BW Geen ingebrekestelling
Wanneer een ingebrekestelling niet is vereist, het verzuim treedt direct in
Sub A Een redelijke termijn afspreken, dat er alsnog kan worden nagekomen
Sub B Verbintenis die voortvloeit uit een onrechtmatige daad
Sub C Wanneer er uit een mededeling van de schuldenaar kan worden afgeleid dat
nakoming niet meer kan
Voorwaarde 1: Er is sprake van een tekortkoming in de nakoming als de verbintenis
opeisbaar is, er sprake is van niet-nakoming, ondeugdelijke nakoming of te late
nakoming.
Voorwaarde 2: De schuldenaar moet daadwerkelijk schade lijden.
Voorwaarde 3: Voor het vaststellen van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:74
BW moet er een causaal verband zijn tussen de tekortkoming in de nakoming en de
schade.
Voorwaarde 4: Als een tekortkoming in de nakoming de schuldenaar kan worden
toegerekend, spreken we van wanprestatie. Een tekortkoming in de nakoming kan
worden toegerekend als de tekortkoming:
Te wijten is aan de schuld van de schuldenaar, of;
Op grond van de wet, rechtshandeling of de in het verkeer geldende opvattingen voor
zijn rekening komt.
Voorwaarde 5: Van blijvende onmogelijkheid van nakoming is sprake als duidelijk is dat
de schuldenaar niet zonder tekortkoming zal kunnen nakomen.
- een casus analyseren in relevante feiten en die in verband brengen met de relevante
rechtsvoorwaarden van art. 6:74 BW;
Zie opdrachten.
- een gemotiveerd oordeel geven ten aanzien van een eenvoudige casus op basis van
voormelde stappen;
Zie opdrachten.
Leerdoelen week 4
De student kan:
- artikel 6:265 BW (ontbinding) analyseren aan de hand van rechtsvoorwaarden en het
rechtsgevolg;
Op grond van art. 6:265 BW kan een vordering tot ontbinding van een overeenkomst
slagen. Ontbinding kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden.
Art. 6:265 BW
Voorwaarde 1: Wederkerige overeenkomst (art. 6:261 BW)
Voorwaarde 2: Tekortkoming in de nakoming
Voorwaarde 3: Tekortkoming ontbinding rechtvaardigen
Voorwaarde 4a: Blijvende of tijdelijke onmogelijkheid van nakoming, of;
Voorwaarde 4b: Als nakoming nog mogelijk is, heb je de verzuimregeling
Leerdoelen week 1
De student kan:
- aangeven wat de begrippen rechtshandeling, feitelijke handeling, bloot rechtsfeit en
verbintenis inhouden;
Rechtshandeling (= op wil gebaseerd); Meerzijdig of eenzijdige rechtshandeling
Feitelijke handeling; Dingen doen zoals kopje koffie drinken zonder dat er iets aan recht
is verbonden
Bloot rechtsfeit; Het gebeurt gewoon, zonder er iets aan te doen maar er zijn wel
rechtsregels aan verbonden Doodgaan, ouder worden, een geboorte
Verbintenis inhouden; Bijv. een arbeidsovereenkomst
- aangeven wat een eenzijdige of meerzijdige rechtshandeling is;
Eenzijdige rechtshandeling: Een rechtshandeling van een rechtssubject
Meervoudige rechtshandeling: Een rechtshandeling van meerdere personen
- de bronnen van verbintenissen uit het Burgerlijk Wetboek noemen;
De wet, ongeschreven recht, eenzijdige rechtshandelingen en overeenkomsten
- wat is een verbintenis?;
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke relatie tussen twee of meer partijen, waarbij
de ene partij verplicht is tot een op geld waardeerbare prestatie, waarop de andere partij
recht heeft.
Het sluiten van een koopovereenkomst door het kopen van een fiets
- Verschil feitelijke handeling en rechtshandeling;
Een feitelijke handeling is een handeling zonder beoogd rechtsgevolg een kopje koffie
drinken menselijke handelingen die niet iets te maken hebben met het recht.
Een rechtshandeling is een handeling waardoor een beoogd rechtsgevolg intreedt of kan
intreden.
- de verschillende rechtssubjecten in het Nederlandse recht herkennen;
Natuurlijke en rechtspersonen
- uitleggen of een rechtshandeling nietig, vernietigbaar of geldig is.
Nietig: Het beoogde rechtsgevolg treedt niet in, omdat de wet dit verbiedt (bijv. inhuren
van huurmoordenaar, zaken die niet maatschappelijk worden geaccepteerd)
Vernietigbaar: De rechtshandeling is geldig, maar de nietigheid ervan kan achteraf
worden ingeroepen (Bijv. zwakke partij beschermen)
Leerdoelen week 2a
De student kan:
- een inhoudelijke analyse maken van de verplicht voorgeschreven verbintenisrechtelijke
uitspraken van de Hoge Raad;
Zie uitspraken HR Verbintenissenrecht
- in de verplicht voorgeschreven verbintenisrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad
aangeven welke rechtsvraag centraal staat;
- Zie uitspraken HR Verbintenissenrecht
- in de verplicht voorgeschreven verbintenisrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad
aangeven welke uitleg de rechter geeft aan een wettelijke bepaling en met welke
argumenten hij zijn beslissing motiveert;
- Zie uitspraken HR Verbintenissenrecht
Leerdoelen week 2b
De student kan:
- benoemen aan de hand van welke vier elementen een overeenkomst geldig tot stand
komt;
Zijn partijen handelingsbekwaam? (persoon)
, Komt de wil overeen moet de verklaring (totstandkoming)
Is er sprake van wilsgebrek? (totstandkoming)
Is de overeenkomst in strijd met de wet, de goede zegen of de openbare orde? (inhoud)
Art. 3:33 BW
Art. 3:35 BW Vertrouwensbeginsel
- benoemen wat het verschil is tussen een aanbod en een uitnodiging tot het doen van een
aanbod aan de hand van relevante jurisprudentie en dit toepassen op een casus;
Aanbod Op algemene zaken/soortzaken gelden als aanbod, zoals tomaten (art. 6:217
BW)
Uitnodiging tot het doen van een aanbod Op individueel bepaalde zaken voor een
bepaalde prijs
- uitleggen wat de begrippen aanbod en aanvaarding inhouden in het kader van de
totstandkoming van een overeenkomst en dit toepassen op een casus;
Aanbod Iemand wil iets verkopen
Aanvaarding Iemand wil iets ontvangen/ op kopen, dit samen leidt tot een
overeenkomst
- beoordelen of iemand handelingsbekwaam is tot het sluiten van een overeenkomst;
Art. 3:32 BW Ieder natuurlijk persoon is handelingsbekwaam
Art. 1:233 e.v. BW Minderjarigen
Art. 1:378 e.v. BW Onder curatele gestelde
- herkennen of de inhoud van een overeenkomst in strijd is met de wet;
Zie opdrachten
- de wilsgebreken herkennen in het kader van de totstandkoming van een overeenkomst;
Art. 6:228 BW en art. 3:44 BW
Dwaling Art. 6:228 BW Beide partijen gaan uit van onjuiste gang van zaken, had
je een juiste voorstelling gehad had je de overeenkomst nooit gedaan
Drie soorten dwaling;
Weder partij geeft verkeerde inlichting
Wederpartij zwijgt ten onrechte
Beide partijen hebben gedwaald
Bedreiging Art. 3:44 lid 2 BW
* Uitoefenen van psychische dwang waardoor de wil wordt beïnvloedt
Bedrog Art. 3:44 lid 3 BW
Sterkere vorm van dwaling; Bijv. verzwijgen van iets
Hierbij is sprake van opzet (dit in tegenstelling tot dwaling). Dit dien je te kunnen
bewijzen. Lukt dit niet? Dan is er sprake van dwaling.
Misbruik van omstandigheden Art. 3:44 lid 4 BW
Zwakkere variant van bedreiging
Maakt misbruik van de sombere omstandigheden
Gevolg Vernietigbaar o.g.v. art. 3:44 lid 1 BW en art. 6:228 lid 1 BW
Leerdoelen week 3
De student kan:
- artikel 6:74 BW (schadevergoeding)(de verbintenis blijft in stand) analyseren aan de
hand van rechtsvoorwaarden en het rechtsgevolg;
Aan de rechtsvoorwaarden van art. 6:74 BW
Lid 1
Voorwaarde 1: Tekortkoming in de nakoming
Voorwaarde 2: Schade
Voorwaarde 3: Causaal verband
Voorwaarde 4: Toerekening (risico-aansprakelijk, schuldaansprakelijk of overmacht 6:76
BW en art. 6:77 BW)
, Lid 2
Voorwaarde 5: Blijvende onmogelijkheid of verzuim
Nakoming is niet mogelijk:
Je hebt dan direct recht op schadevergoeding
Nakoming wel mogelijk:
De schuldenaar moet in verzuim zijn
Art. 6:81 BW Basisverzuim
Art. 6:82 BW Ingebrekestelling, schriftelijk
Art. 6:83 BW Geen ingebrekestelling
Wanneer een ingebrekestelling niet is vereist, het verzuim treedt direct in
Sub A Een redelijke termijn afspreken, dat er alsnog kan worden nagekomen
Sub B Verbintenis die voortvloeit uit een onrechtmatige daad
Sub C Wanneer er uit een mededeling van de schuldenaar kan worden afgeleid dat
nakoming niet meer kan
Voorwaarde 1: Er is sprake van een tekortkoming in de nakoming als de verbintenis
opeisbaar is, er sprake is van niet-nakoming, ondeugdelijke nakoming of te late
nakoming.
Voorwaarde 2: De schuldenaar moet daadwerkelijk schade lijden.
Voorwaarde 3: Voor het vaststellen van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:74
BW moet er een causaal verband zijn tussen de tekortkoming in de nakoming en de
schade.
Voorwaarde 4: Als een tekortkoming in de nakoming de schuldenaar kan worden
toegerekend, spreken we van wanprestatie. Een tekortkoming in de nakoming kan
worden toegerekend als de tekortkoming:
Te wijten is aan de schuld van de schuldenaar, of;
Op grond van de wet, rechtshandeling of de in het verkeer geldende opvattingen voor
zijn rekening komt.
Voorwaarde 5: Van blijvende onmogelijkheid van nakoming is sprake als duidelijk is dat
de schuldenaar niet zonder tekortkoming zal kunnen nakomen.
- een casus analyseren in relevante feiten en die in verband brengen met de relevante
rechtsvoorwaarden van art. 6:74 BW;
Zie opdrachten.
- een gemotiveerd oordeel geven ten aanzien van een eenvoudige casus op basis van
voormelde stappen;
Zie opdrachten.
Leerdoelen week 4
De student kan:
- artikel 6:265 BW (ontbinding) analyseren aan de hand van rechtsvoorwaarden en het
rechtsgevolg;
Op grond van art. 6:265 BW kan een vordering tot ontbinding van een overeenkomst
slagen. Ontbinding kan geheel of gedeeltelijk plaatsvinden.
Art. 6:265 BW
Voorwaarde 1: Wederkerige overeenkomst (art. 6:261 BW)
Voorwaarde 2: Tekortkoming in de nakoming
Voorwaarde 3: Tekortkoming ontbinding rechtvaardigen
Voorwaarde 4a: Blijvende of tijdelijke onmogelijkheid van nakoming, of;
Voorwaarde 4b: Als nakoming nog mogelijk is, heb je de verzuimregeling