Tijd van monniken en ridders samenvatting
§1 Leenheren en leenmannen
Het Gallië van de Romeinen
Gallië:
Germaanse stammen
Bescherming en welvaart
Christendom staatsgodsdienst
Gallo-Romeinen → nakomelingen van oorspronkelijke Keltische bewoners en
Romeinen
bestuur, economie en cultuur Romeins
Gallië van de Franken
Noordelijke grenzen vielen weg → oprukkende stammen en verzwakt centraal gezag
Gevolgen Germaanse invallen:
Geen centraal aangestuurd Romeins leger
Vluchten → landbouwgronden en steden onbeheerd
Hongersnood
Plunderingen en gevechten
Verdwijnen van handel
Franken en Gallo-Romeinen nemen dingen van elkaar over:
Gallo-Romeinen:
Huwelijken met Franken
Franken:
Bestuursorganisatie
Leefwijze
Clovis
Clovis versterkte zijn heerschappij door:
Aansluiting bij Gallo-Romeinse elite
Leiding van zijn familie → de Merovingen
Alle mannelijke familieleden van overwonnen heersers te doden
Bekeerde tot het christendom
Liet zich door Remigius (Romeinse aartsbisschop) tot koning zalven
Vazallen
Clovis steun van krijgers nodig → moedig gedrag en juiste uiterlijk (lang haar) → vazallen
(krijgslieden) legden eed van trouw af → ridders belangrijk
Hofdienaren (vazallen) voor zijn hof
Vazallen zijn in ruil voor buit of levensonderhoud verplicht hun koning bij te staan ‘met raad
en daad’
Het feodale stelsel
Clovis dood → Karel Martel kreeg de macht
Karel beloonde ridders met een stuk grond (lenen (feodum) → macht en inkomen →
feodalisme/leenstelsel:
Koning leenheer → bond ridders aan zich door hen te belonen
Ridder leenman → verzekerd van inkomsten
, Karel de Grote
Karel de Grote verdeeld zijn rijk in vierhonderd graafschappen → leenmannen (graven)
verantwoordelijk → recht spreken, belasting innen en wetten uitvoeren
Zendgraven → controle graven
Markgraven → kregen land aan grens van rijk → verdedigen
Palts → tijdelijk hoofdstad als de koning daar verblijft, raadsvergaderingen, rechtszittingen
en wetten uitgevaardigd
Karel door paus tot keizer gekroond → stond altijd klaar om de paus en de kerk te
verdedigen
Nadelen van het leenstelsel
Leenman wou grond doorgeven aan zoon, vond koning niet goed → verloor hij de macht,
anders kon er een conflict komen
Leenmannen gingen leenmannen benoemen → achterleenmannen → trouw aan de lokale
heer niet de koning
De Noormannen
Scandinavische landen boden te weinig voedsel → invallen door Noormannen
Lodewijk de Vrome gaf Noormannen gebieden om te beschermen tegen landgenoten
Rollo kreeg stuk land in Noordwest-Frankrijk → Normandië → deed wat die zelf wou
1066 → einde Vikingtijd
§2 Hofstelsel en horigen
Autarkie
Grootgrondbezitters + bestuursambtenaren + rijke handelaren = elite
Leven van de landbouw → agrarisch-urbane samenleving
Germaanse invallen → landbouwproductie daald → verlieten stad en gingen naar platteland
→ agrarisch karakter → boeren bescherming door grootgrondbezitters
Agrarisch-autarkische samenleving → gericht op voedselproductie met weinig nijverheid en
handel
Vrijen en horigen
Vrije boeren:
Betalen pacht
Mocht mede rechtspreken
Moesten mee op heervaart (vechten voor de heer)
Waren vrij
Horige boeren:
Betaalde pacht
Kregen bescherming
Moesten herendiensten doen (belasting in natura)
Mocht de grond van de heer niet verlaten
§1 Leenheren en leenmannen
Het Gallië van de Romeinen
Gallië:
Germaanse stammen
Bescherming en welvaart
Christendom staatsgodsdienst
Gallo-Romeinen → nakomelingen van oorspronkelijke Keltische bewoners en
Romeinen
bestuur, economie en cultuur Romeins
Gallië van de Franken
Noordelijke grenzen vielen weg → oprukkende stammen en verzwakt centraal gezag
Gevolgen Germaanse invallen:
Geen centraal aangestuurd Romeins leger
Vluchten → landbouwgronden en steden onbeheerd
Hongersnood
Plunderingen en gevechten
Verdwijnen van handel
Franken en Gallo-Romeinen nemen dingen van elkaar over:
Gallo-Romeinen:
Huwelijken met Franken
Franken:
Bestuursorganisatie
Leefwijze
Clovis
Clovis versterkte zijn heerschappij door:
Aansluiting bij Gallo-Romeinse elite
Leiding van zijn familie → de Merovingen
Alle mannelijke familieleden van overwonnen heersers te doden
Bekeerde tot het christendom
Liet zich door Remigius (Romeinse aartsbisschop) tot koning zalven
Vazallen
Clovis steun van krijgers nodig → moedig gedrag en juiste uiterlijk (lang haar) → vazallen
(krijgslieden) legden eed van trouw af → ridders belangrijk
Hofdienaren (vazallen) voor zijn hof
Vazallen zijn in ruil voor buit of levensonderhoud verplicht hun koning bij te staan ‘met raad
en daad’
Het feodale stelsel
Clovis dood → Karel Martel kreeg de macht
Karel beloonde ridders met een stuk grond (lenen (feodum) → macht en inkomen →
feodalisme/leenstelsel:
Koning leenheer → bond ridders aan zich door hen te belonen
Ridder leenman → verzekerd van inkomsten
, Karel de Grote
Karel de Grote verdeeld zijn rijk in vierhonderd graafschappen → leenmannen (graven)
verantwoordelijk → recht spreken, belasting innen en wetten uitvoeren
Zendgraven → controle graven
Markgraven → kregen land aan grens van rijk → verdedigen
Palts → tijdelijk hoofdstad als de koning daar verblijft, raadsvergaderingen, rechtszittingen
en wetten uitgevaardigd
Karel door paus tot keizer gekroond → stond altijd klaar om de paus en de kerk te
verdedigen
Nadelen van het leenstelsel
Leenman wou grond doorgeven aan zoon, vond koning niet goed → verloor hij de macht,
anders kon er een conflict komen
Leenmannen gingen leenmannen benoemen → achterleenmannen → trouw aan de lokale
heer niet de koning
De Noormannen
Scandinavische landen boden te weinig voedsel → invallen door Noormannen
Lodewijk de Vrome gaf Noormannen gebieden om te beschermen tegen landgenoten
Rollo kreeg stuk land in Noordwest-Frankrijk → Normandië → deed wat die zelf wou
1066 → einde Vikingtijd
§2 Hofstelsel en horigen
Autarkie
Grootgrondbezitters + bestuursambtenaren + rijke handelaren = elite
Leven van de landbouw → agrarisch-urbane samenleving
Germaanse invallen → landbouwproductie daald → verlieten stad en gingen naar platteland
→ agrarisch karakter → boeren bescherming door grootgrondbezitters
Agrarisch-autarkische samenleving → gericht op voedselproductie met weinig nijverheid en
handel
Vrijen en horigen
Vrije boeren:
Betalen pacht
Mocht mede rechtspreken
Moesten mee op heervaart (vechten voor de heer)
Waren vrij
Horige boeren:
Betaalde pacht
Kregen bescherming
Moesten herendiensten doen (belasting in natura)
Mocht de grond van de heer niet verlaten