Tijd van Grieken en Romeinen samenvatting
§1 De Griekse wereld
Het oudste Griekenland
Volksverhuizingen → stedelijke centra verdwenen
Meer dezelfde goden, dezelfde gewoontes en dezelfde taal (verhalen over Myceense tijd)
Polis en kolonisatie
850 v. Chr. opnieuwe een stedelijke cultuur (nieuwe stadstaten (polis) met omringend
platteland) → edelen vervulden belangrijke functies
Snelle bevolkingsgroei → voedseltekorten → bewoners naar kusten Middellandse zee (als
kikkers rondom een waterpoel)
Koloniën aan Zwarte Zee leverden veel graan → kolonisatie niet meer nodig
De Etrusken, Carthago en het Perzische Rijk maakten koloniën maken moeilijker
Twee oorlogen tegen de Perzen
Opstand doordat stadstaten in Ionie onder het Perzische bestuur vielen → mislukte →
Grieken moesten worden gestraft voor het helpen → Grieken wonnen net als in 490 en 480-
479 v. Chr.
Grieken waren eerste die de machtige Perzen hadden verslagen → gepresenteerd als
overwinning van de vrije Griekse polisburgers op de ‘slaven’ van de Perzische koning
Democratie
Hoplieten meeste rechten → 5e eeuw democratie → vrijheid en gelijkheid alleen voor
mannen met burgerschap → persoonlijk aanwezig zijn (directe democratie)
Politiek actief
Ingesloten in de Raad van 500 → voorstellen voor de volksvergaderen voorbereiden
Dagelijkse bestuur
Functies verloot → iedereen gelijk
Arme mensen kregen aanwezigheidsvergoeding → volksvergaderingen bijwonen
Burger in Athene → politiek actief zijn
Tegenstanders van de democratie
Tegenstanders democratie → rijke mensen veel macht kwijt
Sommige rijke Atheners trokken zich terug uit de politiek → zagen Sparta als hun ideaal →
‘Daar hadden de Aristocraten wat te zeggen en niet het domme volk’
Athene: centrum van cultuur
Athene was in 480 v Chr. ingenomen en geplunderd → beelden van Tirannendoders
meegenomen → het symbool van vrijheid voor Athene
Bouwden agora op ( economische en politieke centrum van Athene)→ nieuwe beelden
Atheense burcht → door Perikles op de Akropolis → welvaart en macht, meer werk →
filosofen, kunstenaars en specialisten naar Athene → Athene culturele centrum Griekse
wereld
Kunst uit deze periode: klassiek → van blijvende waarde → Klassieke Oudheid
, Denken over de natuur
Athene centrum van filosofie, kunst en architectuur en wetenschap → godenwereld
Thales van Milete → oerstof waaruit alles zou ontstaan water
Pythagoras → getallen en verhoudingen tussen getallen
Demokritos → niet met het oog waarmeenbare stof → ondeelbaar: atoma
Denken over de mens
Filosofen nadenken over de mens → Herodotos, Sokrates en Plato (leerling van Socrates)
Plato → filosofen moesten dus stadstaat regeren (rechtvaardigheid)
Ziek → kruidenvrouwtje, gebedsgenezer of toverdokter (of een tempel)
600 v. Chr. artsenscholen → beschouwden niet de goden als de oorzaak van ziektes
Hippokrates → leidde artsenschool op Kos → gezondheid hing volgens hem samen met
juiste verhoudingen van 4 lichaamsvochten → bloed, slijm, gele gal en zwarte gal (veel zwart
gal, → zwartgalig, somber)
De Peloponnesische oorlog
Eensgezindheid snel gedaan na overwinning Grieken op Perzen → grootmacht → moet
problemen krijgen grootmacht Sparta (leger → hoplieten)
Hoplieten:
Bovenlaag Spartaanse maatschappij → alle rechten, niet werken
Leefden van vroege jeugd in de kazerne
Werk door heloten → bevolking in het zuiden
Macht → 2 koningen, raad van oude wijze mannen en 5 eforen (soort ministers)
Peloponnesische oorlog:
Sparta tegen Athene
Sparta → meeste stadstaten van het Griekse vasteland
Atheners → macht op zee, goed gevulde oorlogskas
Athene opgeven en democratie opgeheven → Spartaansgezinde oligarchie → in 403
v. Chr. verdreven (de Dertig)→ nieuwe machthebber klaagden Sokrates aan (de
Dertig veel leerlingen van hem)
Koning Philippos versloeg Griekse leger → periode Griekse stadstaten voorbij
§2 Het hellenisme
Alexander de Grote
Philippos van Macedonië grote oorlog tegen Perzië
Vermoord op bruiloft van zijn dochter → opgevolgd door zoon Alexander → veroverde
gebieden tot in Egypte en Mesopotamië en Iran, Afghanistan en Pakistan
Terug in perzië opbouw van zijn wereldrijk willen steunen
Het hellenisme
Rijk viel uiteen → Egypte, Azië, Macedonië en Griekenland → later veroverd door Romeinen
Grieken eigen cultuur en taal → niet-Grieken nemen over → Griekse cultuur wordt verspreid
→ hellenisme
Handel, bankzaken, wetenschap of een baan als soldaat of ambtenaar → mensen trokken
naar Griekenland
Grieken gescheiden van de Egyptische bevolking
§1 De Griekse wereld
Het oudste Griekenland
Volksverhuizingen → stedelijke centra verdwenen
Meer dezelfde goden, dezelfde gewoontes en dezelfde taal (verhalen over Myceense tijd)
Polis en kolonisatie
850 v. Chr. opnieuwe een stedelijke cultuur (nieuwe stadstaten (polis) met omringend
platteland) → edelen vervulden belangrijke functies
Snelle bevolkingsgroei → voedseltekorten → bewoners naar kusten Middellandse zee (als
kikkers rondom een waterpoel)
Koloniën aan Zwarte Zee leverden veel graan → kolonisatie niet meer nodig
De Etrusken, Carthago en het Perzische Rijk maakten koloniën maken moeilijker
Twee oorlogen tegen de Perzen
Opstand doordat stadstaten in Ionie onder het Perzische bestuur vielen → mislukte →
Grieken moesten worden gestraft voor het helpen → Grieken wonnen net als in 490 en 480-
479 v. Chr.
Grieken waren eerste die de machtige Perzen hadden verslagen → gepresenteerd als
overwinning van de vrije Griekse polisburgers op de ‘slaven’ van de Perzische koning
Democratie
Hoplieten meeste rechten → 5e eeuw democratie → vrijheid en gelijkheid alleen voor
mannen met burgerschap → persoonlijk aanwezig zijn (directe democratie)
Politiek actief
Ingesloten in de Raad van 500 → voorstellen voor de volksvergaderen voorbereiden
Dagelijkse bestuur
Functies verloot → iedereen gelijk
Arme mensen kregen aanwezigheidsvergoeding → volksvergaderingen bijwonen
Burger in Athene → politiek actief zijn
Tegenstanders van de democratie
Tegenstanders democratie → rijke mensen veel macht kwijt
Sommige rijke Atheners trokken zich terug uit de politiek → zagen Sparta als hun ideaal →
‘Daar hadden de Aristocraten wat te zeggen en niet het domme volk’
Athene: centrum van cultuur
Athene was in 480 v Chr. ingenomen en geplunderd → beelden van Tirannendoders
meegenomen → het symbool van vrijheid voor Athene
Bouwden agora op ( economische en politieke centrum van Athene)→ nieuwe beelden
Atheense burcht → door Perikles op de Akropolis → welvaart en macht, meer werk →
filosofen, kunstenaars en specialisten naar Athene → Athene culturele centrum Griekse
wereld
Kunst uit deze periode: klassiek → van blijvende waarde → Klassieke Oudheid
, Denken over de natuur
Athene centrum van filosofie, kunst en architectuur en wetenschap → godenwereld
Thales van Milete → oerstof waaruit alles zou ontstaan water
Pythagoras → getallen en verhoudingen tussen getallen
Demokritos → niet met het oog waarmeenbare stof → ondeelbaar: atoma
Denken over de mens
Filosofen nadenken over de mens → Herodotos, Sokrates en Plato (leerling van Socrates)
Plato → filosofen moesten dus stadstaat regeren (rechtvaardigheid)
Ziek → kruidenvrouwtje, gebedsgenezer of toverdokter (of een tempel)
600 v. Chr. artsenscholen → beschouwden niet de goden als de oorzaak van ziektes
Hippokrates → leidde artsenschool op Kos → gezondheid hing volgens hem samen met
juiste verhoudingen van 4 lichaamsvochten → bloed, slijm, gele gal en zwarte gal (veel zwart
gal, → zwartgalig, somber)
De Peloponnesische oorlog
Eensgezindheid snel gedaan na overwinning Grieken op Perzen → grootmacht → moet
problemen krijgen grootmacht Sparta (leger → hoplieten)
Hoplieten:
Bovenlaag Spartaanse maatschappij → alle rechten, niet werken
Leefden van vroege jeugd in de kazerne
Werk door heloten → bevolking in het zuiden
Macht → 2 koningen, raad van oude wijze mannen en 5 eforen (soort ministers)
Peloponnesische oorlog:
Sparta tegen Athene
Sparta → meeste stadstaten van het Griekse vasteland
Atheners → macht op zee, goed gevulde oorlogskas
Athene opgeven en democratie opgeheven → Spartaansgezinde oligarchie → in 403
v. Chr. verdreven (de Dertig)→ nieuwe machthebber klaagden Sokrates aan (de
Dertig veel leerlingen van hem)
Koning Philippos versloeg Griekse leger → periode Griekse stadstaten voorbij
§2 Het hellenisme
Alexander de Grote
Philippos van Macedonië grote oorlog tegen Perzië
Vermoord op bruiloft van zijn dochter → opgevolgd door zoon Alexander → veroverde
gebieden tot in Egypte en Mesopotamië en Iran, Afghanistan en Pakistan
Terug in perzië opbouw van zijn wereldrijk willen steunen
Het hellenisme
Rijk viel uiteen → Egypte, Azië, Macedonië en Griekenland → later veroverd door Romeinen
Grieken eigen cultuur en taal → niet-Grieken nemen over → Griekse cultuur wordt verspreid
→ hellenisme
Handel, bankzaken, wetenschap of een baan als soldaat of ambtenaar → mensen trokken
naar Griekenland
Grieken gescheiden van de Egyptische bevolking